Labyrint

Voor wie wil floreren – maar niet ten koste van wat er écht toe doet. Over mentaal welzijn, keuzes die kloppen en de kracht van betekenisvol leven en werken.

Wat ontneem ik mijn kinderen?

Gisteren keek ik naar Floortje naar het einde van de wereld. Zoals zoveel mensen, denk ik.

Ik vond het een bijzondere aflevering. Het ging over een gezin. Een man, een vrouw, een jongen en een meisje. Net zoals mijn eigen gezin. Zij hadden iets wat ik ook wil.

Wat was dat? De ontspannen houding? De eenvoudige manier van leven? Het geluk van samenzijn?

Even bekroop mij het gevoel dat die kinderen iets werd ontnomen. Zoals het contact met leeftijdsgenootjes op school. Eigenlijk was het een gevoel dat ik zelf vaak heb. Het gevoel dat ik mijn kind iets ontneem.

En zoals zo vaak, bekijk ik het dan ineens van de andere kant. Was het niet zo dat juist doordat ik denk ik mijn kind iets ontneem, juist dan mijn kind iets ontneem. Het klinkt ingewikkeld. Ik ga het uitleggen.

Wat ik zelf als vervelend ervaar is het afspreken met andere kinderen. De zogenaamde afspreekcultuur. Eigenlijk vind ik dat één keer per week met een kindje afspreken meer dan genoeg is. En misschien zelfs nog minder. Ik ben lang meegegaan in de afspreekcultuur omdat ik vond dat ik dat moest. Iedereen deed het. En ik wilde mijn kind geen contact met andere kinderen ontnemen.

Maar wat ontneem ik mijn kind eigenlijk als ik iets doe omdat anderen het zo doen, terwijl ik zelf iets heel anders ervaar? Wie bepaalt dat het ‘goed’ is om af te spreken met andere kinderen? Is het misschien ook ‘goed’ om een middag thuis door te brengen en geheel je eigen gang te kunnen gaan?

Even terug naar de aflevering van Floortje. Misschien was het wel de vrijheid die zij als gezin hadden. De vrijheid om te doen wat van binnenuit komt. De vrijheid om te zijn wie je bent. Wie leeft in vrijheid, valt niets te ‘ontnemen’.

Gecertificeerd en andere onzin

Ooit dacht ik dat ik bepaalde diploma’s moest hebben om te kunnen doen wat ik graag wilde doen. Daarna dacht ik een of andere certificering nodig te hebben om serieus genomen te worden.

En soms denk ik dat nog steeds.

Dan heb ik behoefte aan een door een of andere instantie goedgekeurd hokje. Dan kan ik daar lekker veilig in gaan zitten en is het voor iedereen duidelijk hoe dat hokje er uit ziet en wat ik daar doe.

Maar de crux is. Het past totaal niet bij me.

Ik ben eigenlijk best recalcitrant.

Ik doe dingen graag op mijn eigen manier. Ik heb helemaal geen zin om iets volgens het boekje te doen. Ik lees zelfs nooit een handleiding of gebruiksaanwijzing. Ik doe gewoon iets. En negen van de tien keer, lukt het dan ook zonder die handleiding of gebruiksaanwijzing.

Als ik weer de behoefte krijg om in een hokje te gaan zitten, weet ik dat het angst is. Angst voor afwijzing, voor afkeuring. De angst om niet aan de geldende norm te kunnen voldoen.

Zonder die angst is er vrijheid. De vrijheid om te doen wat ik wil, zonder ergens aan te hoeven voldoen. Zonder regels. Zonder certificaten. Zonder normen. Is dat niet heerlijk?

Geloofwaardigheid: het vinden van je authentieke stem

‘Je moet het niet verkeerd oppakken, maar ik zie in je blogberichten dat ze steeds meer jou worden,’ zei een familielid op een feestje tegen me. Ik vond het een compliment, blijkbaar had ik mijn authentieke stem gevonden.

Maar als het voorheen niet mijn authentieke stem was die zich lieten horen in mijn berichten, wie was het dan? Het was de stem van de pleaser. Degene die graag wilde schrijven wat jij wil horen. Of anders gezegd waarvan de pleaser dacht dat jij het wilde horen.

Mijn pleaser is heel slim en sluw. Ze neemt verschillende karakters aan.
Zo ook die van marketeer. En de marketeer gelooft heilig in de ideale klant. Als je maar genoeg in de huid van de ideale klant kruipt en schrijft wat zij wil horen, dan worden je stukken wel gelezen en je producten verkocht.

Of de pleaser vermomt zich als de ondernemer en verkondigt dat al dat geschrijf leuk is, maar er moet ook nog wat verdiend worden. We zijn tenslotte niet bezig met een hobby. Dit is een bedrijf. En een bedrijf heeft klanten nodig en bovenal omzet.

Of de pleaser deed zich voor als internetgoeroe en riep dat content king was. Maar dan moest het wel verdraaid goede content zijn. Met goede zoekwoorden, kopjes in een blog en allerlei linken in het bericht.

Alle berichten geschreven door de pleaser werden nauwelijks gelezen. Er kwamen nauwelijks reacties op. Ze kwamen en gingen. Ze raakten niemand. Niemand identificeerde zich ermee.

Even liet de pleaser mij geloven dat ik niet goed genoeg had nagedacht over mijn ideale klant. Maar het was tegen dovemansoren gezegd. Ik was al uitgestapt om de pleaser achter het stuur uit te trekken en een plek in de kofferbak te geven. Het was genoeg geweest. Ik ging schrijven wat ik zelf wilde.

Vanaf dat moment ging ik schrijven zonder er iets mee te bereiken. Ik ging schrijven vanuit mijn hart. Misschien wel vanuit mijn ziel. De woorden kwamen als vanzelf. Ik schrijf over wat me raakt, frustreert, kwetst. Ik schrijf omdat ik ervan houd. Ik schrijf vanuit liefde. En als ik dat gedaan heb, hoop ik dat er iemand is die het raakt. Voor wie het een klein teken is. Een subtiel signaal.

Meisjesdroom

Tegenwoordig verwezenlijkt iedereen zijn dromen (ook ik schreef er een serie blogberichten over). En het lijkt erop alsof een droomleven binnen handbereik ligt. Alsof het maakbaar is. Alsof het iets is dat je bestelt via internet en het de volgende dag wordt bezorgd. En niet getreurd. Niet goed? Dan krijg je gewoon je geld terug. Het enige wat je hoeft te doen is een ritje naar het postkantoor te maken. En soms dat nog niet eens.

Het lijkt allemaal zo makkelijk. En als het voor jou niet makkelijk is, dan lijkt het alsof je de enige bent die eigenlijk helemaal niet weet wat je diepste verlangens zijn. Oppervlakkig weten we het allemaal. We willen meer vrijheid. We willen doen wat we leuk vinden. We willen geld verdienen met onze passie. We willen een verschil maken. En misschien ook nog een verre reis maken, vaker in de natuur zijn of iets creatiefs doen.

Toen ik voor mezelf begon, had ik dat allemaal voor ogen. En nog heel wat meer. Ik wilde van alles. En ik deed van alles. Ik deed marketing en communicatieprojecten voor uiteenlopende opdrachtgevers. Ik schreef gastblogs. Ik coachte zo nu en dan startende ondernemers. Ik schreef op mijn eigen blog. Ik deed een coachopleiding, volgde online marketingtrainingen. Ondertussen heb ik twee kinderen gekregen en heb ik een man met twee eigen bedrijven. Ik vond nog ergens de tijd om te gaan hardlopen en ik dacht dat een mindfulnesscursus een goed idee was om rust in mijn hoofd te krijgen.

Ik deed van alles. Het leek alsof ik het allemaal voor elkaar had. Er was zelfs een moment dat ik dacht dat ik het voor elkaar had. Dat ik ook één van die gelukkigen was die haar droom had waargemaakt en een leven leidde waar anderen alleen van konden dromen.

En toch voelde het niet zo. Ik was niet gelukkig. Ik was alleen maar bezig met het creëren van een droomleven, zonder te luisteren. Ik dacht een perfect plaatje te bedenken en vervolgens ging ik dat plaatje invullen voor mezelf. Toen het plaatje eenmaal klaar was, paste het niet. Het paste niet bij wie ik ben. Het was tijd om te gaan luisteren naar mijn echte verlangen. Naar een droom die zich diep in mij schuil hield, waar ik het bestaan niet meer van wist.

Diep van binnen wist ik best wat ik heel graag wilde doen. Ik deed het namelijk al mijn hele leven. Het was helemaal niet groots en meeslepend. Het paste ook niet bij het beeld dat ik van mezelf had. Ik had er een coach voor nodig om het over mijn lippen te durven laten gaan. Ik zei tegen haar dat ik in een identiteitscrisis verkeerde. Ze vroeg me hoe serieus ik mezelf eigenlijk nam. Of ik wel luisterde naar mijn eigen verlangens. En wat ik zou doen als ik daar wel naar zou luisteren. En toen kwam het hoge woord eruit: schrijven.

Toen het uit mijn mond kwam, weliswaar schor en heel zachtjes, zag mijn meisjesdroom het licht. Ik zag mezelf als klein meisje in het huis van mijn oma. Oma pakte een blanco boek met rode kaft uit het buikkastje dat in de huiskamer stond. Ze gaf het aan mij. Als ik eraan denk, voel ik de vlinders in mijn buik die ik toen ook voelde. Het gevoel van op je plek zijn. Het gevoel van thuis. Dat kleine meisje wist het zeker. Zij ging een boek schrijven.

Toch duurde het nog even voordat ik mezelf toestond om te beginnen met schrijven. Want ja, daar vond ik van alles van. En het paste ook niet in het beeld van de flitsende carrièremoeder dat ik voor mezelf had bedacht. Bij het schrijven van een boek, zag ik mezelf als een uitgebluste huismoeder in haar badjas achter haar laptop zitten met het haar steil op haar hoofd. Toch had ik tijd gepland om te schrijven en ik was ook begonnen. Maar ik zette nooit helemaal door. Het kwam altijd onderaan mijn to do lijst. Ik begon te twijfelen. Als ik dan zo graag wilde schrijven, waarom kwam het er dan niet van? Misschien omdat ik het aan wilde pakken als één van mijn projecten. Ik deed wat ik altijd al deed en het werkte niet. Het was tijd voor verandering.

Ik was gewend om altijd plannen te maken en die uit te voeren. Controle te houden. Alles van te voren te bedenken. Niets aan het toeval over te laten. Zo werkte het altijd voor me en heb ik bereikt wat ik wilde bereiken. Tot het niet meer werkte. Toen ik dat inzag, ging ik het anders doen. Ik stopte met het maken van plannen. Ik deed een tijdje niets. Alleen het hoognodige: tanden poetsen, haren kammen, één marketingproject.

In het begin maakte het mij onrustig en ik vroeg me herhaaldelijk af waar ik mee bezig was. Na een tijdje werd ik rustiger. Er waren minder gedachten. Minder moeten. En als het moeten wegvalt, blijft het willen over. Het enige wat overbleef, was het vertellen van mijn verhaal in de vorm van een boek. In januari 2016 ben ik begonnen met schrijven. Zonder plan en zonder deadline. Geheel tegen mijn gewoonte in. Wonderbaarlijk ging het schrijven als vanzelf. De woorden kwamen er zo uit en gaandeweg ontvouwde het verhaal zich. Ik had het zelf nooit zo kunnen bedenken.

Als jij het idee hebt dat er ergens een droom in je sluimert. Een droom die het daglicht wil zien. Doe dan eens wat minder je best om deze te ontdekken. Laat de droom zijn eigen weg volgen. Het enige wat je hoeft te doen is: niks doen. Luisteren naar jezelf in plaats van naar anderen. Naar buiten gaan in plaats van binnen achter de computer naar informatie zoeken. En het allerbelangrijkste: vertrouwen. Vertrouwen op jezelf. Vertrouwen op het leven.

Wat jij zoekt, zoekt jou ook (Rumi).

Bestel mijn boek hier.

Kritiek doet pijn

Bedankt

Genieten van onderweg zijn

Intuïtie

Intuïtie, ik heb het altijd magisch en tegelijkertijd heel normaal gevonden. Magisch omdat het zo verwonderlijk is dat je iets diep van binnen weet, zonder dat je het kunt verklaren laat staan dat je het kan bedenken. Normaal omdat het voor mij als kind heel normaal was om dingen vanuit mijn onderbuikgevoel te doen. Zelfs later in mijn werk, wist ik soms gewoon precies wat ik moest doen zonder daar een verklaring voor te hebben.

Met mijn hoofd schreef ik: ‘Vertrouw op je intuïtie.’  Ik deelde het als quote op mijn website en op Facebook. Ik las er boeken over. En ik vroeg er advies over. Ik wilde precies weten wanneer mijn intuïtie sprak. Want als ik dat zou uitvinden, dan zou ik er eindelijk eens naar kunnen luisteren. Ik benaderde intuïtie op een rationele manier. Ik wilde het met mijn hoofd begrijpen en dat lukte niet.

Ik wist allang wanneer mijn intuïtie sprak. Toen ik als ondernemer startte, liet ik mijn website maken door een oude bekende. Ik kende hem via mijn vorige werkgever. Ik ging bij hem op gesprek om te vertellen over mijn eigen bedrijf. Het voelde niet goed. Ik wist niet waarom. Ik drukte het gevoel weg en overtuigde mezelf ervan dat ik hem de website moest laten maken omdat hij een groot netwerk had en ik daar weleens voordeel van kon hebben. Dus hij kreeg de opdracht en ging aan de slag. De afgesproken opleverdatum werd niet gehaald en toen ik zag hoe de eerste versie van mijn website eruit zag,  schrok ik enorm. Het leek helemaal niet op hetgeen mijn ontwerpster had gemaakt. Het zag er heel onprofessioneel uit. Nog steeds maakte ik mezelf wijs dat het wel goed zou  komen. Ik gaf hem een tweede kans. Hij ging weer aan het werk, maar er werd niets opgeleverd. Ik ging in gesprek om onze samenwerking stop te zetten. Toen kwam de aap uit de mouw. Hij had iemand ingehuurd om mijn website te laten maken, omdat hij zelf de techniek niet beheerste. Diegene was er onverwachts mee gestopt en hij had nog niemand anders gevonden om mijn website af te maken. Uiteindelijk is onze samenwerking daar gestrand.

Later gaf ik mezelf op mijn kop. Ik had hier geen goed gevoel over, dus had niet met hem in zee moeten gaan. Achteraf wordt het bewijs altijd geleverd. Je weet best wanneer je intuïtie je iets duidelijk probeert te maken. Je hoort de innerlijke stem, maar je durft er niet naar te luisteren. Dat komt omdat je het niet snapt. Je ziet het totaal niet en omdat je het niet kan begrijpen, wuif je het weg. Dat heb ik nog heel lang gedaan.

Toen ik vorig jaar begon met schrijven, heb ik voor het eerst (weer) naar mijn intuïtie geluisterd. Ik was bij een schrijfcoach geweest en na het intakegesprek had ik niet het idee dat zij mij op dat moment kon verder helpen. Mijn hoofd zei dat ik echt iemand nodig had die mij zou helpen bij het schrijven van een boek. Ik had het immers nog nooit gedaan. Ik wist er helemaal niets van. Mijn intuïtie zei dat ik gewoon moest gaan schrijven. En dat deed ik. Het boek kwam er. Het enige wat ik hoefde te doen, was komen opdagen. Drie ochtenden in de week. Aan mijn bureau, achter mijn laptop om te schrijven. De rest ging vanzelf.

Mijn intuïtie vertelt nog veel meer dingen, die ik niet begrijp en waarvan ik niet weet wat het resultaat is. Maar ik neem de gok. Ik probeer het gewoon. Wat kan er gebeuren? Alleen maar dingen die ik niet kan bedenken.

P.S. Als je naar je intuïtie luistert, leer je om je eigen waarheid te spreken.

Stoppen met Facebook

Steeds vaker denk ik eraan om te stoppen met Facebook. Maar ik durf het niet. Het voelt als iets dat ik graag wil. Maar mijn hoofd schreeuwt: ‘niet doen!’ Uit angst. Bang om onzichtbaar te zijn.

Het gaat er ongeveer zo aan toe in mijn hoofd.

‘Ik wil stoppen met Facebook,’ zegt het hart.
‘Waarom zou  je dat willen?’ zegt het hoofd.
‘Ik vind het gewoon niet meer zo leuk. Ik wil kijken hoe het is zonder Facebook. Het biedt me niets meer.’
‘Lekker slim. Komt eindelijk je boek uit. Ga je stoppen met Facebook. Hoe denk jij je boek dan te verkopen?’
‘Ik weet het niet. Zoveel klanten heb ik nu ook niet via Facebook. Ik heb het meeste geld verdiend met opdrachten via via.’
‘Dat denk je maar. Je bent niet goed wijs! Ik zou het echt een hele domme zet vinden. Je houdt het nog maar even vol. Dan kun je even flink adverteren als je boek uitkomt. Het moet natuurlijk wel onder de aandacht komen. Waarom heb je anders een jaar zitten schrijven?’
‘Omdat ik het leuk vond, misschien..’
‘Jij ook altijd met je leuk. Fijn dat het leuk is, maar het moet natuurlijk wel wat opleveren. En dat komt niet aanwaaien.’
‘Waarom eigenlijk niet?’
‘Dat snap je zelf toch zeker ook wel. Je moet er hard voor werken om zichtbaar te zijn. Mensen moeten toch weten van je boek. Anders kunnen ze het toch ook niet kopen? Facebook is een goed middel daarvoor en je hebt al een grote groep in je bereik.’
‘Dus ik moet mijn Facebookprofiel aanhouden omdat ik anders bang ben dat ik niet zichtbaar ben? Sinds wanneer is Facebook de enige manier om zichtbaar te zijn?’
‘Natuurlijk is het niet de enige manier. Maar wel een manier waar jij goed in bent. Al die andere manieren moet je nog opstarten. En dan is het nog maar de vraag of je daar goed in bent. Dit lijkt me niet het goede moment om nieuwe dingen uit te proberen. Speel maar gewoon op safe. Dan zit je altijd goed.’
‘Met mijn boek speel ik ook niet op safe. Waarom zou ik dat met de promotie dan wel doen? Ik wil de promotie op gevoel doen. Ik wil het laten ontstaan, net zoals mijn boek. Van binnenuit. En Facebook komt niet van binnenuit. Facebook is er omdat ik denk dat het erbij hoort. Omdat het volgens de regels is,’ zegt het hart tot slot.
‘Jij ook altijd. Waarom altijd zo eigenwijs? Je moet het zelf maar weten. En zeg niet dat ik je niet gewaarschuwd hebt!’ zegt het hoofd dat altijd het laatste woord wil hebben.

Deze interne dialogen beschrijven is een goede manier om bij je authentieke stem te komen. Wat wil je echt? Wat wil je laten horen?

Ouderschap

Volgens mij zijn er maar weinig ouders die niet worstelen met de combinatie werk en kinderen. Het geldt allang niet alleen meer voor moeders. Op het schoolplein zie ik steeds meer vaders en ook een vrije dag voor vaders om voor de kinderen te zorgen, lijkt steeds meer ingeburgerd.

We hebben het vaak over de praktische uitvoering ervan. Hoeveel dagen de kinderen naar de kinderopvang gaan, of opa en oma oppassen, wel of niet naar de BSO en welke dagen we zelf al dan niet vrij kunnen zijn. Maar de praktische invulling is helemaal het probleem niet. Dit kunnen wij best organiseren. Ja, het is even wennen. Maar na verloop van tijd went het nieuwe ritme vanzelf.

We kunnen onszelf ook aanpassen als we voor een nieuwe werkgever of opdrachtgever gaan werken. Als we er tussenuit gaan voor vakantie. Of in een piekperiode meer moeten werken. Dan regelen we dat.

Het wordt lastiger als er onderliggende zaken meespelen, die niet van praktische aard zijn. Toen ik een klein mensje op de wereld had gezet, ging ik nadenken. Over mezelf. Over mijn identiteit. Over het leven. Over mijn verantwoordelijkheid. Mijn taken. Praktisch gezien was het niet zo moeilijk. Een babykamer werd ingericht, spullen werden gekocht. Er werd ouderschapsverlof aangevraagd en na een bezoek aan de kinderopvang, was ook dat geregeld.

Het ging ineens over andere dingen. Met deze prachtige baby voor het eerst in mijn handen, leek het alsof elke cel in mijn lijf ineens wist wat echt belangrijk was. Dat was liefde. Liefde voor mijn kind. Liefde voor elkaar. En liefde voor hetgeen ik doe. Ineens werd duidelijk dat liefde maar zelden een beweegreden was om iets te doen.

Was het liefde om met mijn jas aan een pan water op het vuur te zetten, zodat het eten snel klaar was? Was het liefde om ’s ochtends als een militair orders uit te delen om iedereen in het gareel te krijgen? Was het liefde om de helft van een voorleesverhaal over te slaan, zodat het maar snel afgelopen zou zijn? Was het liefde om een ziek kind weg te brengen omdat ik nog zoveel werk moest doen?

Het zijn dingen die we allemaal doen. We vinden er iets van en toch doen we het. En we voelen dat we het anders willen doen. We willen dingen uit liefde doen. Dat weten we eigenlijk al heel lang en dat kleine mensje heeft ons er aan herinnerd. En dat kleine mensje blijft dat doen. Dag in dag uit. Liefde ontvangen en liefde geven, dat is wat hij belangrijk vindt. Dat weten we. En toch houden we ons vast aan regels en wetten. We zoeken praktische oplossingen. We zoeken aan de buitenkant. De oplossing zit van binnen. Om te beginnen met dingen uit liefde te doen. Voor jezelf. Voor de ander.

Dat willen we voor onze kinderen. Dat willen we voor onszelf. Dat willen we voor anderen.

Twijfel

Het zal je ongetwijfeld opgevallen zijn dat ik nogal eens twijfel. En meestal is dat aan mezelf. Zal ik dit wel of niet doen? Welke kant ga ik op? Doe ik het wel goed?

Ik twijfel niet de hele dag door. Zo ben ik prima in staat om te bepalen wat het avondeten wordt of wat ik ’s ochtends aantrek. Dagelijkse keuzemomenten gaan mij in het algemeen goed af.

Het zijn meer de momenten waarop ik met mezelf wordt geconfronteerd. Als ik iets van mezelf laat zien. Tijdens een project voor een opdrachtgever, in een gesprek op school of als er plotseling om mijn mening wordt gevraagd. Dan lijkt het net of ik weer op het startblok sta en een wedstrijd ga zwemmen. Dan kom ik in de presteermodus. Alsof alle ogen op mij gericht zijn. En het een nu-moet-het-gebeuren-moment is. Dan voel ik prestatiedruk. De druk van het graag goed willen doen. De druk om mezelf te moeten bewijzen.

Als de situatie harmonieus verloopt, is er niets aan de hand. Ik heb mijn prestatiemomentje gehad. Ik heb de wedstrijd gewonnen of een persoonlijk record gezwommen. Ik heb het goed gedaan. Daar is geen twijfel over mogelijk. Maar ik win niet elke wedstrijd. En ik zwem ook niet altijd een persoonlijk record. En dan gebeurt het. Een project verloopt niet gestroomlijnd en harmonieus. Het gaat traag. Ik heb het gevoel dat ik door dikke stroop moet. Ik ga harder mijn best doen, want ik wil zo graag vooruit. Hoe harder ik mijn best doe, hoe meer tegenwerking van de stroop ik ervaar.
Dan ga ik twijfelen. Doe ik het wel goed? Had ik het niet anders moeten aanpakken? Waarom lukt het niet? Mijn gedachten vormen scenario’s en houden me constant bezig. Meestal is mijn conclusie dat ik het niet goed heb gedaan en dat ik harder moet trainen. Beter mijn best doen.

Als iets tegenzit, zoek ik het altijd bij mezelf. Ik ga aan mijn eigen kunnen twijfelen. Het is een automatisme geworden. Ik denk dat het goed is dat je verantwoordelijkheid neemt. En reflecteert op je eigen gedrag en aandeel in een bepaalde zaak. Maar je kan het ook overdrijven. Het helpt mij niet om steeds aan mezelf te twijfelen als iets niet helemaal gesmeerd loopt. Er is altijd een context en elementen waar ik geen invloed op heb.

Mijn twijfel beperkt me enorm. Ik houd me dan in. Ik ga meebewegen in plaats van te vertrouwen op mijn eigen kennis en kunde. Ik ga mensen naar de mond praten. Want ik heb hun bevestiging nodig. Als ik bevestiging krijg, neemt dat mijn twijfel weg. Ik heb de bevestiging van binnen nodig. Van mezelf. Ik mag op mezelf vertrouwen. Juist als het tegenzit.

Ontspullen met kinderen

Als een Truus de Mier liep ik door mijn huis. Ontspullen, dat was het plan. Als eerste moest het speelgoed eraan geloven. Gewapend met twee vuilniszakken ging ik het te lijf. Kordaat en resoluut maakte ik korte metten met al het speelgoed. Niet gehinderd door mijn zoontje die op school zat en onder toezicht van mijn jongste die er een sport van maakte om de zorgvuldig gesorteerde hoopjes met elkaar te mengen.

Opgefokt opruimen

Ik merkte dat het opruimen me opgefokt maakte. Ik zag mezelf met speelgoed gooien en zag hoe ik de klep van de container dicht smeet alsof de klep op de bodem terecht moest komen. Ik was het beu. Ging dit eigenlijk wel om het speelgoed? Werd het niet tijd dat ik naar mijn eigen spullen ging kijken?

Mijn eigen troep

Het werd tijd dat ik naar mijn eigen troep ging kijken. Ik merkte dat de hoeveelheid als een steen op mijn maag lag. Telkens als ik de zolder opkwam en een zware doos boeken opzij moest schuiven om iets anders te kunnen pakken, kon ik alleen maar zuchten. Het was vermoeiend om de spullen heen en weer te slepen. Ooit schonken ze me vreugde, maar nu niet meer. Eerder het tegenovergestelde. Ze veroorzaakte pijn.

Lichter leven

Hoe meer ik opruimde, hoe meer ik me opgelucht voelde. Lichter, haast met minder zorgen. Het speelgoed dat weer in vier (enorm grote) bakken paste, zorgde ervoor dat het zo was opgeruimd na een middag spelen. Alle kleding in één kast (en geen seizoensgarderobe op zolder) zorgde ervoor dat ik niet zo lang meer hoef te denken wat ik aan doe. Een beperkte keuze zorgt dat je makkelijker kiest. Je hoofd heeft minder te verwerken.

Beperkte keuze

Door keuzes te beperken heb ik ook mijn tijdschriftenverslaving stop gezet. Ik kocht jaar in jaar uit minstens 1 tijdschrift per maand. Het gevolg was dat ik na het lezen van dat tijdschrift allerlei spullen nodig had om me beter te voelen. Een nieuwe dagcrème die nu echt die lijntjes bij mijn ogen ging aanpakken, een nieuw boek wat op nummer 1 was binnengekomen op de New York Times bestsellers list en de nieuwe schoenen van het seizoen. En al die leuke hebbedingetjes voor kinderen. Kortom het hele tijdschrift bestond uit ‘musthaves’ en de aanblik van slanke, onmenselijk knappe modellen zorgde ook niet echt voor een boost van mijn zelfvertrouwen.

Minder televisie

Datzelfde geldt voor televisie. Ik kijk nu alleen nog maar naar een paar programma’s die ik echt leuk vind om te zien. En dat zijn meestal niet programma’s die om de 10 minuten worden onderbroken door reclame. Hierdoor koop ik minder, maar ik heb ook veel minder het gevoel dat ik bepaalde dingen nodig heb om me gelukkig te voelen. Simpelweg omdat ik er niet constant mee wordt geconfronteerd.

Verleiding vermijden

Als je de verleiding niet opzoekt, hoef je deze ook niet te weerstaan. Het leven met minder spullen gaat over opruimen, letterlijk natuurlijk maar ook figuurlijk. Het gaat over opruimen van emotionele ballast. Aan alles wat je lang bewaard hebt, zit een verhaal. Een verhaal waar je misschien geen afstand van wilt doen. Daarom heb je het altijd bewaard. Ik heb geleerd dat het verhaal niet vastzit aan de spullen. De spullen kunnen weg en het verhaal mag blijven. Tenminste voor even dan. Want uiteindelijk gaat het verhaal ook weg. Dan ben je echt vrij.

Wanneer stopt het zoeken?

Het lijkt wel of zoeken mijn nieuwe natuur is geworden. Ik ben al jaren lang aan het zoeken. Naar zin, naar betekenis en naar geluk. Vaak dacht ik het gevonden te hebben. Maar zodra de nieuwigheid eraf was, begon het zoeken weer opnieuw. Wanneer stopt het zoeken?

Ergens maakte het me radeloos. Zou ik ooit wel vinden wat ik zocht? En waar zocht ik eigenlijk naar?

Het was me inmiddels al lang duidelijk dat ik niet zocht naar een grote, meeslepende droom om waar te maken. Maar dat er helemaal niets zou zijn, dat kon ik ook niet verteren.

Stapje voor stapje kwam ik dichterbij. Steeds vaker zocht ik antwoorden van binnen in mezelf en niet buiten mezelf. Ik werd me bewust van terugkerende patronen. Toen ik ze eenmaal zag, was ik in staat ze te doorbreken. Ook weer geleidelijk aan. Toen aan het licht kwam dat ik graag wilde schrijven, was ik niet meteen opgelucht. Alhoewel ik een moment van euforie ervoer, sloten de tentakels van negatieve overtuigingen zich al snel weer om mij heen.

Ik zat gevangen in een web. Net zoals voorheen. Echter had ik nu de schat gezien en die wilde ik mee naar huis nemen. Mijn zoektocht had nu betekenis gekregen. Ik wist waarvoor ik het deed.

Toen ik mezelf van de tentakels had bevrijd en begon met schrijven, wist ik het. Ik wist dat dit was wat ik het allerliefste deed. Ik hoefde nergens heen. Ik wilde niet meer zoeken. Alles was goed. Ik was thuis. En weet je hoe het voelde? Het was pure, zuivere liefde.

Ik herkende dit gevoel. Ik had het namelijk eerder ervaren. Toen ik mijn man ontmoette en toen mijn kinderen geboren werden. Het was herkenning. Het was alsof het er altijd was geweest.

Zoek binnen in jezelf naar die liefde. Pel de lagen af. Laat je masker vallen. Het hoeft niet allemaal in een keer. Het mag stap voor stap. Beetje bij beetje.

 

Nieuwsbrief Labyrint

Benieuwd hoe mijn nieuwsbrief Labyrint eruitziet? Lees de laatste hier.