Labyrint

Voor wie wil floreren – maar niet ten koste van wat er écht toe doet. Over mentaal welzijn, keuzes die kloppen en de kracht van betekenisvol leven en werken.

Somberheid

‘Het voelt alsof de grond onder mijn voeten wordt weggeslagen,’ schreef ik in mijn dagboek. Het is een paar weken geleden. Mijn man en ik nemen de kerstbomenkwekerij van mijn schoonouders over en we wisselen van huis.

Alles was redelijk gepland. En toch viel het mij tegen.

Eerst in mijn oude huis blijven terwijl er al geklust werd. Daarna gevlucht naar een camping in de buurt en vervolgens in mijn nieuwe huis waar vanaf dat moment alles nog moet worden verbouwd.

Ik zeg steeds tegen mezelf dat het luxeproblemen zijn. Mijn verstand weet dat ook, maar mijn hart heeft zich teruggetrokken. Alsof ik helemaal geen vreugde meer kan voelen. Alsof ik ver verwijderd ben van mezelf. Alsof ik niet meer weet hoe ik blij kan zijn.

Ik voel me somber.

Het is niet voor het eerst in mijn leven dat ik me zo voel. Ik heb ooit na een heftige ruzie met een collega een week huilend in bed gelegen. Hetzelfde gevoel. Nadat mijn baas mij had opgebeld en verteld had dat ik niet ziek was en gewoon moest komen werken, ging ik naar mijn werk. Dat was meteen een borrel. Hij kwam naar me toe en zei: ‘Goed dat je er weer bent, Gwyneth.’ Vanaf dat moment besloot ik om nooit meer over mijn emoties te praten op mijn werk, laat staat ze te laten zien. Ik zette een glimlach op en zei: ‘Vind ik ook.’

Dat lukte gedeeltelijk. Want opkroppen is nooit een goed idee.

Dit keer kropte ik ze niet op. Ik liet ze toe. Ik schreef alles van me af, pagina’s vol. Als mijn kinderen op school waren en ik zat alleen in de stacaravan op de camping, lag ik op de bank en liet mijn tranen stromen.

Ik kon nog steeds moeilijk over mijn emoties praten met anderen, maar ik kon ze nu tenminste wel aan mezelf laten zien. En dat was een heel verschil. Ik hoefde me nu niet ineens goed te voelen. Ik gaf mezelf niet meer op mijn kop. Ik accepteerde mijn somberheid en verdriet. Net zoals je je kan verzetten tegen het weer (waarom regent het steeds ?!?) of het gewoon kan accepteren (het regent vandaag).

En nu ik hier een aantal weken zit op mijn nieuwe plek, voelt het nog niet als thuis. Maar ik voel wel dat de somberheid is verdreven. Dat er steeds vaker een vonkje vreugde komt. En dat het oké is om te mogen wennen aan een nieuwe plek.

Schrijven op vakantie

‘Hoeveel kilometer is het nog tot Lyon?’ vraag ik vanaf de achterbank met een notitieboek op mijn schoot en pen in mijn hand. Mijn moeder houdt de kaart weer omhoog en zegt: ‘Dat duurt nog wel even, nog meer dan 100 kilometer.’ IJverig als ik ben, schrijf ik het meteen op. Net zoals de plaatsnamen die ik onderweg tegenkom en wat mijn vader en moeder tegen elkaar zeggen. En dat mijn moeder een nat washandje op het voorhoofd van mijn vader legt.

Handdoeken voor het raam. Caravan aan de trekhaak. Flessen water bij mijn voeten. Mijn zusje die ongestoord op de gameboy zit. En ik die de hele rit vastlegt in een notitieboek.

Zo herinner ik mij onze vakanties naar Frankrijk. De handdoeken voor het raam zijn verdwenen. Er is airco voor in de plaats gekomen. Achter onze trekhaak geen caravan. En de gameboy is inmiddels verwisseld voor een Ipad, maar na een aantal vakanties met overgevende kinderen op de achterbank laten we die ook maar thuis.

Het notitieboek is gebleven. Nog steeds gaat er elk jaar een notitieboek mee op vakantie. Speciaal uitgekozen voor die vakantie. Altijd met heleboel mooie, intense zomerse kleuren. Om het zomergevoel extra te ervaren denk ik. Zelfs op een regenachtige dag.

Op vakantie schrijf ik. Dat is vanzelfsprekend. Ik schrijf over de rit er naar toe, over mijn ideeën, over gesprekken en over het weer. Gewoon wat er komt en waar ik zin in heb.

Schrijf jij ook op vakantie? Deed je dat als kind al?

Mocht je het zomerschrijfboek nog niet hebben, je kan het hier gratis downloaden.

Het verschil tussen ik behoor en ik wil

‘Wat zou je doen als er een ding overblijft?’ zei Marga tegen mij in een coachsessie. ‘Een boek schrijven.’ Het was eruit voordat ik er over na kon denken.

Ik wilde dus een boek schrijven. Zoals je wellicht weet, gaat dat niet vanzelf. Een verlangen zichtbaar maken is een, er actie op ondernemen is twee. Om in actie te komen, moest ik tijd vrij maken. Dat gebeurde ook en zo kwam het boek er uiteindelijk.

In het boek: Als ik nee zeg, voel ik me schuldig, vond ik een interessante gedachtegang. Het verschil tussen iets willen en iets behoren.

Op moeten zit een bijsmaak. Mijn kind zegt altijd: ‘ik moet niks en mag alles.’ Maar soms is moeten wel noodzakelijk. Er is een verschil tussen willen, moeten en behoren.

In mijn geval wilde ik een boek schrijven en dat betekende dat ik tijd moest vrijmaken. Het wordt dan: ik wil een boek schrijven, dus ik moet tijd vrijmaken.

In dit geval is moeten het gevolg van een verlangen, iets wat je graag wilt, volgen. Het moeten zal dan ook niet zo’n probleem zijn.

Het wordt anders als je moeten voorop stelt. Iets wat je van jezelf moet om te voldoen aan een regel of norm (meestal van een ander). Bijvoorbeeld:

Ik moet werken, want ik behoor een baan te hebben.

Ik moet voor de kinderen zorgen, want ik behoor dat als moeder te doen.

Ik moet een boek schrijven, want dat behoor ik te doen als ondernemer die serieus genomen wil worden.

Het helpt mij om onderscheid te maken in welke verlangens echt vanuit mezelf komen en welke verlangens van anderen komen.

Je zou voor jezelf een rijtje kunnen maken van alle dingen die je wilt en wat daarvoor nodig is om het te bereiken. Je gebruikt dan:

Ik wil, dus ik moet..

En vervolgens ook een rijtje van alles dat je behoort te doen. Je gebruikt dan:

Ik behoor, dus ik moet…

Goed om even naast elkaar te zetten en keuzes te maken.

Als je straks ergens aan het genieten bent in de zon, op welke plek dan ook, dan ben je in staat om van een afstand naar jezelf te kijken en is het de moeite om dit rijtje eens te maken. Wie weet welk inzicht het jou oplevert.

Deel jouw inzicht gerust met mij, dat kan in een reactie hieronder.

Niet groots betekent niet automatisch dat je jezelf kleinhoudt.

Groots, dat is wat het moet zijn. Jouw bedrijf. Jouw droom. Jouw leven. Als het niet groots is, dan houd jij jezelf tegen. Dan durf je nog niet voluit te gaan. Dan is er nog iets om aan te werken.

Ik geloofde dit echt.

Ik zocht naar de overtuiging die me tegenhield om op een groot podium te willen staan.
Ik zocht naar de overtuiging die me tegenhield om altijd heel uitbundig te reageren.
Ik zocht naar de overtuiging die me tegenhield om impact te maken in de wereld.

Ik vond ze niet.
Misschien zocht ik niet hard genoeg.
Ik vond wel iets anders.

Ik wil niet groots. Ik wil niet uitbundig en bombastisch.

Niet omdat ik mezelf klein houd. Juist omdat ik mezelf niet klein houd. Als ik mezelf klein zou houden, dan zou ik nog steeds denken dat ik al die dingen moet willen. Omdat ze nu eenmaal een bepaalde norm lijken.

Er waren twee boeken die mij aan het denken zetten. Hoewel ze in de basis hier niets mee te maken lijken te hebben.

De eerst was: als ik nee zeg, voel ik me schuldig. Daardoor realiseerde ik me dat ik nog meer mag leven naar mijn eigen normen en waarden. En dat ik dus gewoon dingen mag willen. En pas als je weet wat je wil, dan kun je je eigen regels maken. Als je niet weet wat je wilt, dan voeg je je automatisch aan de regels van anderen. Dat geeft wrijving. Je durft geen nee te zeggen omdat je ook niet weet wat je dan wel wilt, dus doe je maar gewoon wat de ander van je vraagt.

Het tweede boek was: Introvert Power. Waarbij ik me nog meer realiseerde dat wij in een extroverte samenleving leven. Ik schreef er eerder deze blog over. En dat introversie altijd wordt neergezet als de minderheid. Terwijl uit de data waarop de schrijfster van dit boek zich baseert blijkt dat de verdeling 50%-50% is. Dat maakte dat ik me realiseerde dat waar ik me wel prettig bij voel, ook prettig is voor heel veel andere mensen.

Dat ik het prima vind om thuis te werken. Ook toen ik nog in loondienst werkte, het thuiswerken voelde als een oase van rust. Als ik bij andere mensen ben, voel ik hen aanwezigheid. Zodra ik thuis ben, in mijn veilige ruimte dan voelt het alsof er een last van mijn schouders valt.

Als ik de bibliotheek binnen loop, dan loop ik niet een stille saaie ruimte binnen. Dan loop ik een wereld vol magische verhalen binnen. Dan voel ik me vanbinnen opleven, al zie je dat misschien niet aan de buitenkant. Dan kan ik niet wachten om in die andere werelden te duiken en mezelf er helemaal in onder te dompelen. Dat is nu zo. En dat was als kind ook al zo.

Groots zijn kan ook van binnen zitten. Het gaat om groots in je authentieke ik stappen. Wat de vorm dan ook is. Welke uitdrukking geef jij aan jezelf?

Dat je niet van dingen houdt, ze niet wil of ambieert betekent niet vanzelf dat je te bescheiden bent of jezelf kleinhoudt. Je weet zelf wel of het een smoesje is om in je comfortzone te blijven of dat je naar de normen van anderen aan het leven bent.

Ongetemd

Ergens in mij leeft nog steeds het kleine meisje dat met blote voeten over het gras rent. Dat zich niet druk maakt over haar zwarte voetzolen op de witte overtrekhoes van haar bed. Dat ’s nachts uit bed springt, omdat ze een idee heeft dat opgeschreven moet worden.

Dat kleine meisje weet precies wat ongetemd is. Ze hoeft er niet over na te denken. Ze leeft het.

En dan gebeurt er van alles in je leven.

Misschien was er een leraar die zei dat je niet zoveel moet kletsen, waardoor je vaker je mond hield.
Of zei je moeder dat je een aansteller was als je jouw tranen liet rollen, waardoor je je tranen inslikte.
Op je werk zei je leidinggevende dat werk nu eenmaal niet leuk was, waardoor je ging geloven dat werk een noodzakelijke kwaad is.
Misschien zei je vader dat het goed met hem ging terwijl je wat anders voelde, waardoor je jouw gevoel ging wantrouwen.
Of noemde een collega jouw directheid botheid waardoor je niet meer rechtstreeks durfde te zeggen wat je werkelijk vond.
Misschien zei je partner dat je geen reden hebt tot somberheid omdat je alles hebt wat je hartje begeert, waardoor je jouw sombere gevoelens ging verstoppen onder een glimlach.

Deze ervaringen zorgen ervoor dat je je gaat aanpassen. Dat jouw ongetemde ik ondergronds gaat. Dat je versies van jezelf gaat creëren die aan de verwachtingen van anderen voldoen. Dat je voor elke situatie wel een versie van jezelf hebt die je naar voren schuift. Allemaal om jou te beschermen. Omdat je niet meer gekwetst wil worden.

Het werkt niet. Wat gekwetst worden is onvermijdelijk. Het gebeurt en blijft gebeuren. Hoeveel nieuwe versies je ook bedenkt.

Je mag daarmee ophouden. En jezelf er telkens weer aan herinneren. Dat doe je door beetje bij beetje de ongetemde versie van jezelf toe te laten. Luisteren naar de innerlijke stem. Luisteren naar de verlangens van jouw innerlijk kind. Naar de verlangens van de goddelijke moeder in jou. Naar de verlangens van de wijze vrouw in jou. Alsof je als een leeuw over de Afrikaanse savanne waakt.

Waarom mensen niet reageren (op wat jij schrijft)

Je herkent dit gevoel vast. Al zal je er niet trots op zijn. Ik herken het gevoel ook. Het is denk ik voor het eerst dat ik hier iets over schrijf.

Als je iets van jezelf naar buiten brengt, of dat nu in je business, in een boek of in een blog is, het roept altijd een reactie op (bij zender en/of ontvanger).

Het liefste wil je natuurlijk dat klanten voor je in de rij staan. Dat je wachtlijsten moet hanteren. Dat je boek als vanzelf een bestseller wordt of dat je blog spontaan viraal gaat.

Dit alles gebeurt vaak niet. Dan zijn we teleurgesteld in ons zelf. Het ‘niet goed genoeg gevoel’ steekt de kop op. En als dat lang genoeg duurt, ga je het ook nog geloven. Je raakt dan steeds verder weg van wat je wilt. Juist het tegenovergestelde gebeurt.

Dat komt omdat je dan behoeftig bent. Jij hebt iets nodig van jouw publiek. Je hebt hun waardering en erkenning nodig. Dat voelen ze. En dan rennen ze heel hard bij je weg. Vervolgens geloof jij nog harder dat je niet goed genoeg bent en voor je het weet doe je helemaal niets meer. Behalve jezelf verstoppen onder een grote deken.

Het eerste wat je kan doen, is je behoeftigheid opmerken. Als je iets de wereld in brengt, een blog, een boek, een nieuwe training, een workshop, een social media bericht, welke intentie zit daar dan achter?

Doe jij dat vanuit behoeftigheid? Wil je iets ontvangen? Wees hierin echt heel eerlijk naar jezelf. Het is niet makkelijk om dit toe te geven. Jij bent hierin niet alleen. Ik heb zo vaak iets gedeeld, in een zucht naar waardering. Omdat ik ergens nog geloofde dat ik er alleen toe deed als anderen mij waardeerden. Als dit het geval is, deel de blog dan niet. Geef die training niet.

Jij hebt op dit moment iets nodig van de ander. Terwijl jouw publiek iets nodig heeft van jou. Als jij naar een concert gaat, ben jij daar om de muziek, de dans in ontvangst te nemen. Diegene die optreedt, weet dat. Jij bent hier de artiest. Jij hebt niets van het publiek nodig. Jij bent nodig voor het publiek.

Ga eerst aan de slag om je gevoel te shiften van ontvangen naar geven. Van nodig hebben naar nodig zijn. Door erover te schrijven. Begin met de zin: als ik heel eerlijk ben…

Als je deze behoeftigheid hebt geshift (en dat gebeurt wellicht niet meteen, dan is er meer oefening nodig), dan ben je in staat het publiek te geven wat ze van jou verlangen. Dan geef jij. Dan ben jij van dienst. Dan lever jij een bijdrage. Als je vanuit die plek, vanuit die energie, jouw verhaal vertelt komt het altijd aan. Dan raakt het de harten van jouw publiek. Dan geef jij ze waar ze voor gekomen zijn.

Dan voel jij je ook de artiest, de schrijver, de businessvrouw, de adviseur, de leraar, de kunstenaar, etc. Welke rol je ook op je neemt, vanaf die plek ben je ontzettend krachtig.

Het lukt niet: van ploeteraar naar zondagskind.

Najaar 2015. Niets lukte. Alles wat ik aanpakte, leek gedoemd te mislukken. Althans zo voelde het. Achteraf gezien, bleek het allemaal best mee te vallen. Maar daar heb je op dat moment niet zoveel aan.

Binnenkort ga ik verhuizen en bij het opruimen kwam ik mijn oude basisschoolrapporten tegen. Ik keek er even in en zag bijna alleen maar hoge cijfers. Ook mijn diploma van de HEAO en de universiteit kwamen voorbij, ook best hoge cijfers. Het interessante is, dat ik mezelf zag als een ploeteraar. Als iemand die hard moest werken om iets te bereiken. In de praktijk was dat helemaal niet zo, want ik had een hekel aan huiswerk maken. Dus dat raffelde ik vaak af. Op het hbo waren de tentamenwerken als vakantieweken voor mij. Ik vond het uitermate relaxed en begon een dag voor het tentamen met het doorlezen van mijn aantekeningen en dat was het. Ik heb zelden het hele boek gelezen.

In plaats van een ploeteraar, was ik iemand die het allemaal gemakkelijk afging.

De ploeteraar in mij had ook altijd het gevoel dat ik er niet uithaalde wat er in zat. Dat gevoel heb ik tot enkele maanden geleden nog gehad.

Ik had altijd het gevoel dat er meer in me zat dan eruit kwam. Het beeld dat ik van mezelf had als ploeteraar blokkeerde mij.

Want ik werkte al zo hard.
Ik deed al zo veel.
En toch had ik maar zo weinig succes.

Zelfs het schrijven van mijn boek, vond ik een hele kluif op dat moment.

Als ik nu terugkijk, heb ik in 3 maanden een roman geschreven. Terwijl ik nog nooit eerder een roman had geschreven. Geen enkele training daarin heb gevolgd. Het enige wat ik heb gedaan is een paar boeken voor de helft gelezen en daaruit de belangrijkste punten gepakt en het gewoon gaan doen.

Ik mail een uitgever en krijg meteen een ja. En dan nog jezelf een ploeteraar noemen. Iemand zei ooit tegen mij: ‘jij bent een zondagskind.’ Snapte ik niets van. Ik was een ploeteraar.

Nu snap ik het. Ik ben inderdaad een zondagskind.

En pas toen ik dat ging zien. Was ik in staat om echt mijn best te doen. Niet vanuit het moeten ploeteren. Maar vanuit de wens om eruit te halen wat er in zit. Om iets te doen met het talent dat mij gegeven is.

Als je het idee hebt dat je aan het ploeteren bent, werk je vanuit die energie. Dan voelt alles zwaar en te veel. Dat voelt het alsof je met grote regenlaarzen door de modder loopt. Bij elke stap wordt je vastgezogen en op je plek gehouden. Als je het idee van de ploeteraar van je af kan schudden, dan loop je op blote voeten door het gras. Licht, veerkrachtig, vooruit bewegend.

Ik heb mijn laarzen uitgedaan en op blote voeten gaan huppelen. Dingen gaan mij makkelijk af en dat is oké.

Weet je wat je vasthoudt om een ploeteraar te zijn? Wat levert het jou op?

Als je ergens hard voor gewerkt hebt, dan krijg je waardering. Dan hebben mensen respect voor je. Kijk maar even. Voor wie heb je meer respect? Iemand die hard werkt met bloed zweet en tranen en daardoor een succesvol bedrijf heeft opgebouwd of iemand die 1 keer een staatslot koopt en meteen de hoofdprijs wint? De een oogst waardering, de ander jaloezie.

Ergens gaandeweg ben ik gaan geloven dat het beter is om een ploeteraar te zijn, dan een zondagskind. Nu mag dat losgelaten worden.

Het zondagskind mag naar voren treden. Ze mag laten zien waar ze goed in is. Ze mag er plezier in hebben. En ze mag het beste uit haar zelf halen, gewoon omdat het haar voldoening geeft. Omdat het haar gelukkig maakt. Ze hoeft niet meer te ploeteren.

De pijn van het vrouw zijn

In mijn werk voelde ik mij altijd beter op mijn gemak bij mannen dan bij vrouwen. Met mannen werken was het makkelijk, ongecompliceerd en ik wist waar ik aan toe was. Net zoals ik vroeger als kind bij mijn vader ervaarde. Als ik een onvoldoende had, vertelde ik het aan hem. Voor mijn moeder hield ik de onvoldoende het liefste verborgen.

Toen ik het verlangen volgde om mijn persoonlijke verhaal op te schrijven en uit te brengen in een boek, was er een diepgewortelde pijn in mijzelf aan het licht gekomen. De pijn van het vrouw zijn. In mijn roman Moederwond gaat het over de relatie moeder en dochter. En alle generaties daarvoor die deze pijn ook hadden ervaren.

Toen ik hierover schreef, wist ik dat het klopte. Alles viel op zijn plek. Doordat ik was afgereisd naar de wildernis, ontdekte ik dat ik niet bang hoefde te zijn. Dat ik sterk genoeg was om de wildernis te overleven, sterker nog dat het misschien wel mijn thuis was. Dat had de plek was waar ik het ongetemde, wilde deel in mezelf ontdekte. De essentie van het vrouw zijn.

Ik zag het weinig in verhalen om me heen. Ze waren er wel, zoals het boek Ongetemd Leven van Glennon Doyle of het boek Wild van Cheryl Strayed. Maar niet in die mate als er verhalen over mannen waren. En dan heb ik het over het mannelijke en niet specifiek man-zijn.

Toen ik las over hét storytellingformat op basis van onderzoek van Joseph Campbell, wist ik waarom.

Joseph Campbell heeft talloze mythen en sagen bestudeerd. Daaruit is een ‘verhalenformat’ gekomen: de reis van de held. Een archetypische reis die de held maakt in 12 stappen. De held is mannelijk. Dat wil zeggen dat het mannelijkheid vertegenwoordigt.

Deze verhalen gaan over strijd, succes, sterk zijn en over een beloning krijgen. Later ontdekte ik dat er ook een format is voor de archetypische reis van de vrouw.

Toen ik mijn roman schreef wist ik niets van deze archetypische reis af, toch maakte ik wel zo’n reis.

Een patroon dat veel vrouwen herkennen. En er is wel aandacht voor dit patroon voor vrouwen, maar nauwelijks in verhalen. Dat wordt er vanzelfsprekend teruggepakt op het verhalenformat van Joseph Campbell: de reis van de held. En daarbij mis je het vrouwelijke.

Ik heb de verschillen op een rijtje gezet in deze pdf

Het is tijd dat er meer aandacht is voor het vrouwelijke in verhalen. Dat de verhalen over innerlijke reizen, vaker worden verteld. In boeken, maar zeker ook in het ondernemerschap. Voor vrouwen, maar zeker ook voor mannen. Voor onze dochters, maar zeker ook voor onze zonen.

Ophouden met dienstbaar zijn

Liever luisteren? Dat kan hier.

De deelnemers van mijn training story intensief zijn druk bezig met het schrijven van hun boek. En doordat ik ze begeleid aan de hand van een verhalenformat voor de vrouwelijke archetypische reis, kom ik veel van mezelf tegen.

Een daarvan is: dienstbaarheid

In het archetypische verhaal is de hoofdpersoon ervan overtuigd dat ze dienstbaar moet zijn aan anderen om aardig gevonden te worden, om geaccepteerd te worden in haar wereld. Dit botst met haar verlangen om haar eigen dromen waar te maken. Want als zij haar persoonlijke autoriteit gaat claimen, bestaat er de kans dat ze anderen kwetst. Dat wil ze voorkomen.

Dus is ze dienstbaar, houdt zichzelf kleiner dan ze is.

Je leest wel vaker dat je als vrouw groot mag dromen, jezelf niet klein hoeft te houden. Dan gaat het vaak om zichtbaar zijn in je bedrijf. Spreekwoordelijk op het podium durven springen. Maar daar wringt het meestal niet. Ze heeft misschien wel een probleem met zichtbaarheid, maar dat wordt niet opgelost door nog meer op haar bedrijf te focussen.

Ze is namelijk dienstbaar aan haar eigen wereld. Dat is de wereld waarin ze is opgegroeid, bij een bepaald gezin of in een bepaalde cultuur. Dat is de basis voor haar overtuigingen. Dat heeft gevormd wat zij belangrijk vindt. Dat draagt zij mee. Zij wil dienstbaar blijven aan die wereld.

Zo leerde ik van mijn moeder dat ik tijdens mijn eerste vakantiebaantje koffie moest gaan halen voor mijn collega’s. Dat werkt prima als 15-jarige. Je maakt snel vrienden op de werkvloer. Maar als 42-jarige werkt het niet. Er moet een moment zijn dat je dienstbaarheid voor anderen loslaat en dienstbaarheid naar jezelf voorop zet.

Dat leren we niet. Want toen ik 15 jaar was, was het mijn moeder die dat tegen mij zei. Nu is het misschien mijn partner. Of mijn schoonmoeder. Of een opdrachtgever.

Dienstbaarheid kan lang voor je werken. Het maakt dat jij misschien de rechterhand wordt van de directeur. Dat je daardoor veel waardering krijgt op je werk. Het maakt je geliefd binnen de familie als jij altijd degene bent die etentjes organiseert. Het maakt misschien dat opdrachtgevers vol lof over je spreken omdat jij altijd zo snel reageert en hun problemen meteen oplost. Dat kan je een fijn gevoel geven. Maar is die waardering ook onvoorwaardelijk?

Of moet jij altijd blijven geven in ruil voor waardering?
Ben jij afhankelijk van deze waardering?

Dit is het moment op dienstbaarheid op te geven.

Om te voelen wat jij verlangt. Om daarin keuzes te maken ongeacht wat anderen ervan vinden.

Volg de weg van plezier en niet die van dienstbaarheid. Je kan anderen plezieren en jezelf, maar dat is tijdelijk. Uiteindelijk moet je kiezen.

Kies jij voor jouw plezier of voor het plezier van de ander?

Als je kiest voor jouw plezier, laat je jouw afhankelijke wereld los. Je ziet in wat jou al die tijd heeft tegengehouden en laat het los. De weg is vrij naar een leven vanuit je authentieke zelf waarin je jouw dromen waarmaakt en jouw verlangens volgt. Om uiteindelijk getransformeerd terug te keren naar jouw wereld en deze wereld lichter te maken.

Ik ben benieuwd: herken jij dit bij jezelf? Of juist helemaal niet? Deel het gerust met me in een reactie onder dit bericht.

5 Verhalen die jij kan vertellen in jouw bedrijf

Liever luisteren? Dat kan hier.

Jouw leven is een verhaal en je bent zelf de schrijver ervan. Je komt dat weleens tegen op een tegeltje op Instagram. Je wordt dan opgeroepen je eigen verhaal te herschrijven. Maar wat betekent dit nu echt? En waarom zou je het doen?

Je hebt misschien weleens gehoord van de Reis van de Held van Joseph Campell. Zo niet, geen paniek, ik leg het even uit. Uit talloze mythen en sagen heeft hij een blauwdruk voor een verhaal gehaald. Dat heeft geresulteerd in twaalf stappen. De stappen die de held in het verhaal doorloopt. De held is een mannelijke archetype. En de meeste verhalen vormen dit format. Simpelweg omdat de meeste verhalen uit de oudheid verteld werden door mannen. Vrouwen hadden het veel te druk met zorgen en werken op het land (aldus Joseph Campbell zelf).

Deze archetypische verhalen zitten in ons collectief onderbewustzijn. Zonder dat wij het beseffen, leven wij deze verhalen. Zoals je een boek leest of een film kijkt waarvan je denkt: dit gaat over mij. Dat komt omdat jij je dan herkent in het archetype.

Die herkenning maakt meteen duidelijk wat de kracht van verhalen is. Omdat levens archetypische verhalen zijn, vormen ze ook de structuur van zo’n verhaal. Als je je daar bewust van bent, kun je dit gebruiken. In de zin dat je gaat inzien dat bepaalde fasen in jouw leven, onderdeel zijn van het verhaal. Dat jij niet de enige bent die ze doormaakt, maar dat ze juist universeel zijn. Als je hierover schrijft, raak je mensen op onbewust niveau.

Ik heb vijf verhalen voor je die je kan delen in jouw bedrijf.

  1. Een droom die je hebt waargemaakt
  2. Iets waar je boos om bent
  3. Iets dat jou opvalt in jouw vakgebied
  4. Een keerpunt in jouw leven
  5. Oplossing die jij toepast

Ik heb een pdf gemaakt met:

  • Deze vijf onderwerpen
  • Hulpzinnen die ervoor zorgen dat je meteen gaat schrijven.
  • Wat het je oplevert om dit verhaal te vertellen.

Je kan ze hier downloaden (zonder invullen naam en e-mailadres)

Download de pdf hier

Schrijf je zo’n verhaal en deel je het? Tag mij dan op Instagram @gwynethleermakers of op Facebook @gwynethleermakerspagina. Ik ben erg benieuwd!

Liefs,

Gwyneth

Nieuwsbrief Labyrint

Benieuwd hoe mijn nieuwsbrief Labyrint eruitziet? Lees de laatste hier.