Labyrint

Voor wie wil floreren – maar niet ten koste van wat er écht toe doet. Over mentaal welzijn, keuzes die kloppen en de kracht van betekenisvol leven en werken.

Wie ben jij als niemand meekijkt?

Als niemand meekijkt….

…zing ik luidkeels mee met de radio.

…dans ik in mijn keuken.

…kijk ik in joggingbroek alle seizoenen van Sex and the City.

…schrijf ik alsof ik al jaren boeken schrijf.

…loop ik op blote voeten door het zwarte zand.

…eet ik een mislukte taart gewoon op.

…laat ik de afwas de hele dag op de aanrecht staan.

…draag ik geen lenzen, geen make-up en geen beha.

…lach ik ongeremd.

…laat ik mijn tranen stromen.

…voel ik me vrij.

 

Wie ben jij als niemand meekijkt?

Rusteloosheid – hoe kom je ervan af?

Ik zwaai mijn dochtertje uit en ze vertrekt met mijn moeder naar de Efteling. Ik doe de voordeur dicht en loop naar binnen. En dan ineens is het daar. Een gevoel van rusteloosheid. Haastig gaan mijn ogen alle hoeken van de kamer af. Vlug raap ik wat speelgoed op van de grond. Ik prop de wasmachine vol met was. De radars in mijn hoofd gaan razendsnel. Hoe kan ik dit plotseling stukje tijd voor mezelf zo goed mogelijk invullen?

Ontwijkend gedrag

Ik dacht alleen maar aan doen. Opgejaagd door mijn rusteloosheid. En het gevoel dat ik deze spaarzame tijd nuttig moest besteden, bleef ik zoeken naar ‘iets te doen’.  Natuurlijk had ik genoeg te doen. Ik kon een blog gaan schrijven, werken aan een opdracht voor een klant, de vloer dweilen, de keukenkastjes opruimen, gaan hardlopen, winkelen. Genoeg te doen. De enige reden waarom ik echt iets wilde doen, was om het rusteloze gevoel te laten verdwijnen. Ik zocht afleiding om maar niet met mijn rusteloosheid opgescheept te zitten. Dit was niet de eerste keer dat ik het deed. Eigenlijk deed ik het al zo lang ik me kon herinneren. Altijd druk bezig, om maar niet te hoeven voelen.

Boomerang-effect

Als je het gevoel blijft wegduwen, blijft het terugkomen. Net een boomerang. En hoe harder je het wegduwt, hoe venijniger het terugkomt. Er is geen trucje om er vanaf te komen. Nou ja, de truc is misschien om er niet vanaf te willen komen. Om het gevoel er gewoon te laten zijn. Makkelijker gezegd dan gedaan. Toch is er wel iets wat je kan doen of niet-doen.

Patroon herkennen

Het begint met het herkennen van je gedrag. Eet jij die chips omdat je er echt trek in hebt of probeer je iets te vermijden? Ben je ineens heel fanatiek aan het schoonmaken omdat het echt nodig is of is er iets anders aan de hand? Wat helpt bij het herkennen van patronen is bewust ademhalen. Adem een paar keer diep in en uit. Sta even stil en observeer. Als je dit een paar keer per dag doet, zul je merken dat je patronen zichtbaarder worden.

Accepteren

Als je een patroon bij jezelf herkent is het belangrijk om jezelf geen verwijten te maken. Ga jezelf niet veroordelen. En het lijkt misschien paradoxaal, maar veroordeel ook het veroordelen niet. Bij mij gaat dat ongeveer zo. De plotselinge vrije tijd maakt dat ik driftig in mijn huis loop. Ik heb gedachten als ‘Wat ben je nu aan het doen? Geniet gewoon van de extra tijd,’ en ‘Houd op met die kritiek, dat helpt echt niet. Waarom doe je dat altijd?’ Het gaat er niet om dat je deze gedachten wilt veranderen of wilt laten verdwijnen in een magische hoge hoed. Het gaat erom dat je accepteert dat ze er zijn. Laat het er zijn en haal een paar keer diep adem.

Loslaten

Als je jouw gevoelens en gedachten accepteert zoals ze zijn, ben je in staat ze los te laten. En dat is niet iets wat je kan doen. Dat is iets wat gewoon gebeurt. Wat je kan doen is het herkennen van het patroon en het accepteren van alles wat je denkt of voelt. Als dat lukt, dan gaat het loslaten vanzelf. En het is niet makkelijk. Maar je kan oefenen en het enige wat je daarvoor hoeft te doen is je aandacht brengen naar je ademhaling. Gewoon wanneer je eraan denkt. Meer niet.

Nadat ik het speelgoed van de grond had geraapt en de was aan had gezet. Ben ik gaan zitten. En heb ik me geconcentreerd op mijn ademhaling. Ik voelde hoe mijn hart te keer ging en ik liet alle gedachten over lui zijn gewoon voorbij komen. Toen mijn rusteloosheid was gezakt, ben ik gaan schrijven. En zo heb ik genoten van mijn paar uurtjes extra tijd. Ik heb ze ingevuld met willen en niet met moeten.

Wat als je geen passie hebt?

Doen wat je leuk vindt, je passie volgen, je droom leven, je hart volgen. Je kan er echt niet om heen. Het is overal en iedereen doet het. Maar wat als je geen passie hebt? Als je iedereen hoort over je hart volgen, maar jij weet niet eens waar je warm of koud van wordt?

Overschatting

Het lijkt tegenwoordig wel of je een passie moet hebben. En als je er niet je werk van hebt gemaakt, dan moet je op z’n minst een gepassioneerd hobbyist zijn. Waarom eigenlijk? Is het niet allemaal erg overtrokken? Nog niet zo heel lang geleden was ik me helemaal niet bewust van mijn passie. Ik wist dat ik het leuk vond om te schrijven, maar het was zo vanzelfsprekend dat ik het geen passie zou noemen. Het was gewoon iets wat ik altijd deed. En terwijl ik bleef schrijven, bleef ik zoeken naar mijn passie. Want dat moest toch op z’n minst iets groots en meeslepends zijn. Dat is het dus niet. Het is een overschatting van het woord. Van Dale noemt het hartstochtelijke liefhebberij. Iets wat je doet vanuit liefde, gewoon omdat je het zo leuk vindt. Dat is alles. Niets meer, niets minder.

Stop met zoeken

Ik kan je aanraden om een energiedagboek bij te gaan houden. Opschrijven van welke dagelijkse activiteiten je wel energie krijgt en van welke niet. Maar dat doe ik niet. Misschien werkt het voor je, misschien ook niet. Wat het in elk geval met je doet is dat je blijft zoeken. Je probeert een passie te ontdekken door erover te denken. Ik geloof niet dat het zo werkt. In plaats daarvan kun je beter besluiten om te stoppen met zoeken naar je passie. Alles wat je nodig hebt, bezit je al. Maar dat zegt niets, als je niet weet waar je hart een sprongetje van maakt. En beseffen dat je alles al in je hebt maar er op de een of andere manier geen toegang tot hebt, is ronduit frustrerend.

Uit je hoofd gaan

Wat wel helpt is om ‘uit je hoofd te gaan’. Dat doe je natuurlijk niet door dat tegen jezelf te zeggen. Of nog erger, jezelf te bekritiseren als het niet lukt. Wat helpt is om je aandacht te verplaatsen van denken naar voelen. Als je nu op de bank zit, kun je je aandacht richten op je lichaam. Voel hoe je lijf in de bank zit, welke lichaamsdelen de bank raken. Een andere manier is je aandacht op je ademhaling te richten. Of als je loopt je aandacht richten op je voetzolen en voelen hoe je voeten de aarde raken, elke stap opnieuw. Probeer niet je gedachten stop te zetten. Zodra een gedachte je meeneemt, breng je aandacht dan weer terug. Dat hoeft echt niet de hele dag. Probeer het gewoon als je er aan denkt. Het is geen punt op je to do lijst.

Vertrouwen

Als je vaker de stilte tussen je gedachten ervaart, ontstaat er ruimte. Je raakt meer vertrouwd met je innerlijk. Hoe meer tijd je daar doorbrengt, hoe vertrouwder het wordt. Je wordt rustiger. De neiging om te zoeken wordt minder. Je leert steeds beter te vertrouwen op het leven zelf. Je laat de controle los en beseft dat het helemaal geen zin heeft om naar een passie te zoeken. Je leert luisteren naar je innerlijke stem en je leert er zelfs op te vertrouwen.

Neem signalen serieus

Ooit zei iemand tegen mij: ‘Waarom schrijf jij eigenlijk geen boek?’ Ik veegde het voorstel meteen van tafel. Maar mijn lijf ging als een gek te keer. Mijn hart bonsde in mijn keel en de zenuwen gierden door mijn buik. Dit raakte iets in me dat zo heftig was dat mijn lijf erop reageerde. En ik heb de signalen nog vaak genegeerd. Maar ze bleven terugkomen.

Iets gaan doen

Als je vertrouwen hebt, ben je gesterkt. En vroeg of laat zal er iets in je gedachten komen dat je nieuwsgierigheid trekt. Heb dan de moed om het te volgen. Onderzoek het. Verken het. Begin gewoon met iets te ondernemen, hoe klein ook. En blijf de signalen van je geest, lichaam en ziel volgen.

En misschien ontdek je – net als ik – dat hetgeen andere passie noemen voor jou de gewoonste zaak van de wereld is. Dat het iets is dat jij altijd al hartstochtelijk lief had, zonder dat je het wist.

Stel je voor dat het zo eenvoudig is

‘Het is heel simpel. Als de doos met briefpapier bijna op is, bestel ik nieuwe. Het hoeft niet moeilijker gemaakt te worden dan het is,’ zei ik. ‘Jij denkt er wel heel makkelijker over. Zo werkt het natuurlijk niet. Dat snap je zelf ook wel,’ zei mijn collega. En de discussie duurde nog even voort. Aan het einde ervan voelde ik me naïef en misschien zelfs dom. Het zal wel allemaal wat ingewikkelder in elkaar hebben gezeten, dan het meisje met de blonde krulletjes dacht.

Beginnergeest

Nu ruim 6 jaar later, denk ik niet meer dat ik naïef ben. Ik noem het onbevangen, of zoals ze in de mindfulness zeggen; de beginnergeest. Als je voor het eerst naar iets kijkt, ben je niet gehinderd door kennis. Je bent de beren nog niet tegengekomen. En je bent enthousiast en gemotiveerd. Als een jonge hond, zeggen ze dan.

Kunstje voor applaus

En eigenlijk leren we al vrij snel dat we ons niet lmoeten gedragen als een jonge hond. We moeten aan het lijntje lopen. We moeten gehoorzamen en doen wat het baasje zegt. En het liefste voeren we kunstje uit op commando. Dan ontvangen we applaus en kwispelen we blij. We voeren steeds hetzelfde kunstje op en we worden er steeds beter in. Tot we oud en moe zijn en de joie de vivre ver te zoeken is. We zijn zelfs te moe voor ons kunstje waar we ooit zoveel bewondering voor kregen.  We weten niet meer hoe het is om te spelen, om iets voor het eerste te doen. We zijn uitgeblust en laten het erbij zitten.

Onszelf moeilijk maken

Ik heb het idee dat we sommige zaken onnodig complex maken. En doordat het zo ingewikkeld is geworden, zien we niet meer waar het echt om gaat. We verliezen onszelf in het bedenken van computersystemen die ons leven gemakkelijker zullen maken. In het managen van sportlessen, uitjes, vakantie, school, kinderopvang. Alles moet in een vat gegoten worden. Georganiseerd en uitgedacht. We voeren ons kunstje op en proberen het steeds beter te doen. We streven beheersing na en misschien wel perfectie. Maken we het onszelf hier niet ontzettend moeilijk mee?

Eenvoud

Ik geloof dat het anders kan. Daar is moed voor nodig. Want stel je voor dat het leven eigenlijk heel eenvoudig is? Dat wij het onszelf moeilijk maken door niet te luisteren naar onze innerlijke stem. Door geen gehoor te geven aan diep gekoesterde wensen. Door subtiele signalen in de wind te slaan en af te doen als toeval. Stel je voor dat het enige wat wij hoeven te doen is ons overgeven. Overgeven aan het leven. Meebewegen en ondergaan. Net zoals de natuur dat doet. Het gaat om moed. De durf om los te laten en te vertrouwen dat het leven jou geeft wat je nodig hebt.

Het leven is niet ingewikkeld. Laat niemand je ooit doen geloven dat je naïef bent. Koester je onbevangenheid en speel!

 

 

Vaarwel zeggen en afscheid nemen

Als een dierbare overlijdt, beseffen we allemaal dat we afscheid moeten nemen. En dat we tijd nodig hebben om te rouwen. Ons hart is vol ongeloof, verdriet en onmacht. We staan het verdriet toe, we kunnen niet anders.

Bij doodgaan hoort een rouwproces. We accepteren dat. We rouwen om een verlies. En gelukkig hebben we niet dagelijks te maken met het sterven van een dierbare. Toch verliezen we vaak iets in het leven. Zo kunnen we onze baan verliezen waarvan we ooit zo hielden. We kunnen een vriendschap verliezen die ooit zo waardevol was. We kunnen ons huis verliezen waarin onze kinderen geboren zijn.

Soms zijn we blij met de verandering die verlies met zich meebrengt. En soms doet de verandering vooral pijn. Ongeacht blijdschap of pijn, verlies is er altijd. Bij elke verandering laat je iets achter. Zowel op uiterlijk als op innerlijk vlak. Bij een ander huis, verlies je je thuis. De plek van mooie en minder mooie herinneringen. Het duurt even voordat je beseft dat je thuis in je hart is. En dat thuis overal kan zijn. Het heeft even tijd nodig.

Vaak staan we onszelf niet toe om die tijd te nemen. De tijd om te rouwen, om afscheid te nemen. Om terug te denken aan een fijne tijd. Zo ben ik vergeten om afscheid te nemen van mezelf als carrièrevrouw.  Van het toekomstbeeld dat ik voor ogen had. Ik stortte me meteen op iets nieuws. En ook al geeft dat nieuwe me plezier en voldoening, ik voel dat ik iets achter laat. Iets waar ik eigenlijk een beetje verdrietig om ben. Daarom heb ik even bewust stil gestaan bij dit afscheid. Heb ik mooie herinneringen opgehaald. Het was een afscheid in besloten kring.

Misschien wil jij ook afscheid nemen van iets? Even stilstaan bij wat je achter laat. Herinneringen ophalen. Vaarwel zeggen tegen de dingen die nooit meer hetzelfde zullen zijn. Alleen dan kan je met frisse moed vooruit.

Hoe krijg je inspiratie? 3 Tips

‘Je bedenkt geen nieuwe producten van achter je bureau. Pak je tas, we gaan,’ zegt Berry tegen me. Ik werkte als marketing manager bij een voedingsmiddelenfabrikant en zat aan mijn bureau vastgeplakt. Berry was er productontwikkelaar, alias ‘de Chef’. Hij nam me mee naar buiten. We reden een rondje langs supermarkten. We bekeken producten van de concurrent, voelden aan verpakkingen en maakten foto’s van alles wat we bijzonder vonden.

Inspiratie komt ongelegen

Eigenlijk kon ik toen alleen maar denken dat ik zo snel mogelijk terug moest naar kantoor. Want ik moest nog een klantpresentatie maken en een nieuwsbrief schrijven. Inspiratie op doen, deed ik wel in het weekend. Maar inspiratie heeft lak aan werktijden. Het houdt geen rekening met van 9 tot 17 uur. Het komt en het gaat, het liefst ongelegen. Als het bijna half 9 is en je staat nog niet op het schoolplein. Als je nog precies 15 minuten hebt voor een uur werk. Of als je eindelijk aan het genieten bent van dat ontspannende bad waar je zo naar verlangde.

Op afroep

Nadat Berry mij nog vele malen van achter mijn bureau had geplukt, leerde ik een eigen routine voor inspiratie. En hij heeft gelijk, inspiratie krijg je niet als je achter je bureau blijft zitten. Inspiratie, daar ga je niet voor zitten. Je plant het niet in je agenda en het komt zeker niet op afroep. Toch maakt dat niet dat je overgeleverd bent aan de grilligheid van inspiratie. Je kunt wel degelijk wat doen. Ik vertel je graag wat voor mij werkt. Deze 3 tips helpen mij om inspiratie te krijgen.

Tip 1: Ga naar buiten

Inspiratie heeft frisse lucht nodig. Het is als energie en dat moet circuleren. Van boven door je lijf naar beneden en weer terug. Dat gebeurt niet als je verkrampt zit achter je bureau. Dan zit je letterlijk en figuurlijk vast. Trek je jas aan en ga naar buiten. Neem jezelf voor 10 minuten te gaan wandleen. Die tijd kun je vast wel vrijmaken.

Tip 2: Plan ruimte in om te lanterfanten

Inspiratie komt niet als je een propvolle agenda hebt. Het krijgt geen kans om jou te bereiken als jij van de ene afspraak naar de andere rent. Plan tijd in om te niksen. Ook op je werk of misschien zelfs juist onder werktijd. Begin maar eens met 5 minuten. Even niets, rug tegen de leuning en gewoon blijven ademhalen.

Tip 3: Plan een inspiratietrip

Bezoek een plek waar je nog nooit bent geweest. Het mag van alles zijn; een museum, een stad, een natuurgebied, een winkel etc. Het enige wat telt is dat je er voor de eerste keer komt. En doe geen voorbereidend werk door op Google streetview te kijken hoe de omgeving eruit ziet of door te lezen wat anderen van de plek vinden. Zoek alleen het adres op en vertrek. Laat alles op je afkomen. Laat je verrassen door je eerste indruk en gebruik daarbij al je zintuigen.

Ik heb weer lang genoeg achter mijn laptop gezeten. Tijd om een frisse neus te gaan halen.

 

 

 

 

Identiteit en imago

Alles draait om identiteit. Toen ik als marketing manager werkte, ging het vooral over de identiteit van de organisatie. Wie zijn we? Waar willen we om bekend staan? Wat vinden we belangrijk? En hoe gaan we dat laten zien aan de buitenwereld? Dat waren de vragen die ik mezelf stelde en die me mateloos boeide.

Toen ik zelfstandig ondernemer werd, stelde ik deze vragen aan mezelf als ‘bedrijf’ en later in de online training van passie naar business aan de deelnemers en aan mijn opdrachtgevers. Identiteit is voor mij de basis van een onderneming, het fundament.

En lange tijd dacht ik ook dat identiteit de basis was voor mijn leven. Als ik nu eerst eens wist wie ik was, dan zou ik het leven leiden dat ik graag wilde. Ik ging bouwen aan een identiteit, zoals je dat met een huis doet. Ik dacht dat ik materiaal moest gaan verzamelen, cement moest gaan draaien, de stenen klaar moest zetten. Dat deed ik ook. Ik werkte hard en binnen no-time was het huis klaar. En het heette Fabulous Business Woman.

Het was prachtig en precies zoals ik het voor ogen had. Ik had er zelfs een ontwerper voor in de arm genomen, zodat mijn huis echt heel mooi zou zijn. Zodat ik trots kon zijn en indruk kon maken.

Toen het huis helemaal af was, wilde ik na een tijdje weer gaan bouwen aan een nieuw huis. En dat was niet de eerste keer dat ik dit deed. Ik dacht dat het kwam omdat ik niet wist wie ik echt was. Dat bleek niet waar. Ik weet heel goed wie ik echt ben. Ik ben het altijd geweest. Diep van binnen is niets veranderd. Ergens heel diep van binnen zit iets wat onveranderlijk, eeuwig en onaantastbaar is.

Dat is niet wat ik laat zien. Ik bouw niet aan een identiteit, ik bouw aan een imago. Een identiteit hoef je niet te bouwen. Dat ben je al. Imago gaat over toevoegen. Identiteit gaat over weghalen. Het weghalen van belemmeringen die je weerhouden om echt jezelf te zijn.

Ik wil niet zoeken

Al die tijd wilde ik niet zoeken. Zoeken naar wie ik echt ben. Uitvinden waar mijn hart van danst. Ontdekken wat me echt drijft. Ik verzaakte om echt te zoeken. Ik wilde geloven in de illusie dat ik alles al wist.

Ik wilde zijn zoals al die anderen die hun levensdoel hebben gevonden en uitleggen hoe je ze in 3 of soms 5 stappen kunt vinden. Ik wilde ook doen waarvoor ik bestemd was. Ik wilde er niet langer meer naar zoeken. Ik wilde dat er al was.

Het onrustige, eenzame gevoel moest ophouden. Ik had dat lang genoeg ervaren. Nu was het genoeg geweest. Als ik nu nog niet wist wat de zin van mijn bestaan was, dan zou  ik er misschien wel nooit achter komen. En ondertussen ging het leven gewoon door. Terwijl ik weer aan het lezen, schrijven en onderzoeken was, runden anderen een succesvol bedrijf. En waar bouwde ik eigenlijk aan?

Misschien bouwde ik wel aan mezelf. En misschien was dat zoeken daar wel aan verbonden. Misschien was het vinden van mijn eigen identiteit juist hetgeen ik moest doen. En was het slechts een kwestie van zoeken naar acceptatie. En misschien wel meer dan dat. Omarmen zelfs. Misschien is zoeken mijn ware aard. Niet zoeken naar meer, groter of beter. Maar zoeken in de zin van verkennen. De ziel verkennen. De waarheid vinden. Wat dat ook mag betekenen.

Ik presteer, dus ik besta

Wat ik vroeger deed met wedstrijdzwemmen, deed ik later met school en weer later in mijn werk. Alles draaide om strijd. Het winnen van een gouden medaille, een hoog cijfer of een promotie als beloning. Maar wat gebeurt er als beloning uit blijft?

Soms heb je hard getraind, goed geleerd, je best gedaan en toch word je niet beloond voor je prestaties. Dan raak  je teleurgesteld, verdrietig en misschien ook boos. Waarom krijg je niet wat je wilt als je zo hard je best doet? Want wie wil presteren doet z’n stinkende best. Dan blijf je doorzetten, de volgende keer lukt het wel. Of je zoekt een andere omgeving waarin je misschien beter kunt presteren. Of je gaat aan de slag met jezelf want blijkbaar ben jij nog niet goed genoeg.

Toen ik al die dingen had gedaan, bleef ik me boos, verdrietig en teleurgesteld voelen als ik niet presteerde zoals ik graag wilde. Uiteindelijk nam ik het presteren zelf onder de loep. Waarom is iets presteren eigenlijk zo belangrijk? Tijdens het hardlopen kwam ik erachter. We trainen elke zondagochtend met een groep in de Loonse en Drunense Duinen. Onze trainer zoekt altijd mooie en rustige plekken op waar we zelden iemand tegenkomen. En als we stoppen om over de gigantische zandvlakte te kijken, realiseer ik me dat ik tijdens het lopen te weinig om me heen kijk.

‘Wat maken die paar seconden nou uit, je traint niet voor de Olympische Spelen of zo,’ zegt de trainer. En zo is het voor mij. Eigenlijk loop ik helemaal niet om een snelle tijd op een wedstrijd neer te zetten. Ik loop omdat het rust in mijn hoofd brengt. Omdat ik geniet van de omgeving. Ik geniet van de bezigheid zelf.

Ik vraag me vaak af hoe ons leven eruit zou zien als we minder bezig zijn met presteren en meer met waarderen. Niet constant bezig met het resultaat, maar met aandacht voor de weg waarop we lopen. Met waardering voor wat we nu doen. Met plezier in de bezigheid zelf.

#90 Succes = stress

geluk

Geluk

Wat anderen denken

Mijn eerste verhaal

Voor het FBW Zomerboek heb ik een vakantieverhaal geschreven. Dat had ik niet zo gepland, maar toen ik met het vakantieboek bezig was, kwam het ineens in mijn gedachten. En toen ik het eenmaal geschreven had, kon ik het net zo goed de buitenwereld insturen.

Je leest het verhaal hier. (leestijd ca. 5 min).

Nieuwsbrief Labyrint

Benieuwd hoe mijn nieuwsbrief Labyrint eruitziet? Lees de laatste hier.