Labyrint

Voor wie wil floreren – maar niet ten koste van wat er écht toe doet. Over mentaal welzijn, keuzes die kloppen en de kracht van betekenisvol leven en werken.

4 december – Winter in de natuur

In de winter lijkt alles stil. De bomen kaal, het land leeg, de lucht grijs en donker. Maar onder de grond gebeurt van alles. Zaden wachten, knoppen worden gevormd. De natuur rust niet uit, ze bereidt zich voor.

Soms herken ik dat in mezelf. Er zijn periodes waarin ik niet zichtbaar groei, maar waarin van binnen iets in beweging komt. Dat is het fijne aan deze tijd: je mag naar binnen keren en voelen wat er wil groeien, zonder dat het al zichtbaar hoeft te zijn.

Ga vandaag even naar buiten, al is het maar vijf minuten. Kijk om je heen alsof je de wereld voor het eerst ziet. Wat valt je op? De geur, de kou, de stilte? Wat leeft er in jou dat nog niet zichtbaar is, maar al wel aanwezig?

3 december – Terugkijken op het jaar

De adventstijd nodigt uit om stil te staan. Terug te kijken naar wat het jaar heeft gebracht en wat je hebt meegemaakt. Afgelopen jaar was een rustig, fijn jaar na een aantal onrustige jaren. Ik vond mijn werkplezier terug en daarmee ook een deel van mijn ambitie. Alsof ik mezelf weer herkende.

Het gaf me frisse energie en een voldaan gevoel van thuiskomen.

Kijk even terug naar dit jaar. Welke drie woorden komen als eerste in je op? Kies er één uit en blijf er even bij. Wat zegt dat woord over jouw jaar? Laat de beelden die erbij horen rustig bovenkomen.

Afgeleid

Lokale helden

Wat fluistert jouw innerlijk kind?

2 december – Waar heb jij behoefte aan?

Deze tijd van het jaar is druk. Druk met werk, met afspraken, met verwachtingen. Bij ons draait alles om de kerstbomen. De zakelijke klanten zijn dan al geholpen, de particulieren komen nu. Dat maakt het werk anders, maar nog steeds druk.

Ik merk dat ik het lastig vind om dagen achter elkaar te werken zonder tijd om me even terug te trekken. Alleen-tijd heb ik nodig om op te laden. Dat leer ik steeds beter te erkennen. Want het is verleidelijk om mee te bewegen met de behoeften van anderen, zeker van de mensen van wie je houdt. Maar altijd aanpassen is vermoeiend.

Ga ergens zitten waar je even met rust bent. Sluit je ogen en voel hoe je lichaam vandaag aanvoelt. Voelt het koud en star? Of warm en licht? Vraag jezelf: waar heb ik op dit moment behoefte aan? Laat het antwoord komen zonder het te beoordelen of meteen te willen oplossen. Alleen waarnemen is genoeg.

1 december – Licht in donkere dagen

De laatste maand van het jaar. December roept altijd warme herinneringen bij me op. Het gaat niet eens om de feestdagen zelf, maar om het ernaartoe leven. Om ’s avonds in het donker te lopen en het licht in de huizen te zien branden. De lichtjes in de kerstbomen, de silhouetten van mensen op de bank. Momenten van warmte als de wereld donker is.

Als ik zo door de straten loop, krijg ik altijd zin om naar huis te gaan. Om me onder te dompelen in diezelfde warmte, de kaarsjes aan te steken, het donker even buiten te laten. Alleen dat al is genoeg om iets in mij tot rust te brengen.

Vanavond, als het donker is, steek één kaars aan. Kijk er even naar, zonder iets te hoeven doen. Voel de stilte die erbij hoort, de warmte, het subtiele licht.

Adventkalender 2025 – Verwondering in december

December komt eraan. En daarmee drukte, verwachtingen en misschien zelfs kerststress. Dit jaar wordt anders. Geen moeten, geen pleasen, maar momenten voor jezelf.  Aandacht voor wat er echt toe doet.

In deze adventkalender neem ik je mee in de aanloop naar kerst.
Elke dag een klein momentje voor jezelf. Geen doelen, geen ingewikkelde oefeningen. Gewoon een ontspanmoment in deze drukke maand.

Zo tel ik met je af naar kerstmis met kleine momenten van verwondering.

Ik ben introvert, maar kom over als een extravert

Ik zit in de auto. De zon schijnt en er zijn geen files op de weg. Ik voel de steen in mijn buik die er vanochtend bij het ontwaken al in lag. Ik zucht diep. Voor je het weet is het voorbij.

Ik ben op weg naar een vrijgezellenfeest. Een groep vrouwen waarvan ik er slechts een paar oppervlakkig ken. Een programma dat een volledige werkdag beslaat. Ik zie daartegenop. Al weken voordat de dag plaatsvindt. Ik probeerde eronderuit te komen. Maar soms moet je iets doen voor de relatie met iemand. Dit was zo’n geval.

Ik praat vrij makkelijk met mensen die ik ken. Wat minder makkelijk met mensen die ik nog niet goed ken. Maar ik sta vrijwel nooit met m’n mond vol tanden. Ik ben oprecht geïnteresseerd in mensen en heb vaak een fijn gevoel na sociaal contact. Ik heb ook sociaal contact nodig om me goed te voelen. Maar energie geeft het me zelden.

Je raadt het al: ik ben introvert, maar kom over als een extravert.

Dat ik introvert ben, realiseerde ik me pas toen ik de veertig aantikte. Daarvoor heette het te gevoelig, sociale angst of, als kind, gewoon verlegen. Maar ik ben niet bang voor andere mensen. Ik ben ook niet verlegen. En ja, ik ben gevoelig, maar dat helpt juist in sociaal contact merk ik.

Introvert zijn is ook afhankelijk van de omgeving. Op een vrijgezellenfeestje ben ik wat rustiger en zoek ik meer het een-op-een contact op. In een vergadering over een onderwerp wat mij inhoudelijk raakt, durf ik gerust het hoogste woord te voeren, soms met wat teveel temperament.

Als ik thuis kom na een dag werken buitenshuis of van een vrijgezellenfeest, voelt mijn hoofd vol watten. Een teken van overprikkeling, weet ik inmiddels. De ene dag is het erger dan de andere dag, afhankelijk van hoe stressvol voor mij de dag is verlopen. Overprikkeling zorgt vaak voor kribbige reacties, weet ik inmiddels. Dus het enige wat nog helpt is afschakelen. Even een stukje met de hond buiten wandelen. Even terugtrekken op mijn eigen kantoor in huis. Of een douche nemen en andere kleding aantrekken. Sporten helpt het beste voor mij. Terwijl ik daar meestal dan geen zin in heb, maar het sporten zorgt ervoor dat de aandacht van hoofd naar lijf gaat. Het lichaam moe maken, zorgt ervoor dat de geest tot rust komt. Dan verdwijnen de gedachten aan de dag uit mijn systeem. Alsof er een reset plaatsvindt. Daarna kom ik tot rust.

Ik leer omgaan met mijn introversie. Zeker als je het niet gewend bent, zoals ik. Ik plan bewust een sociale activiteit per weekend. Zodat de andere dagen leeg blijven: tijd om op te laden of spontaan iets te doen als daar ruimte voor is. Het klinkt misschien wat sneu, maar voor mij is het fijn. Ergens zit er nog wel dat stemmetje, doe niet zo flauw, stel je niet zo aan. Het is toch leuk, zo erg kan het toch niet zijn?

Wat voor de een leuk is, hoeft voor de ander niet leuk te zijn. Niet iedereen vindt het leuk om op zondagochtend te gaan hardlopen. Ik houd daar juist van. En dat is prima.

Dus ja, introvert zijn en extravert lijken zorgt er ook voor dat mensen je behandelen als een extravert. Dat ze ervan uitgaan dat je drukte leuk vindt en je anders al snel het label ‘saai’ krijgt.

Dan maar saai.

Geen inspiratie

Inspiratie komt met golven. Soms schrijf ik dagen achter elkaar. Soms komt er niets. Zoals nu.

Het heeft vaak te maken met hoe ik me voel. Als ik overloop van energie, enthousiast ben, naar buiten gericht, dan stroomt het. Nu zit ik meer in mijn schulp. Weinig energie, weinig zin, weinig te delen. Dus dacht ik: dan schrijf ik daar maar over.

Het eerste wat gebeurt als ik me zo voel, is verzet. Ik verbied mezelf te klagen over de korte dagen en de moeheid. Dat houd ik meestal niet lang vol. Daarna geef ik me over. Zoals afgelopen zaterdag: hele middag op de bank, bak chips, eerste kerstfilm. Heerlijk. Maar daar moet ik niet in blijven hangen. Van stilzitten stijgt mijn energiepeil uiteindelijk niet.

Wat helpt, is toegeven aan de moeheid en iets doen wat me uiteindelijk oplaadt. Al is het maar klein. Zo ga ik vaak naar de sportschool als de kinderen schaatsen. Daar heb ik nooit zin in. Ik sport liever buiten. En omdat ik me moe voel, denk ik geen energie te hebben voor sport. Zodra ik op de loopband sta, oortjes in, podcast aan, rustig tempo, merk ik dat mijn stemming verandert. Ik word vrolijker.

Als ik thuiskom, is de moeheid veranderd in een voldaan gevoel. En ja, om tien uur zit ik alweer te knikkebollen. Maar dan ga ik gewoon naar bed. En slaap, voor de verandering, een hele nacht door.

Moet je voldoening halen uit werk?

Doen wat je leuk vindt. Van je passie je werk maken. Ik had zelfs ooit een training van passie naar business. Alles draaide om de zoektocht naar voldoening en plezier.

En het is niet gelukt.

Niet dat ik geen leuk werk heb. Alleen: ik zocht iets wat niet bestond.

Ik had een ideaal plaatje.

Ik denk dat het in relaties ook vaak voorkomt. Dan zoek je alles in een partner: een beste vriend, een spannende minnaar, een geweldige vader, een sparringpartner.

Dat zocht ik ook in mijn werk. Ik verwachtte dat werk alles zou oplossen. Dat het me zou vullen, uitdagen, geruststellen. Pas toen ik durfde toe te geven dat het misschien te veel gevraagd was, kreeg ik wat ik zocht.

Ik herontdekte hoe fijn ik het vond om te bewegen. Hoe mijn drukke hoofd eindelijk eens het zwijgen werd opgelegd. Ik werd opgewekter en opgeruimder.

Ik merkte hoe goed het deed om onderdeel te zijn van een team. Samen werken aan hetzelfde doel. Daardoor kregen de dagen thuis ook weer betekenis. Zo kreeg ik weer zin om te schrijven. De rust voelde niet langer als verveling, maar als opladen.

Ironisch eigenlijk. Voldoening en plezier, het is er gewoon in het alledaagse leven.

Sombere herfstdagen

Als ik aan de herfst denk, denk ik aan de prachtige tinten rood, geel en bruin die worden opgelicht door een herfstzonnetje. Aan de frisse wind die ervoor zorgt dat mijn wangen van binnen gaan gloeien. Op de bank onder een deken met een goed boek lezend in stilte.

Dat is het ideaal.

In werkelijkheid is het ook wel eens dit. Herfstinten die flets worden in een laag mist. Kinderen die ruzie maken om het laatste restje Nutella in de pot. Zittend op de bank met een boek. Niet kunnen concentreren. Hoofd onrustig. En als het eindelijk stil is, de omgeving niet. Een vrije dag gepland. Niet weten wat te doen. Nergens zin in. Aan het einde geen voldoening. Een somber gevoel dat als een sluier over alles heen hangt.

Mindere, sombere dagen horen ook bij de herfst. De pijn van dingen die voorbijgaan. Het loslaten ervan. En nog niet weten wat er straks weer tot bloei mag komen. Wetend dat eerst nog de winter komt, als ook de troost van de herfstkleuren verdwijnt. Somberheid is vaak iets wat we willen fixen.

Maar somberheid hoort ook bij het leven. Dagen waarop niets lijkt te lukken. Waarop de mist in je hoofd niet optrekt. Ze verdwijnen niet met een kop thee en een goed boek, hoe graag we dat ook willen. Die worden misschien ook niet eens opgelost met acceptatie, tenminste niet meteen.

Acceptatie is wel de weg: ook deze dagen horen erbij, ook al vind ik ze niet leuk en wil ik er zo snel mogelijk vanaf.

De lat wat lager

De eerste storm. IJsbaan weer open. Herfst is begonnen. De zomer is nu echt voorbij. De heimwee ernaar ook.

In de herfstmaanden begint het kerstbomenseizoen: altijd druk, altijd een beetje stress. Dit jaar valt het mee. Ik kijk er naar uit om tijdens de korte dagen vaak buiten te zijn en lekker bezig. Niet te veel in het hoofd, maar praktisch werk. Dat geeft altijd een lekker voldaan gevoel.

Daarnaast studeer ik nog steeds psychologie — in een slakketempo. Waar ik vorig jaar nog vol enthousiasme begon, merkte ik al snel hoe veel tijd het opslokte. En hoe het ook stress gaf.

Toen zei ik tegen mezelf: ik heb al een master. Ik hoef me voor niemand te bewijzen. Ik doe dit omdat ik het leuk vind. Maak dan ook plezier.

Dat ging ik doen: een vak per keer, maximaal een dag per week studeren, zodat er tijd overbleef voor werk en andere dingen. Dat beviel me. Ik merkte dat de stress voor een tentamen er nog wel was, maar ik lag er niet meer wakker van.

De lat gewoon wat lager leggen, is simpel gezegd maar moeilijker gedaan. Ik houd ervan om het maximale uit mezelf te halen. Dat doe ik met studeren, met werk en met sport.

Zo raakte ik met hardlopen geblesseerd. Normaal blijf ik dan maanden tobben en toch hardlopen. Nu niet, na drie weken zelf proberen kwam ik erachter dat de blessure toch niet vanzelf wegging met mijn aanpak. Dus ging ik naar de fysio. En na drie sessies is de blessure nu weg en kan ik weer hardlopen op zondag. Ik neem meer ruimte voor herstel.

Dan maar twee keer per week lopen in plaats van drie keer. Of een keer wandelen in plaats van hardlopen.

Stap voor stap, soms een stapje terug. Ambitie hebben en weten dat het al goed genoeg is. Tevreden zijn met wat er is. Het lukt vaker. En dat is fijn.

Nieuwsbrief Labyrint

Benieuwd hoe mijn nieuwsbrief Labyrint eruitziet? Lees de laatste hier.