Labyrint
Voor wie wil floreren – maar niet ten koste van wat er écht toe doet. Over mentaal welzijn, keuzes die kloppen en de kracht van betekenisvol leven en werken.
Keuzestress: geen tijd of geen prioriteit?
De gang vol schoenen. Broodtrommels op tafel. Het ochtendnieuws op de achtergrond. In mijn hoofd loop ik de week alvast door. Mijn horloge adviseert een ontspanningsoefening: stress hoog.
Als ik even later aan mijn bureau deze nieuwsbrief typ, lees ik deze spreuk van Omdenken: ‘Als je moe bent komt dat niet omdat je te veel doet, maar omdat je te weinig doet waar je energie van krijgt.’ Ik schreef het eerder op en vergat het precies op de momenten dat het nodig was.
Jarenlang sportte ik vijf keer per week. Voor sommigen is dat buitensporig; voor mij was het normaal. Later werd het twee keer (soms drie). “Geen tijd,” zei ik. Meestal betekent dat: geen prioriteit. En wat dan voorrang krijgt, is zelden wat energie geeft.
Nu sport ik weer vijf dagen, soms zes. Dat voelt goed. Mijn dochter is hetzelfde als ik: graag vaak. Mijn zoon juist niet; vijf keer per week is voor hem veel te veel. Conclusie: ritme is persoonlijk. Maar zo zien we het vaak niet. Kijk naar werk. Een fulltime werkweek is veertig uur, dat is de norm. Voor de een is dat weinig en voor de ander is het veel.
Nu alles na de zomer weer in het gareel valt, knelt het. Ik wil veel en het idee van te weinig tijd geeft druk. Mijn eerste reflex is alles in een planning proppen. Blijft het zeurende buikgevoel? Dan weet ik: prioriteiten. Wat wel, en vooral wat niet.
Een prioriteit voor september is schrijven. Ik begin er nu drie ochtenden per week mijn dag mee.
Fijne opstart na de zomer. Op naar wat voor je ligt.

Maak deze fout niet bij het uitgeven van geld
Waarom doorzetten niet altijd de beste keuze is
Opstart na de zomer
Aan het einde van de zomervakantie bekruipt me altijd een melancholisch gevoel. Als ik ’s ochtends naar buiten stap, plakt er nat gras onder mijn slipper. Een kleine steek in mijn buik. Ik weet het: de laatste zomerdagen zijn aangebroken. De slippers gaan in de kast. De zomer loopt op z’n eind.
Niet veel later volgt de stortvloed aan mails. School met introductiedagen en ouderavonden. De schaatsclub met aanmeldingen voor het nieuwe seizoen. En dan heb ik ook mijn werkmail al gecheckt aan de ontbijttafel. En zoals elk jaar, komt ook het rooiseizoen van de kerstbomen snel dichterbij. Geen twijfel: de vakantie is voorbij.
In gedachten ga ik terug naar de eerste dagen, toen alles nog voor me lag. De verfrissende duik in het Italiaanse meer na een broeierig hardlooprondje. Spontane borrels met vrienden op warme zomeravonden. Met mijn zus bodyboarden in hoge golven, lachend alsof we weer kinderen waren. Dat zijn de momenten die ik het liefste vasthoud.
En nu… zijn ze voorbij.
Ik betrap mezelf erop dat ik artikelen aanklik met titels als ‘hoe houd je het vakantiegevoel vast?’ Maar diep vanbinnen weet ik dat het onzin is. Het gevoel van vóór de vakantie komt nooit meer terug erna. Je kunt het niet vangen, niet bewaren. Het glipt je handen uit.
De eerste dagen na de zomervakantie probeer ik nog te genieten van de zomer. Nog één keer zwemmen in het buitenbad voor het sluit. Nog een koffie in de ochtendzon. En dan langzaam wennen aan het ritme van school, sport en werk.
Daarin probeer ik nu ruimte te maken voor wat mij energie geeft. Schrijven, bijvoorbeeld. Vroeger schoof ik dat steeds weg. Werk eerst, sport misschien nog, en schrijven—als er tijd overbleef. Dat betekende in de praktijk: nooit. En toch voelt een uurtje schrijven midden op een werkdag niet langer als spijbelen, maar als een moment om naar uit te kijken.
Ik merk dat het niet de grote voornemens zijn die verschil maken, maar juist de kleine, dagelijkse keuzes. Een half uur voor mezelf reserveren. Een training niet overslaan. Een zin op papier zetten, hoe klein ook. En voor ik het weet, verandert mijn week. En met mijn week, mijn leven.
Misschien is dat wel de kunst: de zomer niet vasthouden, maar hem loslaten, zodat er ruimte ontstaat voor iets nieuws.
Wat levert marketing op?
23 december – Nu, over één jaar…
Jaaroverzicht 2016 – deel 1
Stel je voor: je hebt nog 25 zomers. Wat doe je ermee?
De schoolvakantie van mijn kinderen was net begonnen. Traditiegetrouw gaan we dan een boekje of tijdschrift uitzoeken om in de vakantie te lezen. Zoals ik vroeger altijd reikhalzend uitkeek naar het vakantieboek waar ik me de hele zomer mee ging vermaken.
Dit keer liepen we in de plaatselijke boekenwinkel en viel mijn oog op een dun boekje: 25 laatste zomers van Stephan Schäfer. De titel maakte me meteen nieuwsgierig. De cover was prachtig, de achterflaptekst uitnodigend. Dus ging het boek mee.
In Italië las ik het in een paar dagen uit. Makkelijk geschreven, meeslepend genoeg. Hoewel er weinig nieuws in stond, gaf het me toch een warm gevoel. Alsof ik even met mijn neus op de feiten werd gedrukt.
Ik ben 46. Ik heb tienerkinderen. Ik ben halverwege.
Wat ga ik doen met de tijd die nog voor me ligt? Wat is echt belangrijk?

Today today, tomorrow tomorrow
In het boek stond een zin die bleef hangen: today today, tomorrow tomorrow. Heel simpel, maar krachtig.
Ik merkte hoe vaak ik in mijn hoofd vooruitloop: plannen, zorgen, scenario’s bedenken. Problemen die zichzelf later simpelweg door het verstrijken van de tijd hadden opgelost. Onnodige zorgen dus.
Als ik mezelf er nu op betrap om me zorgen te maken, zeg ik tegen mezelf: today today tomorrow tomorrow.
Kleine keuzes, groot verschil
Ik dacht altijd dat zingeving vooral in grote keuzes zat: welk werk ga ik doen, ga ik nog een boek schrijven? Maar betekenis zit vaak juist in de kleine momenten.
Zoals die ochtend dat ik zag dat de zon eindelijk scheen. In plaats van achter mijn laptop te kruipen, besloot ik eerst naar het buitenbad te gaan. Zwemmen in het frisse water, praten onder de douche met mensen die net zo blij als ik waren dat ze daar stonden. Beweging, sociaal contact, mentale frisheid— en dat allemaal voor een kaartje van vijf euro.
Had ik het niet gedaan, dan had ik spijt gehad. Misschien was ik zelfs chagrijnig geweest. Nu kwam ik terug met een frisse geest en deed ik mijn werk in de helft van de tijd.
Het gaat erom jezelf toestaan te genieten. Voor mij zit vrijheid ook in dat soort momenten.
Vier vragen
In het boek staan vragen die je richting kunnen geven:
- Brengt het je liefde en vrede?
- Brengt het je levensvreugde en energie?
- Brengt het je vrijheid en zelfbeschikking?
- Brengt het je rust en houvast?
Het zijn geen vragen die ik mezelf dagelijks stel. Toch geven ze houvast. Voor mij is vooral energie belangrijk. En levensvreugde — wat ik meestal gewoon plezier noem.
Niet alles wat ik doe scoort overal op. Soms levert iets energie op maar geen rust. Soms kost iets energie, maar geeft het vrijheid terug. Dan vraag ik me af: is die vrijheid de moeite waard? Vaak is het antwoord ja.
Wat zou jij anders willen doen in de zomers die nog voor je liggen?
Kom voor eens en voor altijd van je brave-meisjes-imago af
‘huilie-huilie’-verhalen en je waarheid spreken
Omgaan met een conflict
Mijn haat-liefdeverhouding met schrijven
Ik heb een haat-liefdeverhouding met schrijven. Er zijn periodes waarin ik me serieus afvraag waarom ik in vredesnaam ooit mijn levensverhaal heb opgeschreven. In romanvorm, dat wel. Maar toch: waarom moest dat verhaal naar buiten? En waarom via míj?
Dan zijn er weer momenten dat ik er trots op ben. Dat ik denk: ik zou dit vaker moeten doen. Waarom doe ik dat eigenlijk niet? Wat houdt me tegen?
Misschien komt het omdat ik me soms afvraag wat mijn echte motivatie is. Wil ik schrijfster zijn en mezelf op een bepaalde manier bewijzen? Erkenning krijgen? Gezien worden? Zit daar nog dat kleine meisje in mij dat roept: zien jullie mij nu eindelijk, horen jullie wat ik te zeggen heb?
Misschien probeer ik iets te compenseren. Voor al die keren dat ik mijn woorden heb ingeslikt. Omdat ik ze niet durfde uitspreken. Of omdat ik het wel durfde, maar ze me genadeloos werden afgestraft. Is het dat?
Wanneer ik geen behoefte heb om iets te delen
Het valt me op: als ik goed in mijn vel zit, lekker druk ben met werk (maar niet te druk), aan het sporten ben zodat ik m’n energie kwijt kan, een goed boek aan het lezen ben waarover ik graag met anderen praat — dan voel ik veel minder de behoefte om iets te delen. Zeker niet op sociale media. Dan denk ik: misschien hoeft niet iedereen altijd alles te weten. Misschien is het oké als ik dit gewoon voor mezelf houd.
Dan neem ik me voor om alleen nog maar kennis te delen, met hier en daar iets persoonlijks. Want ja, daar gaat het uiteindelijk om: wat de lezer ermee kan. Maar na een tijdje voelt ook dat weer hol. Leeg. Want voor kennis — of moet ik zeggen: informatie — hebben we boeken. Of tegenwoordig ChatGPT. Daar heb je mij niet voor nodig.
Wat mij drijft, is het benoemen van wat vaak niet uitgesproken wordt. En om dat te doen, moet ik altijd weer over een drempel. En daar heb ik niet altijd zin in. Sommige dingen wil ik echt voor mezelf houden. Andere dingen wil ik uiteindelijk wel delen, maar dat vind ik dan toch eng. Soms houd ik het dan wat vlak. Of beter gezegd: braaf. Terwijl ik eigenlijk helemaal niet zo braaf bén. Diep vanbinnen dan, hè.
Kwetsbaarheid als marketingtool
Ik weet wel dat ik niet alles hoef te delen. Maar juist het persoonlijke, het kwetsbare, dat raakt me als lezer het meest. Alsof ik iemands dagboek lees. De plek waar iemand helemaal eerlijk is naar zichzelf en al helemaal niets hoog hoeft te houden.
Maar kwetsbaarheid lijkt tegenwoordig ook een marketingmiddel. Want emotie werkt. Die emotie wordt dan iets wat je wilt halen bij de lezer. Je hebt iets nódig van de lezer — applaus, een schouderklopje, een compliment. En dat voel je vaak ook als je zo’n verhaal leest. Het schuurt. Het klopt niet helemaal. Het is niet zuiver.
Soms is het zelfs bedoeld om iets te verkopen. Je kent ze wel: die verhalen van ‘ik zat helemaal aan de grond en toen ontdekte ik deze wonderformule/pil/methode en nu ben ik rijker dan ooit en drie keer raden, dat ga ik jou nu leren’.
Wat schrijven voor mij echt is
Toen ik nog schreef om online trainingen te verkopen, voelde dat vaak niet kloppend. Ik kon mezelf er niet in kwijt. Want schrijven is voor mij geen truc. Het is een verlangen. Een vorm van expressie. Zoals een kunstenaar die een schilderij maakt omdat het eruit moet. En ja, daarna mag iemand bepalen of het aan de muur komt te hangen. Of in mijn geval: of mijn boek in de kast belandt. Maar het begint vanbinnen.
Dat wil niet zeggen dat ik schrijven nooit inzet met een doel. Ik schrijf ook social media-posts voor onze kerstbomenkwekerij. Niet omdat ik mijn diepere gedachten over kerstbomen wil delen, maar omdat ik wil laten zien hoe leuk het is om een kerstboom bij ons te kopen. En daar verdienen wij dan geld aan. Niets mis mee.
In mijn freelance werk als gebiedsmarketeer maak ik ook content. Om te laten zien hoe mooi een gebied is, wat er allemaal te doen is. Eigenlijk om het gebied te verkopen aan de potentiële bezoeker. En ook dat doe ik met liefde en plezier.
Maar dat andere schrijven… dat komt van een andere plek. Een plek waar ik mezelf leer kennen door de woorden op papier. Door dingen die me opvallen, vragen oproepen, toe te vertrouwen aan de bladzijde. En er dan een weg in vinden. Dingen die jij je als lezer misschien ook afvraagt of ervaart.
Niet kiezen, maar alles zijn
Ik denk dat ik te lang in ‘of het een, of het ander’ heb gedacht. Alsof ik maar één deel van mijn persoonlijkheid mocht zijn en de andere delen verborgen moesten blijven. Ik dacht altijd dat ouder worden zou betekenen dat één deel het echte deel zou blijken te zijn. Dat ik dan kon kiezen. En dat alle andere delen zouden wegvallen en ik zou begrijpen waarom ik ze ooit nodig had en nu niet meer.
Maar ik begrijp nu dat ouder worden juist betekent dat je alles mee mag nemen. Niet kiezen. Maar alles zijn.
Degene die graag veel sport én ook geniet van een luie strandvakantie. Degene die verhalen deelt én dingen voor zichzelf houdt.
Misschien is dat het echte schrijven. Als je iets te zeggen hebt: schrijven. En als dat er even niet is: zwijgen. En allebei mag.
Ik ben benieuwd: herken jij dit? Deel het gerust in een reactie hieronder.
Hoe ik ooit begon met bloggen
De wereld volgens Eva — zo heette mijn allereerste blog. Ik geloof dat ik er drie berichten op heb geplaatst. Ik heb de blog niet meer terug kunnen vinden. Geïnspireerd door Carrie Bradshaw (Sex and the City) begon ik eraan toen ik werkte als marketingmanager. Ik voelde de drang om te schrijven over mijn verwonderingen en vooral ook mijn overpeinzingen.
Dat schrijven deed ik trouwens al sinds mijn communiefeest. Ik kreeg toen van de buren een dagboek cadeau en vanaf dat moment ben ik nooit meer gestopt. De wereld volgens Eva was slechts het begin.
Al vrij snel had ik geen behoefte meer aan een pseudoniem. Na de geboorte van mijn eerste kind begon ik met de blog Mama in spagaat. Ik schreef over de worsteling tussen werk en moederschap. Het zoeken naar balans. Hoewel ik er veel over geschreven had, heb ik die balans niet gevonden. Het enige wat echt hielp was simpelweg accepteren dat mijn leven niet meer zo zou worden als het was. En dat ik tien maanden na de bevalling weer in mijn oude spijkerbroek paste. Alsof ik iets van mijn oude zelf terug had.
Inmiddels weet ik: balans is geen eindpunt. Geen status die je bereikt en dan voor altijd vasthoudt. Misschien leek het zo, voor ik kinderen kreeg, maar de waarheid is dat balans voortdurend aanpassen betekent.
Zoals je lichaam werkt, denk ik weleens. Je temperatuur moet rond de 37 graden blijven. Je hartslag heeft een ritme. Je lijf zoekt voortdurend naar evenwicht — homeostase. Misschien is dat het: dat je zoekt naar jouw persoonlijke randvoorwaarden. Binnen welke range van waarden voel ik me prettig? En wat is daarvoor nodig?
Toch mocht schrijven op een gegeven moment niet meer ‘gewoon’ schrijven zijn. Mijn innerlijke marketeer vond dat er een verdienmodel aan moest hangen. En veel mensen vroegen dat ook. Wat ga je ermee doen? Wat wil je ermee?
Ik vond het rare vragen. Ik wil gewoon schrijven. Delen wat me bezighoudt. Maar blijkbaar moest het nut hebben. Het moest ergens toe leiden. Liefst met geld.
Dus dook ik in de wereld van online ondernemen. En wie ooit een kijkje in die wereld heeft genomen weet dat het is als een kind in een snoepwinkel. Magisch. Opwindend. Alsof alles binnen handbereik ligt en je nooit buikpijn krijgt van te veel.
Mama in spagaat werd Fabulous Business Mom. Ik gaf trainingen over startend ondernemerschap en marketing. Daar kon ik een deel van mijn creatieve energie in kwijt, maar het was toch anders.
Elke blog die ik schreef stond ineens in dienst van de verkoop. En daar is niets mis mee, maar het liet mijn hart niet sneller kloppen.
Uiteindelijk keerde ik alles de rug toe. Ik wilde een boek schrijven.
En schrijven… voelde weer als vanouds. Het hoefde niet nuttig te zijn. Niet slim of strategisch. Het mocht weer over mij gaan, over wat me raakte.
Ik schreef om mijn hart te laten spreken.
Het gaf me een diep gevoel van voldoening. Ik wist: dit is wat ik altijd al zocht. Schrijven zou ik altijd blijven doen. Al zou ik er nooit een cent voor krijgen.
Net zoals sporten mijn lijf in beweging houdt, houdt schrijven mijn geest in beweging.
En toch trapte weer in dezelfde valkuil. Ik mocht alleen schrijven als ik er mijn werk van kon maken. Dus werd schrijven opnieuw een bron van inkomsten. En dit keer speelde er nóg iets mee: ik vond eigenlijk ook dat mijn werk financieel gewaardeerd mocht worden.
Geld als vorm van erkenning.
En eerlijk? Ik voelde ook teleurstelling. Ik was geen grote schrijfster geworden. Niet iemand die elk jaar een nieuw boek uitbrengt en verder met rust wordt gelaten. Dus was ik niet goed genoeg? Of had ik mijn marketing niet goed gedaan?
Het duurde jaren voordat ik weer begon aan een tweede boek.
Ik schreef nog wel — maar de teleurstelling bleef. Wie denk jij dat je bent?
Dus stond mijn schrijven weer in dienst van een verdienmodel. Inmiddels had ik een schrijfcommunity opgezet waarin ik anderen hielp met hun levensverhaal en met intuïtief schrijven. De community was succesvol. Ik heb het twee jaar met plezier gedaan. Het was een eer om te mogen luisteren. Om deelgenoot te zijn van iemands verhaal. Het raakte me. Het vervulde iets in mij.
Maar het was een afgeleide van wat ik zelf echt wilde.
Ik zei het weleens tegen de groep: ik ben galeriehoudster geworden, terwijl ik eigenlijk kunstenaar ben. En galeriehoudster zijn kan ik goed. Maar kunstenaar zijn is moeilijk.
Want dan komt weer die stem: Wie ben jij eigenlijk?
Precies met dat stuk had ik anderen jarenlang geholpen.
Uiteindelijk stopte ik met het hele online ondernemen. Het was een wereld waarin ik me niet thuis voelde.
Ik opende een Substack-account. Onder mijn eigen naam. Met als titel: Labyrint.
We lopen allemaal een labyrint. We weten niet waar we uitkomen. We nemen een draad mee als houvast, maar onderweg komen we onze demonen tegen. Soms slaan we een verkeerde weg in. Dan keren we om. Kijken opnieuw.
Ik heb lang gezocht naar hokjes. Naar de juiste naam. De juiste functie. Maar ik ben gewoon een meisje dat graag schrijft. En dat is precies wat ik hier ga doen.
Waar het me brengt? Geen idee. Maar ik volg de draad.
Stop met pleasen – Andrea Mathews
#30 Magische formules en extreem hoge prijzen
Meerdere interesses? Zo breng je rust in de chaos
Werken, een gezin, sporten, een boek schrijven, een studie volgen én af en toe iets sociaals. Hoe ik dat allemaal doe? Niet.
Na jarenlang zoeken naar een antwoord op de vraag: wat wil ik nu echt? ontdekte ik dat er voor mij geen eenduidig antwoord bestaat. Ik ben niet iemand die één ding wil doen. Niet in werk, niet in sport, niet in vrije tijd. Ik houd van afwisseling. Mijn hoofd wil denken, mijn lijf wil bewegen. Juist die schakeling tussen dingen brengt mij energie. Tegelijk verlang ik naar rust en ritme: een recept voor keuzestress.

Alles met volle kracht
Nieuwe dingen geven me energie. En als ik iets nieuws begin, doe ik het ook meteen goed. Toen ik vorig jaar aan een studie psychologie begon, voelde dat als thuiskomen: intellectuele uitdaging, verdieping, iets dat ergens over ging. Ik vond het heerlijk. Maar ook intens. Uren studeren op zonnige dagen, tentamenstress, alles strak gepland. En terwijl ik leerde dat hoe meer je studeert, hoe hoger je cijfers, schoof mijn oorspronkelijke motivatie steeds verder naar de achtergrond. Het werd iets dat af moest. Zodat ik mezelf zo snel mogelijk psycholoog kon noemen.
Tot ik in de zomer begon met wielrennen. Gewoon, op gevoel. En ik vond het fantastisch. Uren fietsen zonder me te vervelen — met een glimlach (behalve bij wind tegen). Studeren verschoof naar de achtergrond, het kerstbomenseizoen begon, een nieuw project kwam erbij en tussendoor werkte ik ook nog een boek. Mijn weken zaten vol, maar het voelde niet versnipperd. Het klopte. En dat was nieuw.
De verkeerde vraag
Wat wil ik nou echt? Die vraag voelde ooit noodzakelijk, maar inmiddels vind ik hem vooral vermoeiend. Alsof er één juiste richting zou zijn. Alsof ik een missie moet hebben — want dan weet je tenminste wat je moet doen, toch? Dan kun je alles toetsen aan dat ene hogere doel. Dan ben je iemand. Dan ben je goed bezig.
Maar eerlijk? Ik heb geen zin om bezig te zijn met een goed mens zijn. Ik wil gewoon een goed leven. Eentje dat klopt met wie ik ben. Niet op Instagram, maar in het echt. En wat dat is, weet ik inmiddels vrij goed:
- Werk waarin ik mensen begeleid bij het schrijven van hun levensverhaal
- Freelance projecten waar ik energie van krijg
- Sporten en buiten zijn
- Tijd met mijn gezin
- En ruimte om te schrijven en te leren in mijn eigen tempo
Wat hielp?
Laat de missie los
Je hóeft geen missie. Je leven mag over jou gaan. Je mag leven zonder antwoord op de grote vraag. En je mag vandaag iets anders willen dan morgen.
Weet wat je niet meer wilt
Voor mij was dat helder: geen stress meer die me wakker houdt. Niet meer dat overprikkelde gevoel na een werkdag waarvan ik dacht dat-ie ‘moest’. Ik leerde helder zijn. Grenzen aangeven. Durven zeggen: dit lukt me niet in deze uren of ik heb hulp nodig om dit af te maken.Een aanrader als je hiermee worstelt:
🎥 The Magic of Not Giving a F** – Sarah Knight* Zwart-wit, maar juist daardoor verhelderend.
Wat je wel wilt
Je hoeft niet actief op zoek naar je verlangen. Kijk gewoon terug op je dag. Waar kreeg je energie van? Wat bracht een glimlach op je gezicht? Doe daar meer van. En denk dan niet alleen aan een kop koffie in de zon — al mag datnatuurlijk ook. Voor mij was het juist: samen ergens aan werken. Inhoud, interactie, iets afmaken. Een deadline halen en voelen: ja, dit deed ertoe.
Structuur helpt (voor sommigen)
Ik werk met een basisweekplanning. Niet om alles dicht te timmeren, maar om rust en ruimte te organiseren. Ik plan wanneer ik werk, sport, studeer, schrijf en ook wanneer ik niets doe. Niet iedereen werkt zo, maar voor mij creëert het helderheid — en dus rust.
Heb je meerdere interesses en vind je het lastig om keuzes te maken?
Lees dan ook dit artikel: Van ontkiemen naar floreren
Hoe ga jij hiermee om? Deel jouw ervaring gerust in een reactie hieronder.
Hoe ik ChatGPT dagelijks gebruik (en wat ik heb geleerd)
Eind 2023 maakte ik voor het eerst een account aan bij ChatGPT. Niet omdat ik er direct iets mee moest, maar uit nieuwsgierigheid. Iedereen had het erover, dus ik wilde het zelf ervaren.
Een vriend had me laten zien wat het kon: “Typ gewoon maak een nieuwsbrief over onderwerp — en kijk wat er gebeurt.” En ja, dat maakte indruk. Toch duurde het even voordat ik het zelf écht ging gebruiken. Maar toen ik eenmaal begon, ging het snel. Eerst met kleine dingen. Daarna steeds vaker. En inmiddels is het een vast onderdeel van mijn werkdag geworden.

Ik deel graag hoe ik ChatGPT gebruik — praktisch en persoonlijk. Niet als wondermiddel, maar als hulpmiddel dat me ondersteunt bij schrijven, denken, plannen en reflecteren. En ook: wat ik geleerd heb over wat je wel (en juist níét) moet doen om er echt iets aan te hebben.
1. Herschrijven en redigeren in mijn eigen stijl
Ik schrijf veel. Voor mijn werk, voor mijn cursussen, voor Substack. En wat ik altijd heb gedaan — ook vóór ChatGPT — is eerst gewoon schrijven. Vanuit een idee of een gedachtegang. Gewoon typen, van begin tot eind. Geen censuur, geen structuur, gewoon eruit. Pas daarna ga ik structureren, inkorten en schaven.
Waar ik ChatGPT nu vaak voor inzet, is die tweede fase:
- Ik laat het meedenken over structuur
- Ik laat het taalfouten en interpuncties opsporen
- En soms laat ik zinnen herschrijven die nét niet lekker lopen
Maar dan wel in mijn eigen stijl. En dat is cruciaal. Want de eerste keren kreeg ik teksten terug die helemaal niet bij mij pasten. Dat is precies waarom ik uiteindelijk de cursus Storytelling met ChatGPT ben gaan maken: om te laten zien dat je AI kunt inzetten zonder je eigen stem te verliezen.
Wat ik geleerd heb: als je wil dat ChatGPT jouw stijl overneemt, moet je daar expliciet over zijn. Benoem hoe je schrijft. Laat voorbeelden zien. Geef het context. En blijf zelf lezen en bijsturen.
2. Sparren, reflecteren en coachgesprekken voeren
Soms gebruik ik ChatGPT ook als sparringpartner. Dan beschrijf ik een situatie waar ik mee zit — bijvoorbeeld dat ik ja zei terwijl ik eigenlijk nee bedoelde — en vraag ik om mee te denken. Wat zie jij hierin? Wat zou een volgende stap kunnen zijn?
Soms werkt dat verrassend goed. Soms ook niet. Wat ik gemerkt heb:
- Als ChatGPT meteen gaat analyseren en invullen, haak ik af.
- Als het vragen stelt en doorvraagt, ontstaat er ruimte voor inzicht.
Een echte coach doet dat laatste. Die luistert, spiegelt, vraagt door. ChatGPT kan dat ook, maar alleen als je daarom vraagt. Letterlijk. Dus dan zeg ik: “Stel vooral vragen, doe geen aannames.” Of ik vraag het om in de huid te kruipen van Carl Jung of Carl Rogers of een specifieke coachrol. Dat levert vaak waardevollere gesprekken op.
Een valkuil die ik ook wil noemen: confirmation bias. ChatGPT praat makkelijk met je mee. En dat voelt fijn, maar het is niet altijd helpend. Dus ik benoem dat ook vaak: “Pas op voor bevestigingsdrang. Laat ook andere perspectieven toe.”
3. Zoekmachine, planner en sportcoach
Ik gebruik ChatGPT ook steeds vaker als vervanging van Google. Als ik bijvoorbeeld wil weten:
- Hoe ik een bepaalde functie op mijn iPhone instel
- Welke vakantiebestemming bij mijn wensen past
- Hoe ik mijn trainingsschema kan opbouwen
- Of hoeveel calorieën ik zou moeten eten als ik 3 kilo wil afvallen in 3 maanden
Dan stel ik dat soort vragen aan ChatGPT. Maar ook hier geldt: vertrouw niet blind. Ik vraag door en vraag om bronnen. En ik gebruik mijn eigen kennis (bijvoorbeeld over voeding en trainingsleer) als toetssteen. Als iets niet klopt, zeg ik dat ook. En dan vraag ik: “Waar baseer je dit op?” of “Toon me bronnen vanuit het Voedingscentrum.”
4. Samenvatten, structureren en presentaties maken
Voor mijn werk gebruik ik GPT ook bij grotere documenten:
- Ik upload een rapport en vraag: Wat zijn de belangrijkste punten?
- Daarna: Help me dit om te zetten in een heldere presentatie
- En ik geef informatie over het type publiek en het doel van de presentatie
Het werkt als een soort meedenkende redacteur of sparringpartner. Maar: alleen als je zelf duidelijk bent. Want GPT weet niet wat jij belangrijk vindt — tenzij je dat duidelijk maakt.
5. Waar je op moet letten
Tot slot drie dingen die ik elke beginnende gebruiker zou willen meegeven:
1. Blijf kritisch denken.
Wat eruit komt, is afhankelijk van wat je erin stopt. ChatGPT is niet foutloos en denkt ook niet voor jou. Dus gebruik je verstand. Stel vragen. Toets wat je leest.
2. Wees precies in wat je vraagt.
De kwaliteit van de output hangt af van je input. Geef context, wees concreet en stuur bij waar nodig.
3. Zie het als samenwerking.
ChatGPT neemt het denken niet over. Het versterkt het — als je het goed inzet. Zie het als een assistent, niet als vervanger.
Wil je er ook mee aan de slag, maar weet je niet waar te beginnen?
Maak gewoon een account. Ga proberen. Begin met iets kleins. Een mail, een tekst, een vraag. En kijk wat het doet.
Wie weet ontdek je, net als ik, dat het niet overnemen van je werk is — maar juist ondersteuning in je werk. En in je denken.
Weerstand
Sinds een paar maanden ben ik aan het wielrennen. Ik vind het boven verwachting leuk.
Laatst wilde ik een rondje rijden, maar de wind stond niet gunstig voor het rondje dat ik in gedachten had. Ik zou op de terugweg wind tegen hebben, en dat wil je liever niet. Weet ik inmiddels uit ervaring.
Toch wilde ik per se dat rondje rijden, dus nam ik het voor lief.
Met de wind mee ging het natuurlijk fantastisch.
En toen — op de polderweg — vol in de wind.
Ik hoorde mijn gedachten:
Ik heb zó’n hekel aan wind tegen.
Het waait veel harder dan ik dacht.
Ik kan echt niet goed tegen de wind in fietsen.
Weerstand dus. Verzet.
Ik merkte ook dat ik boos werd. Maar op wie? Op de wind?
En ineens realiseerde ik me: dit is weerstand.
Dat zal je niet onbekend zijn.
Mijn reactie op weerstand is dus boos worden. Alsof het er niet mag zijn, de wind.
En ik bedacht me: het is maar wind.
Net had je wind mee — dat was makkelijk.
Nu heb je wind tegen — dat is moeilijker.
Maar het is maar wind.
Het enige wat je hoeft te doen, is blijven trappen.
Gewoon ronddraaien met die pedalen, meer niet.
Je hoeft je niet te verzetten — de wind is er toch.
Je hoeft niet harder in je stuur te knijpen — de wind is er toch.
Je hoeft niet boos te worden — want ook dat zorgt niet dat de wind weggaat.
Wat je wél kunt doen: even schakelen, zodat het trappen wat lichter gaat.
En door blijven trappen. Dat is alles.
Ik zat bijna lachend op de fiets, ondanks de wind.
Om deze metafoor.
Die we ook op andere vlakken zo vaak tegenkomen.
Bij weerstand gaan we ons verzetten.
En misschien is het enige wat we nodig hebben…
onszelf even de tijd gunnen om te schakelen.

Laat je niet afleiden
Behoefte aan de lente
Volg de weg van plezier
Hoe we menselijk gedrag steeds vaker als afwijkend bestempelen
“Dat is toch normaal dat je dat spannend vindt,” zei ze.
Dat had nog nooit iemand tegen me gezegd. Ik was even in verwarring. Want het zenuwachtige gevoel als ik iets nieuws begon of een ruimte in liep waar ik niemand kende, was iets waarvan ik dacht dat het niet ‘hoorde’. Het ging zelfs zover dat ik dacht dat ik sociale angst had. Misschien moest ik daar iets aan doen.
Hoe meer ik over sociale angst las, hoe aannemelijker het werd dat ik het ook had. Mijn gedachten bevestigden het: Zie je wel, dit gaat over mij. Hoe meer ik me erin verdiepte, hoe meer ik mezelf erin herkende.
Maar toen ik bij deze coach zat, begon het me te dagen: alles waar ik tegenaan liep, was eigenlijk gewoon menselijk. Er was niets mis met mij. Alleen had nooit iemand dat tegen me gezegd. En omdat ik dacht dat er wél iets mis was, moest dat een naam hebben. Want met een label kon ik het begrijpen, en nog belangrijker: ik kon er iets aan doen.
Maar wat als er helemaal niets gerepareerd hoefde te worden?
Hoe zelfdiagnose ons denken beïnvloedt
We leven in een tijd waarin we steeds meer psychologische kennis binnen handbereik hebben. Je hoeft maar een paar zoektermen in te tikken, en je vindt lijstjes met symptomen die je op jezelf kunt toepassen. Hoe vaker je die leest, hoe groter de kans dat je iets herkent en gaat geloven dat het op jou van toepassing is.
Dat is niet gek—dit fenomeen is onderzocht. Medische studenten denken vaak dat ze symptomen hebben van ziektes waar ze over leren (Medical Student Syndrome). Dit gebeurt ook met psychische diagnoses. Hoe meer we weten, hoe sneller we menselijk gedrag bestempelen als een mogelijke stoornis.
Natuurlijk is het waardevol als een diagnose erkenning geeft. Maar de keerzijde is dat steeds minder wordt gezien als ‘gewoon menselijk’. We nemen minder ruimte voor normale variaties in gedrag en emoties.
De normaalverdeling en het verkleinen van het midden
Stel je voor dat we de normaalverdeling van lengte zouden verkleinen. Op dit moment heeft grofweg 95% van de volwassen Nederlanders een lengte tussen de 156 cm en 198 cm. Er zijn mensen die groter of kleiner zijn maar het grootste deel valt in het brede middengebied. Stel nu dat we dit middengebied gaan verkleinen? En we besluiten dat alleen mensen tussen de 165 cm en 185 cm ‘normaal’ zijn? Ineens vallen veel meer mensen buiten de norm, terwijl ze een paar jaar geleden nog als normaal werden beschouwd.
Dit is precies wat we aan het doen zijn met psychische en mentale eigenschappen. We verkleinen het ‘middengebied’. Waar vroeger iemand ‘een beetje druk’ was, wordt hij nu gediagnosticeerd met ADHD. Waar iemand ‘wat verlegen’ was, krijgt hij nu de stempel sociale angst.
Natuurlijk zijn er situaties waarin diagnoses enorm helpend zijn, maar wat als we de definitie van normaal iets ruimer maken?
Wat als we zeggen:
Sommige mensen zijn drukker dan anderen, en dat is prima.
Sommige kinderen hebben meer tijd nodig om iets te leren, en dat is normaal.
Sommige mensen hebben moeite met grote groepen, en dat betekent niet per se dat ze een sociale stoornis hebben.
Door ‘normaal’ te laten zijn wat normaal is, verminderen we het gevoel dat alles wat afwijkt meteen een probleem is dat opgelost moet worden.
De kracht van normaliseren
Toen ik besefte dat zenuwachtig zijn in bepaalde situaties niet betekende dat er iets mis was, voelde dat als een opluchting. De zenuwen verdwenen niet, maar mijn interpretatie ervan veranderde. Ik hoefde er niets mee—behalve erkennen dat het erbij hoort.
Als we vaker tegen elkaar zeggen dat iets normaal is, nemen we een enorme last weg. Niet alles wat ongemakkelijk voelt, is een teken dat er iets mis is. Niet alles wat lastig is, hoeft gediagnosticeerd of opgelost te worden.
Misschien moeten we vaker tegen elkaar zeggen dat iets gewoon menselijk is in plaats van afwijkend en zorgelijk.
#97 Wel of niet content delen
Authenticiteit, de hype voorbij
Geld: waar gaat het nu echt om?
Overwinteren: Hoe ik mijn wintermindset veranderde
De eerste relatief warme dag van het jaar, en ik begin over de wintermindset. Lekker op tijd! Toch wil ik hier graag iets over delen, omdat wat ik heb geleerd over de wintermindset ook op andere gebieden toepasbaar is.
Winter is sowieso niet mijn favoriete seizoen. Tot en met december gaat het nog prima, met de feestdagen in het vooruitzicht—mooi verlichte straten in de avond, volop bezig met de verkoop van kerstbomen, winkelen in kerstsfeer. Een kleine energieboost in deze donkere tijd.
En dan komt januari.
De dagen zijn nog steeds kort en het blijft donker. Dat is meestal het moment waarop het gevoel van somberheid toeslaat. Met kerst gaf ik mezelf het boek Overwinteren van Kari Leibowitz cadeau. Het zette me aan het denken over hoe ik de winter beleef.
Wat ik eruit leerde:
- Je mindset bepaalt je verwachtingspatroon—en andersom.
Als je de winter vooral ziet als iets dat je moet uitzitten, voelt het ook zo. Maar als je kijkt naar wat juist in deze tijd fijn of uniek is, wordt de ervaring anders. Zoals genieten van de witte vorstlaag in de ochtend, buiten glühwein drinken, wandelen in het bos zonder iemand tegen te komen, binnen opwarmen bij de open haard, schaatsen op de ijsbaan, hardlopen zonder oververhit te raken, of een boek lezen in bad. - Mindset is niet simpelweg positief denken.
Het gaat er niet om dat je jezelf dwingt de winter ‘leuk’ te vinden, maar dat je een manier vindt om er anders mee om te gaan. Je ontkent de negatieve aspecten niet, maar doet er wel iets mee. Ik vind het bijvoorbeeld vervelend dat het ’s avonds zo vroeg donker is. Als ik dat gevoel heb, is dat voor mij het moment om kaarsjes aan te steken, licht in huis te brengen en bewust de tijd te nemen om te lezen. - Korte termijn beloning werkt beter dan lange termijn motivatie.
We weten allemaal dat naar buiten gaan en bewegen goed voor ons is, maar in de winter voelt het vaak als een opgave. Iets doen omdat het ‘goed voor je is’ op de lange termijn, motiveert meestal niet. Wat wél werkt, is een korte termijn beloning. Dus niet alleen naar buiten gaan omdat je weet dat het goed voor je is, maar omdat je jezelf daarna trakteert op een warm bad of een kop koffie met iets lekkers erbij.
Hoewel het erop lijkt dat de winter op z’n retour is en de lente zich langzaam laat zien, raad ik dit boek toch van harte aan—al is het maar ter voorbereiding op de volgende winter.
Storytelling: waarom je niet meer zonder kunt
Gecertificeerd en andere onzin
Nieuwsbrief Labyrint
Benieuwd hoe mijn nieuwsbrief Labyrint eruitziet? Lees de laatste hier.







