Labyrint
Voor wie wil floreren – maar niet ten koste van wat er écht toe doet. Over mentaal welzijn, keuzes die kloppen en de kracht van betekenisvol leven en werken.
Je gevoel helpt niet altijd
“Naar je gevoel luisteren” is een veelgehoord advies. Maar wat als je gevoel niet klopt? Je gevoel is namelijk niet neutraal. Het wordt gevormd door je ervaringen, overtuigingen en de betekenis die je eraan geeft. Hoe je gevoel tot stand komt, bepaalt ook wat je ermee doet.
Bijvoorbeeld: je kunt een situatie als spannend ervaren. Die spanning voelt misschien overweldigend—als een knoop in je maag of een onrust die je niet kunt plaatsen. Maar wat betekent die spanning? Misschien wijst het erop dat je voor iets nieuws staat, iets onbekends, en dat je hersenen je simpelweg willen waarschuwen en zeggen. “Dit is nieuw, dit heb je nog niet eerder gedaan.”
De kunst is om even stil te staan bij wat je voelt zonder direct te oordelen. Is die spanning een signaal dat je iets niet moet doen? Of is het juist een uitnodiging om te onderzoeken wat het met je doet? Als je leert dat spanning niet altijd een ‘stopteken’ is, maar ook een kans om te groeien, kun je er anders mee omgaan.
Ik weet van mezelf dat ik van nieuwe dingen houd, maar dat ik ze ook vaak spannend vind. Mijn eerste reactie op die spanning is bijna altijd de neiging om te vluchten. Dan komen gedachten naar boven zoals: dit is niets voor mij, het voelt niet goed. Inmiddels heb ik geleerd dat dit mijn manier is om spanning te interpreteren – alsof het iets is wat er niet mag zijn. Maar wanneer ik mezelf eraan herinner dat spanning erbij hoort, juist omdat ik in een nieuwe situatie stap die tijd nodig heeft om vertrouwd te worden, wordt het draaglijker. Dan hoef ik er niet meer voor weg te lopen, maar kan ik het zien als iets dat erbij hoort.
Naar je gevoel luisteren is waardevol, maar het vraagt ook om interpretatie. Door te schrijven over wat je voelt, ontdek je niet alleen wat er speelt, maar ook wat het betekent. En misschien zelfs wat de volgende stap zou kunnen zijn.
Geen salestijger? Lees dit (+ oefening)
Dromen zonder haast
#47 Marketing vanbinnen naar buiten
Maximaliseren: Het beste uit jezelf halen
Het idee van het maximale uit jezelf halen heeft me altijd gefascineerd. Voor mij is het iets wat me van nature drijft. Als kind kreeg ik bijvoorbeeld havo-advies. Toen ik boven verwachting goed scoorde op de Cito, zei mijn leerkracht: “Misschien lukt vwo ook wel.” Mijn reactie? “Dan doe ik dat, want dat is het hoogste.” Uiteindelijk heb ik het gehaald, met hakken over de sloot, maar het streven om het beste uit mezelf te halen zat er al vroeg in.
Die motivatie heeft me veel gebracht maar het werd ook een valkuil. Soms betekende het signalen van mijn lichaam negeren. Soms schoot ik door in perfectionisme: nooit tevreden, de lat steeds hoger leggen, mezelf constant vergelijken met mensen die meer bereikt hadden. Het beste uit jezelf halen was vooral uitputtend en misschien wel ongezond. Ik ging het tegenovergestelde doen: een 6 was voldoende, daar kon ik ook best tevreden mee zijn.
Maar toch – jezelf willen verbeteren, excelleren, gedreven zijn – dat is ook een kracht. Het is van een 8 een 9 maken. Je richten op waar je al goed in bent en daarin groeien. Maar hoe doe je dat op een manier die je energie geeft in plaats van kost?
- Herken perfectionisme
Perfectionisme is niet hetzelfde als excelleren. Perfectionisme herken je aan de angst om fouten te maken. Het voelt alsof je alleen goed genoeg bent als je geen fouten maakt. Excelleren betekent juist leren van je fouten en groeien door steeds een stap verder te zetten. Het gaat om vooruitgang, niet om perfectie. - Vergelijk jezelf op de juiste manier
Vergelijken kan nuttig zijn, zolang je het op hetzelfde niveau doet. Het heeft geen zin om je sportprestaties te vergelijken met die van een olympisch atleet (tenzij je zelf ook een olympisch atleet bent, natuurlijk). Doe dat dan in je werk of op andere gebieden ook niet. Dit wordt “opwaartse vergelijking” genoemd: jezelf meten met iemand die veel verder is. Focus in plaats daarvan op je eigen groei en prestaties. - Focus op je sterke punten
Richt je op wat je al goed doet. Je energie steken in het verbeteren van een 8 naar een 9 levert vaak veel meer op dan proberen van een 5 een 6 te maken. Het benutten van je sterke punten maakt niet alleen dat je groeit, maar ook dat je je zekerder en energieker voelt.
Je volledige potentieel benutten betekent niet dat je jezelf moet uitputten. Het betekent dat je bewust je talenten gebruikt om te floreren.
#27 Snel schakelen
10 december – Rust is geen sluitpost
Over leven en schrijven – Stephen King
Zo laat je positieve gedachten voor je werken
Als je er maar hard genoeg in gelooft, dan wordt het vanzelf waarheid. Sinds ik ooit The Secret las, bleef ik geïnteresseerd in het thema manifesteren. Hoewel ik er vaak heel veel onzin over tegenkom, is er altijd een stemmetje dat zegt: stel dat het wel werkt?
En stel inderdaad dat manifesteren echt werkt. Is het dan niet de moeite waard om het gewoon eens te proberen?
Hoe werkt manifesteren niet?
Manifesteren wordt vaak eenvoudig voorgesteld als positief denken om je verlangens waar te maken. Negatieve gedachten zouden ervoor zorgen dat je het negatieve manifesteert, terwijl positieve gedachten het positieve werkelijkheid maken. Dit idee kan echter leiden tot angst voor negatieve gedachten. Alsof je ‘verkeerd’ kan denken.
Het resultaat? Je stopt negatieve gedachten of emoties weg, omdat ze er niet mogen zijn. En juist dat kan averechts werken. Als je negatieve gedachten wegstopt, doe je er niets mee. Je accepteert ze niet en gaat ze niet te lijf. Daardoor blijf je vastzitten in oude patronen.
Voorbeeld: Stel je wordt vaak boos op je kinderen als ze hun kamer niet opruimen. Je schaamt je daarvoor en probeert het gevoel weg te stoppen. Je visualiseert een opgeruimde kamer en rustige gesprekken, maar als je weer een rommelige kamer ziet, schreeuw je opnieuw. Het positieve denken werkt niet, omdat je de onderliggende oorzaak (je boosheid en hoe je daarmee omgaat) niet hebt aangepakt.
Wat werkt dan wel? Erken dat je boos wordt en accepteer dat het gebeurt. Zodra je dat onder ogen ziet, kun je werken aan oplossingen. Misschien ontdek je dat je aan het eind van de dag sneller boos wordt, en besluit je ‘s ochtends rustig met je kinderen te praten. Zo ontstaat ruimte voor nieuwe, effectievere manieren van reageren.
Waarom een self-fulfilling prophecy werkt
Manifesteren mist wetenschappelijk bewijs. Een self-fulfilling prophecy daarentegen, laat zien hoe verwachtingen werkelijkheid worden door je gedrag. Er is veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar dit fenomeen, zoals het bekende Pygmalion-effect.
Een self-fulfilling prophecy is een fenomeen waarbij jouw verwachtingen leiden tot gedrag dat je verwachting werkelijkheid maakt. Een bekend voorbeeld is het Pygmalion-effect, onderzocht door Rosenthal en Jacobson (1968), waarbij verwachtingen van leraren over leerlingen hun prestaties verbeterden. Door meer aandacht en vertrouwen te tonen, werden de verwachtingen werkelijkheid.
- Leraargedrag: Leraren behandelden de geselecteerde leerlingen anders: ze gaven meer aandacht, stelden uitdagendere vragen en gaven meer positieve feedback.
- Leerlingreactie: De leerlingen voelden het vertrouwen, ontwikkelden meer zelfvertrouwen en motivatie, en verbeterden daardoor hun prestaties.
De aanvankelijke (foutieve) verwachting van de leraar werd realiteit door het gedrag dat eruit voortvloeide.
Hoe maak je een self-fulfilling prophecy werkbaar?
Je kunt dit mechanisme bewust inzetten om positieve resultaten te bereiken. Hier is een stappenplan:
Stap 1: Stel je verwachtingen in
Begin met een positieve overtuiging, bijvoorbeeld: “Ik leef gezond en voel me energiek.” Dit legt de basis voor je gedrag.
Stap 2: Visualiseer het resultaat
Zie jezelf als iemand die al gezond leeft. Hoe voel je je? Wat doe je anders? Door dit beeld voor ogen te houden, kun je je acties erop afstemmen.
Stap 3: Neem kleine acties
Ondersteun je verwachting met kleine, haalbare stappen. Kies er bijvoorbeeld voorom je dag te starten met een gezond ontbijt of een korte wandeling. Elke actie bevestigt je positieve overtuiging.
Stap 4: Omarm negatieve gedachten
Negatieve gedachten horen erbij. Vecht er niet tegen, maar laat ze toe en verleg je aandacht naar wat je wel kunt doen. Denk: “Ik vind het lastig, maar ik zet een kleine stap vooruit.”
Stap 5: Herhaal en bouw op je successen
Elke keer dat je gedrag aansluit bij je positieve verwachting, versterk je je overtuiging. Dit motiveert je om door te gaan en nieuwe stappen te zetten.
Voorbeeld: Je verwacht dat je gezonder kunt leven (stap 1). Je visualiseert jezelf als fit en energiek (stap 2). Je begint met dagelijkse wandelingen en gezondere maaltijden (stap 3). Op een dag sla je een training over, maar je denkt: “Eén dag bepaalt mijn traject niet” en pakt het weer op (stap 4). Na een maand merk je dat je je fitter voelt en vaker gezonde keuzes maakt (stap 5).
Uiteindelijk zijn de verwachtingen die je had werkelijkheid geworden doordat je gedrag consistent was met je positieve overtuiging. Je hebt zelf een gezonde levensstijl gecreëerd door het krachtig inzetten van een self-fulfilling prophecy. Het werkt niet door magie, maar door de kracht van je eigen gedrag en mindset. En dat is wellicht het proberen waard.
Wat geef je aan kinderen die alles al hebben?
Het hele jaar loop ik al rond met een notitie op mijn telefoon genaamd: kerst. Het is bedoeld om een lijstje te maken met cadeaus voor mijn kinderen. Elk jaar voel ik weer diezelfde druk: wat moet ik nu weer kopen?
En eerlijk? Het voelt verwend om stress te krijgen van het kopen van kerstcadeaus. Ik weet dat ik niet de enige ben die hiermee worstelt. Want wat geef je aan een kind dat alles al heeft?
In mijn jeugd was het krijgen van cadeaus tijdens de feestdagen nog iets bijzonders. Met Sinterklaas kreeg ik dingen die ik heel graag wilde, maar niet zomaar gedurende het jaar kreeg. Tegenwoordig krijgen kinderen overal cadeaus voor: een goed rapport, een zwemdiploma, een dansvoorstelling. En al die beloningen? Ze werken vaak averechts. Onderzoek laat zien dat externe beloning de intrinsieke motivatie juist vermindert. Wat eerst leuk was, voelt door beloningen ineens als werk.
Kortom, mijn kinderen hebben alles al. Al denken ze zelf dat ze de nieuwste iPhone nodig hebben, omdat iedereen in de klas een grote telefoon heeft, behalve zij.
Toen ik me afvroeg wat ik dit jaar met kerst moest doen, kwam ik op LinkedIn een bericht tegen dat mijn hart warm maakte. Een eenvoudig idee, maar precies wat ik zocht: the gift of time.
Het idee is simpel: je maakt 12 enveloppen en stopt die in een doos onder de kerstboom. In elke envelop zit een activiteit die je als gezin samen doet. De kinderen mogen elke maand een envelop openen, en dan plan je iets voor die maand. Denk aan een bakmiddag, uit eten, een museumbezoek of een workshop. Je hoeft niet meteen alles voor een heel jaar te verzinnen, dat kan gewoon maand voor maand. Het bericht waar ik dit idee vond, kun je hier lezen.
Ik vond het zo inspirerend dat ik het idee enthousiast deelde op LinkedIn. Toen kwam er een reactie onder:
“Op zich een heel leuk idee. Alleen jammer dat er weer een heel speciaal iets van gemaakt moet worden. Ik doe vaker deze dingen met mijn boys, gewoon tussendoor. Hier vanzelfsprekend en geen envelop cadeau onder de kerstboom nodig.”
Mijn eerste reactie? Wat zuur! Maar daarna dacht ik erover na. Is tijd met je kinderen inderdaad zo bijzonder geworden dat het als cadeau verpakt moet worden?
Voor mij voelt het niet zo. Wij brengen als gezin regelmatig tijd met elkaar door. Maar ik zie dit idee als een alternatief voor een stapel cadeaus die na de kerstvakantie alweer vergeten zijn. Ik zie het als een gelegenheid om elke maand opnieuw dingen met elkaar te doen die je normaal gesproken niet doet. Natuurlijk kunnen we dit doen omdat we welvarend zijn, en het hoeven echt geen bijzondere of grote activiteiten te zijn. Het gaat om de tijd die je samen doorbrengt.
Gretchen Rubin zei het mooi: the days are long, but the years are short.
‘The gift of time’ – ik vind het een prachtig idee. Ik kijk ernaar uit om samen met mijn gezin een heel jaar lang herinneringen te maken, om kostbare tijd met elkaar door te brengen, en daar elke maand bewust bij stil te staan.
Ik wens je een mooie kersttijd.
Social media detox
(On)succesvol
#52 Veel aanbod, hoe val je op?
Kinderlijke magie behouden
Als klein meisje was ik fanatiek wedstrijdzwemster. In mijn tienerjaren keek ik enorm op naar mijn grote idool, Inge de Bruijn. Mijn beste slag was vlinderslag, net als die van haar. Ik liet zelfs mijn nagels groeien, in de hoop nét iets eerder te kunnen aantikken. Het idee dat ik ooit ook de Olympische droom kon waarmaken, dreef me voort.
Ik hoefde niet veel ouder te worden om te beseffen dat dat niet ging lukken. Dat ik niet de nieuwe Inge de Bruijn zou worden. Het was een deceptie. Ik vergelijk het graag met het moment waarop ik ontdekte dat Sinterklaas niet echt was. Een illusie armer, met een gevoel alsof je iets belangrijks bent kwijtgeraakt. Wakker worden na een mooie droom en je realiseren dat het slechts een droom was. Proberen terug in slaap te vallen om verder te dromen, maar dat lukt nooit. De realiteit dringt zich op. Het was slechts een droom.
Toch voelde het destijds niet zo zwaar als het nu misschien klinkt. Want het plezier dat ik in sport had, kwam niet voort uit die droom. Het kwam doordat ik hield van sporten. Van in beweging zijn, mijn energie kwijt kunnen en dat samen doen met anderen die dat ook fijn vonden.
Juist daarom ben ik altijd blijven sporten, ook toen ik wist dat die droom niet haalbaar was. De magie van zo’n droom voelt achteraf kinderlijk naïef. Iedereen weet dat de kans om de nieuwe Inge de Bruijn te worden ontzettend klein is, net zoals dat geldt voor andere topsporters. Maar die kinderlijke naïviteit is precies wat je nodig hebt om de magie te ervaren.
En als je eenmaal weet dat de droom niet haalbaar is, komt er ruimte voor iets anders. Dan mag je de magie in jezelf vinden. En dan besef je dat kinderen eigenlijk zo naïef niet zijn. Het is heerlijk om in magie te geloven. Omdat het je een opwaarts gevoel geeft, vleugels. Omdat het je helpt net iets meer te bereiken dan je dacht. Omdat die magie je misschien aanmoedigt om iets nieuws te proberen, ook als je al in de veertig bent. Omdat die magie je energie geeft, laat bruisen en je springlevend doet voelen. Die magie herinnert je eraan dat er altijd kansen en mogelijkheden zijn. Dat je altijd opnieuw kunt kiezen om in magie te geloven.
Om toch nog even terug te komen op Sinterklaas: mijn kinderen geloven al lang niet meer, maar we vieren nog steeds pakjesavond. Niet zoals vroeger, maar we kijken wel samen naar het Sinterklaasjournaal. Op pakjesavond spelen we een cadeauspel en eten we kaasfondue. Zo houden we de magie levend.
Mijn droombaan is moeder
Gratis trainingen, challenges en webinars
Geen tijd om te schrijven
De invloed van sport op je mentale welzijn
Tijdens de zomervakantie kwam ik op het idee om een racefiets te kopen. Nou ja, een gravelbike, dacht ik eerst. Mijn vader – een fervent wielrenner – stond al snel voor de deur met een stapel wielermagazines. Ik bezocht een fietsenwinkel en al snel werd duidelijk: het zou toch een racefiets worden. Een gravelbike zou niet veel toevoegen omdat ik al een mountainbike heb.
Aan het einde van de zomervakantie was het zover: de fiets stond klaar. De bijpassende outfit, inclusief witte schoenen en sokken (zoals het blijkbaar hoort, dankjewel Ankie), was ook binnen. Mijn eerste rit voelde wat onwennig. Even wennen aan de klikpedalen. Kan ik die mensen inhalen? Is er wel genoeg ruimte? Maar al gauw verscheen er een grote glimlach op mijn gezicht. Dit is wat ik zo heerlijk vind: in beweging zijn, mijn lichaam aan het werk zetten en snelheid maken. Onderweg hield ik mijn snelheid in de gaten op mijn horloge. Thuis keek ik naar de statistieken. De gedachte kwam naar boven: hoe heb ik dit ooit kunnen laten versloffen? Waarom heb ik deze versie van mezelf zo lang weggestopt?
De herontdekking van sporten
Hoewel ik altijd ben blijven sporten, is het lang geleden dat ik er zoveel plezier in heb gehad als nu. Inmiddels sport ik vijf keer per week: twee keer zwemmen, twee keer hardlopen en één keer fietsen. En ik vind het fantastisch. Ik merk dat ik letterlijk en figuurlijk beter in mijn vel zit. Mijn buikomtrek kwam namelijk in de gevarenzone. Hoewel ik altijd een gezond BMI heb gehad, schrok ik toch van de cijfers.
Gezien mijn verhoogde risico op hart- en vaatziekten, besloot ik dat het verstandig was om mijn buikomtrek weer onder controle te krijgen. Mijn ideale gewicht is het gewicht waarbij ik lekker in mijn vel zit, mijn kleding fijn aanvoelt, ik soepel kan bewegen en met minder blessures hardloop. Daarom ben ik, tegelijk met mijn nieuwe hobby wielrennen, ook mijn voedingspatroon gaan verbeteren. Maar voordat dit echt lukte, moest ik er klaar voor zijn.
Stress en de rol van energiegevers
Jarenlang wist ik wel dat mijn voeding niet optimaal was en dat ik actiever mocht zijn, maar het lukte niet. Sporten voelde als een verplichting in plaats van iets waar ik energie van kreeg. Ik had veel stress omdat ik constant bezig was met dingen die me geen energie gaven. Hierdoor voelde ik me vaak moe en futloos, wat natuurlijk geen goede basis is om weer fit te worden.
Het moment dat ik echt naar mezelf durfde te kijken, met behulp van een therapeute, kon ik beetje bij beetje weer dingen doen die me energie gaven. Begin dit jaar startte ik met een studie psychologie en besloot ik twee dagen per week buiten de deur te werken. Die hernieuwde energie gaf me weer levenslust. In plaats van mezelf als “oud en afgedaan” te zien, zag ik weer mogelijkheden: wat ga ik doen met de tweede helft van mijn leven?
Plotseling zag ik weer kansen. Mijn studie opende nieuwe deuren in mijn werkveld die ik eerder niet zag. Werken bij een ander bedrijf gaf me het gevoel dat ik weer van nut kon zijn en echt iets kon bijdragen. Het maakte mij ook minder beschikbaar voor zorgtaken en het huishouden, wat een verademing was. Hierdoor kreeg ik meer ruimte voor mezelf en mijn eigen behoeften.
De kracht van fysieke activiteit voor je mentale welzijn
Deze toegenomen lichamelijke activiteit heeft ook mijn mentale welzijn sterk verbeterd. Hoewel het geen directe oorzaak-gevolgrelatie is, hangt het onlosmakelijk met elkaar samen. Als je je goed voelt, heb je meer zin om te sporten, en sporten zorgt er weer voor dat je je beter voelt. Dit werkt ook door in je voedingspatroon. Na het sporten heb ik geen zin meer om een zak chips leeg te eten; ik kies dan liever voor iets gezonds, zoals fruit en yoghurt.
Tijdens het sporten komen neurotransmitters zoals dopamine, serotonine en endorfines vrij, die een positief effect hebben op je gemoedstoestand. Dopamine speelt een rol bij motivatie en beloning, serotonine helpt je stemming te reguleren en vermindert angst, en endorfines zorgen voor pijnverlichting en een euforisch gevoel, het bekende “runner’s high”.
Praktische tips om weer fit te worden
Wil je zelf aan de slag met sporten en gezonder leven? Hieronder deel ik enkele tips die mij hebben geholpen en hopelijk jou ook op weg helpen.
1. Herken waar het probleem zit
Als je je moe, futloos en zonder energie voelt, zoek dan naar de oorzaak. Meestal weet je wel op welk gebied het niet lekker loopt: je werk, je relatie, of misschien iets uit het verleden. Praat erover met iemand die je kan helpen veranderingen aan te brengen.
2. Begin met iets wat je vroeger leuk vond
Als je klaar bent om weer fit te worden, kies dan een sport die je in het verleden plezier gaf. Voor mij was dat zwemmen; ik kon het goed en dat zorgde direct voor een succeservaring, wat energie geeft. Heb je nooit eerder gesport? Begin dan met iets dat je leuk lijkt.
3. Sport samen met iemand
Sporten met een vriend of partner is niet alleen gezellig, maar ook motiverend. Samen sporten creëert een sociaal moment, en je houdt elkaar gemotiveerd.
4. Houd je vooruitgang bij
Voor mij werkt het enorm motiverend om cijfers en statistieken te hebben. Als kind hield ik mijn persoonlijke records bij op een briefje dat ik in mijn kledingkast hing. Nu gebruik ik mijn Garmin-horloge en app om mijn activiteiten bij te houden. Ik meet mijn vooruitgang wekelijks, bijvoorbeeld mijn buikomtrek, en dit motiveert mij enorm om door te gaan.
5. Let op je voeding
Ik houd mijn calorie-inname bij met de Eetmeter-app van het Voedingscentrum. Het tellen van calorieën helpt mij om bewust te blijven van wat ik eet. Afvallen draait uiteindelijk om minder energie innemen dan je verbruikt. Het maakt niet zoveel uit *wat* je eet, als je maar minder eet dan je nodig hebt. Te veel eten, zelfs van gezonde voedingsmiddelen, blijft ongezond.
6. Stel doelen en beloon jezelf
Stel concrete doelen voor jezelf, zoals 5 kilometer hardlopen, 60 kilometer fietsen of een bepaald gewicht. Geef jezelf een beloning wanneer je een doel hebt bereikt, zoals een nieuwe hardloopoutfit, een boek of nieuwe schoenen. Dit maakt het leuk om doelen te halen en houdt de motivatie hoog.
7. Accepteer tegenslagen
Als het even niet gaat, bijvoorbeeld door ziekte of menstruatie, is dat niet erg. Sta jezelf toe om een keer meer te eten of rust te nemen, maar houd wel de balans in de gaten. Eén slechte dag zegt niets over de andere dagen.
8. Wees voorbereid op sociale gelegenheden
Bij feestjes met alcohol of snacks is het handig om een plan te hebben. Ik drink zelf bijna nooit alcohol, maar als ik toch zin heb, vul ik het in mijn app in. Zo houd ik het overzicht en maak ik bewust keuzes. Dit geldt ook voor taart, chips of friet. Doordat ik het altijd bijhoud, ben ik bewuster van de calorieën en geniet ik er oprecht van, in plaats van het gedachteloos te eten.
9. Plan je sportmomenten in
Maak van sporten een vaste afspraak in je week, net zoals je naar je werk gaat. Het is niet optioneel en er komt niets voor in de plaats. Ik sport graag in de ochtend, zodat ik de dag fris begin en het achter de rug heb.
Sporten en fysieke activiteit hebben mijn mentale welzijn aanzienlijk verbeterd. Door actief te blijven, mijn doelen te volgen en bewust met mijn voeding om te gaan, voel ik me sterker, gezonder en energieker.
Succesvol op eigen-wijze
Kinderlijke magie behouden
Het moet wel ergens over gaan, toch?
Het hoeft niet altijd leuk te zijn: vind jouw intrinsieke motivatie
Mijn liefde voor sport is een tijdje weggeweest. Als kind sportte ik veel. Sporten was net zo vanzelfsprekend als tanden poetsen en naar school gaan; het was een vast onderdeel van mijn leven. Omdat ik van mijn passie mijn werk wilde maken, behaalde ik mijn zwemtrainersdiploma en ging sporteconomie studeren. Tijdens mijn studie en de daaropvolgende opleidingen begon mijn interesse in sport geleidelijk aan te vervagen. Ik kreeg een relatie, en ineens werd het wedstrijdzwemmen en het geven van trainingen minder belangrijk.
Terwijl ik aan mijn afstudeerscriptie werkte bij het Textielmuseum, ontdekte ik dat cultuur ook een heel boeiend werkveld was, en zo verbreedde mijn interesse. Je zag mij niet meer in het zwembad, behalve op zomerse dagen met mijn kinderen. Zelfs dan had ik vaak geen zin om het water in te gaan. Hooguit om even af te koelen, maar zwemmen deed ik niet meer.
Het herontdekken van mijn passie door mijn dochter
Sport verdween echter nooit volledig uit mijn leven; ik bleef bewegen. Eerst een tijdje in de sportschool, daarna bij een hardloopgroep. Want beweging was iets dat ik nodig had om me fysiek en mentaal goed te voelen. Maar het diepe verlangen dat sport ooit in me had aangewakkerd, leek ver weg.
Totdat mijn dochter haar eerste schaatswedstrijd reed. Ze viel, maar kwam toch over de finish. Ze móest en zou eerste worden, en dat lukte haar ook. Vanaf dat moment had ze de smaak te pakken en kon ze niet wachten tot de volgende wedstrijd. Dit maakte mij emotioneel, omdat ik dat gevoel zo goed kende. De spanning voor de start, de opluchting wanneer het startsignaal klinkt, en het mentale spel dat je speelt om jezelf vooruit te stuwen. Als ik nu in een zwembad lig en iemand voor me zie zwemmen, begint dat oude bandje automatisch af te spelen: “Er naartoe, kom op, je kan het, doorgaan.”
De afgelopen maand, toen ik dagelijks naar de Olympische Spelen keek, voelde ik me weer even dat negenjarige meisje dat vol bewondering naar Flo-Jo keek, terwijl ze de 100 meter sprint won. Naast me op de bank zit mijn negenjarige dochter die met dezelfde bewondering naar de atleten kijkt. En ik vraag me af waarom dat gevoel ooit bij mij is verdwenen, of misschien slechts sluimerend aanwezig is geweest.
Wilskracht versus intrinsieke motivatie
Misschien moet ik terugdenken aan mijn eerste baan, toen mijn leidinggevende tegen me zei: “Gwyneth, werken kan niet altijd leuk zijn.” Later noemde ik dit het slechtste advies dat ik ooit had gekregen, maar misschien was het wel het beste. Hij bedoelde ongetwijfeld dat je soms dingen moet doen die je niet leuk vindt om een groter doel te bereiken. Ik interpreteerde het destijds als: “Blijf doorgaan op wilskracht, ook als je niet gemotiveerd bent.” Voor mij was plezier altijd de maatstaf; als iets niet leuk was, waarom zou ik het dan doen?
Woorden doen ertoe. Plezier kan voor de een kortstondig geluk betekenen, en voor de ander diepe betekenis in wat je doet. Ik besef nu dat het gevoel dat sport mij geeft niet puur plezier is. Het is een kracht die plezier overstijgt—een drang, een verlangen, een innerlijke motivatie die je voortstuwt. Dat gevoel, dat ondanks alles, je toch door wilt gaan.
Als ik in het water spring en mijn eerste baan zwem, voelt het alsof ik zweef, alsof het water mij draagt en ik erdoorheen vlieg. Elke slag gaat moeiteloos. Dat gevoel houdt misschien één of twee banen aan, daarna wordt het zwaarder. Ik voel mijn armen, maar ook dat gevoel ebt weg. Uiteindelijk vind je een ritme en weet je met elke slag jezelf voort te duwen. Dat gemak waarmee dat gebeurt, vind ik nergens anders terug. Het gaat niet om plezier. Zwemmen is niet altijd leuk. Ik word moe, maar toch wil ik doorgaan.
Zwemmen is iets waarvoor ik intrinsiek gemotiveerd ben. En dat is waar het uiteindelijk om draait: het aanspreken van die intrinsieke motivatie in jezelf. Dat klinkt eenvoudig, maar ik denk dat het voor de meesten van ons, inclusief mezelf, ontzettend moeilijk is. Vooral als je de neiging hebt om anderen te pleasen, doe je misschien onbewust dingen voor anderen en dat moet je dan echt doen op wilskracht.
Wilskracht en discipline zijn belangrijk en brengen je ver, maar er is meer nodig. Het gaat om die innerlijke drijfveer, dat diepgewortelde verlangen dat je verder brengt, zelfs wanneer je moe bent. Het vinden van die kracht binnenin jezelf is niet altijd gemakkelijk, maar als je die vindt, overstijgt het elke vorm van plezier en geeft het je een doel dat dieper gaat dan oppervlakkig geluk.
Hoe je jouw intrinsieke motivatie vindt
Het vinden van je intrinsieke motivatie kan een uitdaging zijn. Ik geef je graag enkele tips die je op weg kunnen helpen.
Reflecteer op plezier: waar krijg je energie van? Waar word je blij van? Denk terug aan activiteiten die je vroeger graag deed en vraag jezelf af waarom ze je zoveel vreugde gaven. Probeer deze activiteiten opnieuw, zonder de druk van prestatie of verwachtingen.
Stel persoonlijke doelen: wat ga je doen met de rest van je leven? Bepaal wat je echt wilt bereiken, zonder te denken aan wat anderen van je verwachten. Breek deze doelen op in kleinere, haalbare stappen om je voortgang te zien.
Omarm moeilijkheden: begrijp dat niet alles altijd leuk hoeft te zijn. Moeilijke momenten kunnen je dichter bij je intrinsieke motivatie brengen. Zie uitdagingen als een kans om te groeien en te leren, in plaats van als obstakels.
Zoek inspiratie: kijk naar anderen die je bewondert. Wat kun je van hen leren? Wat heb jij met hen gemeen? Omring jezelf met mensen en verhalen die je inspireren en je energie geven. Ik hoorde ergens: bruistabletjes in plaats van zuigtabletjes.
Geef jezelf de ruimte om te ontdekken wat voor jou werkt, en vier kleine successen onderweg. Heb plezier!
Telefoonangst
De 5 regels voor succes volgens Richard Branson
Zo stop je met zelfkritiek
Hoe het schrijven van je levensverhaal je richting kan geven in het vinden van zingeving.
Als kind schreef ik dagboeken vol en nog steeds ben ik een fervent dagboekschrijver. Niet dagelijks, eigenlijk meer in periodes. Meestal frequenter in periodes dat ik voor een kruispunt sta in mijn leven. Wat ik meestal ervaar door een voorafgaande periode van chaos. Een periode waarin zelftwijfel en onzekerheid de overhand neemt. Waarin ik uren kan praten over mijn onrust. Pagina’s van dagboeken volschrijf over diezelfde onrust. En hevig verlang naar een rustige zee waarin de boeien die de route van het leven aangeven duidelijk zichtbaar zijn.
Het uiten van deze gevoelens door erover te schrijven, bied in elk geval tijdelijk rust. Schrijf het van je af, zoals ze weleens zeggen. Het lucht op. Maar in het wildeweg schrijven over tegenstrijdige gevoelens geeft niet per se richting. Wat wel richting geeft is op een gestructureerde manier je levensverhaal opschrijven.
Toen ik nog schrijftrainingen gaf, had ik verschillende methodes om die aan te pakken. Wat ik ook heb gemerkt in mijn trainingen die gingen over het schrijven van een boek is dat het de deelnemers niet zozeer ging over het uitbrengen van het boek. Al dachten ze dat wel op voorhand. Het ging vooral over het schrijven van hun levensverhaal. Over het in kaart brengen van de hoogte-en dieptepunten van hun leven. Om er op een gestructureerde manier naar te kijken. Om ineens voor zich te hebben welke keuzes zij hadden gemaakt en hoe die de loop van hun leven positief of negatief hadden beïnvloed. Ook hoe de interpretatie van de gebeurtenissen bijdraagt aan de gevoelens die je erbij hebt. Hoe je juist door vanuit verschillende perspectieven naar een gebeurtenis te kijken, kan zien dat een gebeurtenis – hoe negatief en vervelend ook – jouw leven op een bepaalde manier betekenis heeft gegeven.
Het vinden van betekenis in wat je doet is denk ik een belangrijke vorm in het vinden van geluk. Of in elk geval geluksmomenten te ervaren. Continue gelukkig zijn is een utopie. En wellicht vergelijkbaar met alle dagen vakantie. Het lijkt fantastisch, tot je het zelf uitprobeert.
Nu kwam ik tijdens mijn studie psychologie de psychosociale ontwikkelingsfasen van Erik Erikson tegen. En die lijken mij mooi om te gebruiken als leidraad voor het schrijven van je levensverhaal.
Eerst een uitleg over de 8 fasen. Daarna vertel ik je hoe je dit kan toepassen in je levensverhaal.
Eriksons psychosociale ontwikkelingsfasen met geschatte leeftijden
Fase 1: Basisvertrouwen versus wantrouwen (geboorte tot 1 jaar)
Tijdens het eerste jaar, wanneer baby’s warme moederlijke zorg ontvangen en hun behoeften worden vervuld wanneer deze zich voordoen, ontwikkelen ze een gevoel van basisvertrouwen. Ze gaan geloven dat mensen betrouwbaar zijn en dat de wereld een veilige plek is. Als aan dergelijke behoeften niet wordt voldaan, ontstaat wantrouwen. Het ontwikkelen van basisvertrouwen bereidt het kind voor op het omgaan met de crises die ontstaan naarmate hij of zij ouder wordt.
Fase 2: Autonomie versus schaamte en twijfel (1 tot 3 jaar)
In het tweede en derde jaar kunnen ouderlijke steun en aanmoediging voor de nieuw ontwikkelde vaardigheden van kruipen, lopen, klimmen en verkennen het gevoel van autonomie van het kind bevorderen. Kinderen kunnen echter nieuwe vaardigheden proberen, maar hun doelen niet bereiken. Deze fase komt ook overeen met Freuds anale periode en “ongelukjes” met zindelijkheidstraining komen vaak voor. Als ouders de mislukkingen van hun kinderen belachelijk maken en erop staan dingen voor hun kinderen te doen die ze zelf ook kunnen doen, kan er een gevoel van schaamte of twijfel ontstaan.
Fase 3: Initiatief versus schuldgevoel (3 tot 6 jaar)
Jonge kinderen leren de rollen van de maatschappij door fantasiespelletjes te spelen, doelen voor zichzelf te stellen en deze te bereiken, en te concurreren met andere kinderen. Ouderlijke steun en aanmoediging voor zulke zelfgeïnitieerde activiteiten bevordert de ontwikkeling van een gevoel van initiatief. Daarentegen kan er een schuldgevoel ontstaan als ouders te veel zelfbeheersing en competentie van hun kinderen eisen, hun pogingen tot volwassen gedrag bekritiseren, hun fantasiespel belachelijk maken en hun vragen als een overlast beschouwen.
Fase 4: Vlijt versus minderwaardigheid (6 jaar tot de puberteit)
De toegenomen cognitieve vermogens van schoolgaande kinderen motiveren hen om te ontdekken hoe dingen werken en hoe ze gemaakt worden, van de mechanismen van een klok en een automotor tot de veranderende seizoenen. Kinderen die worden aangemoedigd om dingen te bouwen of te maken (vogelhuisjes, koekjes, modelauto’s) en die worden geprezen voor hun prestaties, ontwikkelen een gevoel van vlijt. Ouders die de inspanningen van hun kinderen als een last zien en zich concentreren op de rotzooi die ze maken in plaats van op de producten van hun arbeid, kunnen echter een gevoel van minderwaardigheid ontwikkelen. In tegenstelling tot Freud geloofde Erikson dat sociale instellingen (school, sport, religieuze organisaties, scouting, enz.) de ontwikkeling van kinderen aanzienlijk beïnvloeden, te beginnen met deze fase.
Fase 5: Identiteit versus identiteitsverwarring (12 tot 18 jaar)
Elke conflictoplossing tot nu toe heeft bijgedragen aan het gevoel van eigenwaarde van een kind – zijn of haar identiteit – maar met seksuele rijping komt het besef dat volwassen seksuele relaties en huwelijk niet ver weg zijn. Volgens Erikson is de belangrijkste taak in de adolescentie de integratie van verschillende identiteiten die uit de kindertijd zijn meegebracht in een completere identiteit die continuïteit biedt vanuit het verleden en voorbereiding op de toekomst. Dit is een periode van reorganisatie. Als adolescenten niet kunnen accepteren “wie ze zijn” en “wie ze moeten zijn”, is het resultaat identiteitsverwarring.
Fase 6: Intimiteit versus isolatie (jongvolwassenheid)
Vroege volwassenheid omvat de periode van verkering, huwelijk en vroege gezinsleven. Volgens Erikson hebben jongvolwassenen die het vermogen ontwikkelen om een ander lief te hebben en met hem of haar te delen zonder bang te zijn hun eigen identiteit te verliezen, intimiteit bereikt. Intimiteit omvat niet alleen seksualiteit in liefdesrelaties, maar ook hechte vriendschappen, werkrelaties en relaties met medeleden van bijvoorbeeld verenigingen. Het niet tot stand brengen van intimiteit kan resulteren in isolatie, het onvermogen om de levenservaringen volledig te delen met belangrijke anderen.
Fase 7: Generativiteit versus stagnatie (middelbare volwassenheid)
Wanneer de interesses van een volwassene van middelbare leeftijd zich uitbreiden tot buiten zijn of haar directe familie om het algemene welzijn van jongere collega’s op te nemen, of inspanningen om de toekomstige staat van de samenleving of de wereld te verbeteren, heeft de persoon volgens Erikson generativiteit ontwikkeld. Volwassenen die geen positieve kijk op de toekomst hebben of geen geloof in de mensheid, kunnen in zelfabsorptie of stagnatie vervallen.
Fase 8: Integriteit versus wanhoop (late volwassenheid)
Wanneer oudere volwassenen terug kunnen kijken op hun leven en de bijdragen die ze hebben geleverd en tevreden zijn met het leven dat ze hebben geleid, ontwikkelen ze een gevoel van integriteit. Ze zien zichzelf als onderdeel van een groter geheel dat eerdere en toekomstige generaties omvat. Anderen, die terugkijken en alleen gemiste kansen zien en spijt hebben van wat ze hebben gedaan, kunnen wanhoop ervaren.
Hoe pas je de ontwikkelingsfasen toe in je levensverhaal?
De fasen vormen je levensloop. Erikson had het idee dat er bij elke fase een crisis moest overwonnen. Wat ik een verhelderend idee vond, want ik had altijd het idee dat ik van crisis naar crisis ging (puberteit, quarterlife, dertigersdillema en nu midlife). Het idee dat het gewoon bij het leven hoort, doet me goed.
Nu je de 8 fasen kent, zie je dat de eerste 3 fasen moeilijk zijn om in te vullen. Van 0-4 jaar zul je weinig herinneringen hebben en die je al hebt, zijn vaak vervormd. Dat wil zeggen dat het bijvoorbeeld kan dat je iets wat je hebt gezien als een eigen herinnering beschouwt, alsof het jou is overkomen terwijl dat in werkelijkheid niet zo is.
Fase 1 t/m 3 pak je samen
Beschrijf hier wat je weet over je kinderjaren. Mocht je het idee hebben, is dit echt gebeurd? Vraag het aan je ouders als die nog in leven zijn of een broer of zus. Ik had haarfijne herinneringen aan bepaalde gebeurtenissen meende ik. Maar bij navraag aan mijn moeder bleek het in werkelijkheid toch wat anders te zijn gegaan. Daarbij heb ik het niet over dat je een ander perspectief op een gebeurtenis kan hebben. Ik heb het over gebeurtenissen die je echt anders hebt geïnterpreteerd. Als voorbeeld: een vakantieadres waar je nooit bent geweest, terwijl jij dacht van wel. Achteraf blijkt dat een tante hier is geweest en hier over heeft verteld op een verjaardag waar jij bij was.
Fase 4 t/m 8
Over deze fasen ga je afzonderlijk schrijven. Noteer gewoon wat er in je opkomt. Als je dat lastig vindt, kun je ook fotoalbums van die tijd erbij pakken, zo komen er herinneringen naar boven. Waar het vooral om gaat is dat je niet te diep hoeft na te denken. Het hoeft geen acuraat verslag te worden van je leven. Dat is sowieso niet haalbaar. Het gaat erom dat je de hoogte- en dieptepunten in kaart brengt. Dat je ziet op welk moment je welke keuzes hebt gemaakt en wat jou die hebben opgeleverd. Om momenten van veerkracht, hoop en optimisme in je leven te zien.
Mocht je een traumatische ervaring hebben meegemaakt en je merkt dat je deze gaat herbeleven stop dan met schrijven en zoek hulp bij een professional. Als je op dit moment mentale problemen hebt en daarvoor onder behandeling bent, overleg dan altijd eerst met je behandelaar of je deze oefening kan doen.
Wat te doen met de fasen waar je nog niet in zit qua leeftijd?
Je kan stoppen bij de fase waarin je nu zit qua leeftijd. Je kan er ook voor kiezen om door te schrijven. Dan schrijf je jouw toekomstverhaal. Deze vragen kunnen je helpen met schrijven.
Hoe zie jij jezelf als je in deze fase zit?
Waar woon je en met wie?
Hoe ziet jouw omgeving eruit, werk je en wat doe je dan?
Wat doe je in je vrije tijd?
Hoe ziet jouw sociale leven eruit?
Wat is het gevoel dat je wilt hebben in deze fase?
Wat is er belangrijk voor je?
Welke keuzes zijn er in je huidige leven nodig om daar te komen?
En wat nu als je geen zin hebt om te schrijven?
Je hebt een hekel aan schrijven, maar bent wel geïnteresseerd in het nadenken over je levensverhaal. Kies een manier waar jij je prettig bij voelt. Het is vaak zo dat er een idee van ‘ik moet wel goed schrijven’ om het schrijven heen hangt. Dat hoeft in dit geval niet. Het mag vol spelfouten staan, het is puur voor je zelf. Maar mocht je het nu echt niet leuk vinden om te schrijven, kun je dit ook samen met een vriend of vriendin doen of je partner. Dat je allebei vertelt over een fase. Als je het niet wilt delen met iemand, kun je er ook voor jezelf over nadenken zonder het op te schrijven.
Ik wens je veel succes en plezier met het construeren van je levensverhaal. Ik hoop dat je er mooie dingen uithaalt. Bovenal wens ik je een mooie zomer. Ik hoop nog steeds op mooie zomerse dagen met buiten lezen en buiten eten.
Hoeveel inspiratie heb je echt nodig?
#21 Ondernemen op eigenwijze
#35 Minder doen meer resultaat
Een nieuw begin, een nieuw verhaal.
Toen ik afgelopen vrijdag voor het eerst zonder winterjas buiten liep, voelde ik het: lente. Een ontspanning ging door mijn lijf. Even geen regen, gewoon behaaglijk warm. Comfortabel. Eindelijk weer een keer.
Een nieuw begin is ook afscheid nemen. Afscheid van mijn schoonvader die in maart is overleden. Afscheid van het altijd vanuit huis werken en daardoor altijd tijd hebben.
Wij mensen proberen altijd een verhaal over ons leven te vormen. Dat doen we om grip te krijgen. Om orde te scheppen in de chaos die ons leven soms is. Het verhaal biedt houvast en geeft betekenis aan hetgeen we doen. Het maakt dat we in de ochtend zin hebben om te dag te beginnen en al die dagen daarna.
Zo moest ik mijn verhaal ook opnieuw vormgeven. Zo had ik altijd veel waarde gehecht aan prestaties. En toen het me niet lukte om te presteren, keerde ik het de rug toe. Zag ik in dat het soms echt belangrijker was om mee te doen dan om te winnen. Zag ik dat presteren ook maar relatief is. Om vervolgens weer te beseffen dat ik van presteren houd. Het gevoel kwam weer terug toen mijn dochter goed bleek te kunnen schaatsen. Ik zag haar gedrevenheid, haar wil om te winnen en het plezier dat ze daarin had. Precies dat heeft presteren mij ook altijd gebracht. En ik houd ervan, in sport en in mijn werk. Ik weet nu dat presteren en plezier samen kunnen gaan.
Een ander punt waarop ik mijn verhaal mocht aanpassen, ging over mijn rol als moeder. Ik was altijd degene die het beste wist wat mijn kinderen nodig hadden. Dus ik bepaalde alles en deed alles. Ik liet weinig tot geen ruimte over voor mijn man en klaagde vervolgens dat hij niets deed of het niet goed deed (lees: volgens mijn regels). Omdat ik deze moederrol ook als beklemmend ervaarde, leerde ik wat meer los te laten waardoor er ruimte ontstond. Voor mijn man, voor mijn kinderen, maar ook voor mezelf. Zo ontstond ruimte voor mijn wensen, zoals weer studeren.
Ik houd van werken. Ergens wist ik het ook wel. Ik heb altijd graag gewerkt. Ik vind het fijn om samen met anderen voor hetzelfde doel bezig te zijn. Ik houd van steeds verbeteren. En ook van het gewoon lekker bezig zijn. Zo voed ik mijn nieuwsgierigheid en mijn behoefte aan uitdaging. Ik doe nu veel meer in de week en heb meer energie. Van de juiste dingen doen krijg je juist energie.
Ik had alle tijd en nooit tijd. Alles liep door elkaar; werk, kinderen, huishouden, schrijven, sporten, sociale activiteiten. Alles kon altijd en daardoor ook weer nooit. Onverwachts bezoek kwam nooit uit, want dan was ik net van plan om iets te gaan doen. Dat kon ook wel later, dus weer koffie drinken met het bezoek. Nu heb ik een vollere week, maar ook duidelijke vrije dagen. Dat maakt dat ik echt geniet van de vrije dag en dan iets leuks kan doen zonder me steeds opgejaagd te voelen.
Een nieuw begin, een nieuw verhaal. Dit heb ik eruit meegenomen:|
- Presteren en plezier kunnen samen gaan.
- Als je loslaat, ontstaat er ruimte voor jezelf en voor anderen.
- Van de juiste dingen doen krijg je juist energie.
- Alle dagen vrij, is nooit vrij.
Ben je bereid naar je verhaal te kijken?
#23 Omzetschaamte
#41 Spirituele goeroes
Wat ik weet over storytelling – hoofd en hart samenwerken (deel 5)
Door het delen van persoonlijke verhalen, geef je mensen een kans jou te leren kennen. Je geeft ze een kans zichzelf te herkennen in jouw verhalen. Mensen kopen van mensen die ze kennen, leuk vinden en vertrouwen. Verhalen bieden door gelegenheid toe.
Betekent dit nu dat je alleen nog maar persoonlijke verhalen deelt? In het ene vakgebied ligt het wellicht meer voor de hand dan in het andere. Kies een mix die past bij wie jij bent. Stel je bent financieel adviseur, dan is het delen van verhalen wellicht onbekend voor je. Je bent gewend om vooral informatie te delen: feiten. Als je de feiten
combineert in een verhaal worden ze beter onthouden. Jouw persoonlijke verhalen laten zien wat jouw drijfveren
zijn, waardoor mensen eerder bij jou aanhaken dan bij iemand die uitsluitend de feiten presenteert. Dat laatste kan
iedereen en maakt dus dat je veel concurrentie hebt. Wat er dan gebeurt is dat er wordt geconcurreerd op prijs.
Het storytelling format dat zit in je hoofd. En dat kan iedereen toepassen. De sleutel is jouw hart. Wat er toe doet is de moed om echte verhalen te delen. Ze serieus te nemen. Ze bij te schaven. Ze in het format te gieten. En ze de wereld in te brengen. Jouw hart openen en de verhalen die er verborgen liggen te delen, dat kun je trainen.
Dat doe je door vaker te schrijven vanuit je hart, gewoon voor jezelf. Zo sta je stil bij je gevoelswereld en heb je ruimte om negatieve emoties te ontladen. Een volgende stap is dat je merkt dat je een drang hebt tot het vertellen of schrijven van verhalen. Denk dan eens na over het format. Hoe kan je er een goed verhaal van maken zodat je ook je punt kan maken. Oefen en speel ermee. Heb plezier!
Deel 1 wat ik weet over storytelling – de sweet spot
Deel 2 wat ik weet over storytelling – schrijven vanuit je hart
Deel 3 wat ik weet over storytelling – de kracht van jouw ervaring
Deel 4 wat ik weet over storytelling – de opbouw van een verhaal
Het moet wel ergens over gaan, toch?
Stop met pleasen – Andrea Mathews
2 december – Waar heb jij behoefte aan?
Nieuwsbrief Labyrint
Benieuwd hoe mijn nieuwsbrief Labyrint eruitziet? Lees de laatste hier.








