Labyrint
Voor wie wil floreren – maar niet ten koste van wat er écht toe doet. Over mentaal welzijn, keuzes die kloppen en de kracht van betekenisvol leven en werken.
Ik vroeg me af: kun je bang zijn voor succes en wat is het verschil met faalangst?
Het was in de zomer van 2006 dat ik liggend aan een Oostenrijks bergmeer het idee kreeg om een webshop te beginnen. Ik noteerde in mijn notitieboekje welke kleding ik wilde gaan verkopen en voor wie, welke merken ik graag in mijn online winkel wilde en hoe mijn webshop eruit moest zien.
Naast mijn fulltime baan bij een marktonderzoekbureau, besteedde ik de avonduren en het weekend aan het opzetten en runnen van mijn webshop. Al gauw was ik de eerste die een nieuw Deens merk mocht verkopen, wat inmiddels breed verkrijgbaar is in de Nederlandse markt. Ik ging op inkoop in Amsterdam en Brussel en via advertenties op Google bouwde ik aan een mailinglijst. Toen nog gewoon in Excel. Bestellingen kwamen binnen en ik reed na mijn werk naar het postkantoor om de pakketten te versturen. Mijn webshop werd zelfs genoemd in Cosmopolitan.
Het klinkt als een succesverhaal.
Na twee jaar pakketten wegbrengen, stopte ik ermee. Ik had een baan bij een modefabrikant en vond dat mijn webshop niet succesvol genoeg was. Ik verkocht de laatste kleding en het hele webshopidee kwam in het vakje gefaald terecht.
Jaren later zat ik bij een coach, we hadden net een traject afgesloten en ik noemde terloops dat ik ooit een webshop had gehad. Ze was verbaasd dat ik haar daar niets over had verteld. We hebben immers behoorlijk wat tijd besteed aan het starten van een eigen onderneming en ik had geen enkele keer verteld dat ik al een onderneming had gehad. Ik ging toen dankzij haar met een andere blik naar mijn webshop kijken en zag dit idee onterecht in het vakje gefaald terecht was gekomen. Ik was een van de eersten die online kleding verkocht; grote retailers deden dat in die tijd nog niet. Het lukte me vrijwel meteen om kleding te verkopen. Nu zou ik zeggen dat de webshop de potentie had om succesvol te zijn. Echter zag ik dat toen niet en gaf ik snel op.
Zo’n tien jaar later kwam ik in een soortgelijke situatie terecht.
Als ik Carrie Bradshaw in Sex and the City al mijmerend achter haar laptop zag zitten, dacht ik maar een ding: dit ben ik.
Als ik Carrie Bradshaw in Sex and the City al mijmerend achter haar laptop zag zitten, dacht ik maar een ding: dit ben ik. Dit ben ik tot in mijn diepste vezels. ‘I couldn’t help but wonder’ … en dan kwam er een heel verhaal. Dat mijmeren, afvragen waarom dingen zijn zoals ze zijn en daar over schrijven. Dat was ik. Dus begon ik een blog. Eerst nog onder een andere naam, want ik wilde natuurlijk niet dat iemand las wat ik geschreven had. Ik wilde het eerst even uitproberen. Later werd het een blog onder mijn eigen naam en uiteindelijk durfde ik uit te spreken dat ik graag een boek wilde schrijven. Het ging niet zo makkelijk als bij de webshop. Een boek schrijven maakte me zenuwachtiger. Wie zit er op mij te wachten? En heb ik überhaupt wel een verhaal te vertellen? Toen ik me er eenmaal aan overgaf, kwam het verhaal er: in 2017 zag mijn roman het levenslicht. En nu het boek zichtbaar was, wilde ik eigenlijk het liefste onzichtbaar worden. Nu moest ik het gaan dragen, het idee dat ik een boek had geschreven en dat mensen mijn verhaal lazen. Dat vond ik moeilijk. Het verhaal was heel persoonlijk en ergens wilde ik dat het veel mensen bereikten en ergens wilde ik ook dat het boek weer zou verdwijnen. Ook nu stopte ik dit boek in het hokje gefaald.
Zo’n hokje gefaald is veilig. Het is onzichtbaar en verborgen. Je hoeft het er niet meer over te hebben.
Zo’n hokje gefaald is veilig. Het is onzichtbaar en verborgen. Je hoeft het er niet meer over te hebben. Je hoeft het niet aan te kijken. En je hebt allerlei redenen waarom het niet gelukt is: ik heb het boek niet voldoende gepromoot, ik had geen zin meer om pakketten naar het postkantoor te brengen.
Achteraf wist ik dat het niet klopte om mijn webshop de stempel gefaald te geven. Het was me immers gelukt om online kleding te verkopen. Ik had mijn doel gehaald. Als ik bang was om te falen, was ik waarschijnlijk nu nog bezig met het perfectioneren van de webshop. Datzelfde geldt voor het boek. Ergens had ik wel de moed gevonden om het boek te schrijven en het gepubliceerd te krijgen. Om nu te zeggen dat ik had gefaald, klopte eigenlijk niet.
Bij faalangst zijn mensen bang zijn voor een mislukking of een negatief resultaat en de gevolgen daarvan, zoals kritiek van anderen, het idee niet goed genoeg te zijn. Dit kan leiden tot bijvoorbeeld perfectionisme of het vermijden van uitdagingen. Op die manier wordt de kans op mislukking minimaal.
Van faalangst was geen sprake, waarvan dan wel? Ik herinner met het moment dat ik zag dat ik in Cosmopolitan stond met mijn webshop nog goed. Ik was in de supermarkt en maakte zoals gewoonlijk een stop bij het tijdschriftenrek. Ik pakte Cosmopolitan uit het vak en bladerde er door tot mijn oog op de naam van mijn webshop viel. Ik schrok en mijn eerste gedachte was: ‘Nu komen ze erachter wie er daadwerkelijk achter die webshop zit.’ Het imposter syndroom in actie.
Het imposter syndroom verwijst naar het gevoel dat iemand heeft als ze het idee hebben dat ze niet echt succesvol zijn, zelfs als ze objectief bewijs van succes hebben. Mensen met het imposter syndroom twijfelen aan hun eigen prestaties, voelen zich alsof ze op elk moment ontmaskerd kunnen worden als bedriegers en schrijven hun succes vaak toe aan geluk of externe factoren in plaats van aan hun eigen vaardigheden en inspanningen.
Toen ik zo terugkeek op deze twee gebeurtenissen, zag ik in dat ik best succes had met wat ik startte. Ik pakte alleen niet door. Ik was bang om succesvol te zijn: succesangst. Dat klinkt heel tegenstrijdig, want als je mij dat toen had gezegd had ik het niet geloofd. Want natuurlijk wilde ik heel graag succes. Maar tegelijkertijd was ik ook bang voor de gevolgen van succes.
Succesangst verwijst naar de angst of terughoudendheid die mensen ervaren wanneer ze geconfronteerd worden met de mogelijkheid van succes of het behalen van positieve resultaten.
Mensen met succesangst kunnen geneigd zijn om het imposter syndroom te ontwikkelen omdat ze, zelfs als ze succes behalen, nog steeds twijfelen aan hun eigen bekwaamheid en zichzelf beschouwen als bedriegers. Ze kunnen denken dat ze het succes niet echt verdienen, wat hun angst voor succes versterkt. Ze vinden zichzelf een saboteur, omdat ze bang zijn dat als ze te succesvol worden, anderen hun ‘bedrog’ zullen ontdekken. Dit kan leiden tot het vermijden van kansen en het niet ten volle benutten van hun potentieel.
Als je een bepaald gedrag in stand houdt, doe je dat omdat je vasthoudt aan (beperkende) overtuigingen.
Als je een bepaald gedrag in stand houdt, doe je dat omdat je vasthoudt aan (beperkende) overtuigingen. Blijkbaar geloofde ik bepaalde dingen over succes en dat leverde mij ook wat op. Wat kon ik vermijden door niet succesvol te zijn? Wat leverde het mij op? Waar was ik bang voor om te verliezen als ik wel zou slagen? Aan wie of wat bleef ik trouw?
Bij het woord succes heb ik meteen een beeld van een oudere man in een grijs pak rijdende in een grote auto.
Ik merkte dat ik een vrij clichématig beeld heb van succes. Bij het woord succes heb ik meteen een beeld van een oudere man in een grijs pak rijdende in een grote auto (zal nu wel een Tesla zijn) op mijn netvlies. In de ‘geëmancipeerde’ versie wordt de man in grijs pak vervangen door een vrouw in een grijs mantelpak. Bij het beeld slaak ik meteen een zucht en een zwaarmoedig gevoel neemt bezit van me. Associaties die daarbij komen zijn hard werken dus veel stress en een soort van kleurloos bestaan zonder plezier. Als je dit soort beperkende overtuigingen in je bewustzijn brengt, zie je ook dat ze in stand gehouden worden. Telkens als ik in mijn ogen een succesvolle vrouw zag, voldeed deze aan mijn beeld. Soms waren ze vermomd in een bloemetjesjurk, maar daar onder zag ik: stress en geen plezier.
Dit is het beeld dat ik heb van succes, gevoed door mijn beperkende overtuigingen. Geen wonder dat succes angst met zich meebrengt.
Ik had een sterke behoefte aan rolmodellen. Aan vrouwen van mijn leeftijd of ouder die succesvol waren, plezier hadden in wat ze doen en blij waren met wie ze zijn. Vrolijk, luchtig, spontaan, enthousiast en succesvol. Een nieuw beeld van succes wat wel bij mij paste.
Toen kwam afgelopen zomer B&B vol liefde. Het was de eerste keer dat ik naar dit programma keek en was meteen fan van Debbie, zoals vele anderen met mij. In mijn ogen was zij een succesvolle vrouw en ze had geen grijs mantelpak aan. Ik weet natuurlijk helemaal niet of ze ook daadwerkelijk succesvol is, maar dat doet er niet toe. Dat weet ik van die vrouw in het mantelpak ook niet. Het gaat om het beeld dat ik bij succes heb. Nu zag ik ineens dat er ook een ander beeld mogelijk is: een vrolijk, kleurrijk beeld van een vrouw die toch bijna 20 jaar ouder is dan ik. Ik zag ineens mogelijkheden voor mezelf. En ik dacht ook, ik kan dus oud worden op een leuke manier, blij zijn met mezelf, vrolijke en enthousiast zijn, succesvol zijn en nog steeds een leuk mens zijn.
Blijkbaar was ik dus bang dat mensen mij niet meer leuk zouden vinden als ik succesvol word. Of dat ik mezelf niet meer leuk zou vinden.
Blijkbaar was ik dus bang dat mensen mij niet meer leuk zouden vinden als ik succesvol word. Of dat ik mezelf niet meer leuk zou vinden. Dat ik geen plezier meer mocht hebben, dat ik dan niet meer kon genieten van het leven.
Misschien mag het voor mij allemaal wat minder serieus. Van vijftig tinten grijs naar regenboogkleuren. Van krijtstreep naar bloemetjesprint. Succes is voor mij het leven van je potentieel. Misschien heb ik mijn potentieel te lang gezocht in bewijsdrang en mag ik mijn potentieel nu vinden in plezier. Want plezier is voor mij altijd de motor geweest die mij voortduwde. Ik ben gaandeweg alleen vergeten om er brandstof in te gooien. En dan val je stil.
Ik ben heel benieuwd wat jullie beeld is van succes en of je succesangst bij jezelf herkent. Deel het gerust met me hieronder in een reactie.
Het vakantieparadijs
Buiten adem boven aan de trap staan, nog een keer omkijkend naar zee waar het zonlicht danst op de golven. Dan de trap naar beneden nemen, de warmte van de zon die langzaam mijn rug verlaat. Mijn krullen hard van het zout en in de verte de camping zien liggen. Vervolgens in de rij bij de douches en hopen dat ik dit keer wel de shampoo uit mijn haar gewassen krijg voordat de timer vindt dat ik lang genoeg gedoucht heb. ’s Avonds verzamelen bij het speeltuintje of in het toiletgebouw kijken hoe de oudere meiden zich opmaken en de camping verlaten om naar de discotheek te gaan. De dag ernaar weer die heuvel oplopen met de sleutel van ‘ons strandhuisje’ in mijn hand. Altijd boven op de duin kijken naar de zee, hoe zijn de golven vandaag? Wordt het al vloed? Moeten we door het mulle zand lopen of kunnen we over ‘het harde’?
Zo waren de vakantiedagen uit mijn jeugd; oneindig zomerplezier. En ik realiseer me dat ik ze mooier maak dan ze in werkelijkheid waren. Ik weet dat het ook regende tijdens deze vakanties aan de Zeeuwse kust en toch scheen in mijn herinnering vaak de zon. We schreven altijd op de kaart naar oma dat het 30 graden was. We wisten dat we hadden overdreven.
Met die herinnering in gedachte wilde ik weer eens kamperen met mijn gezin. Vorig jaar gingen we voor het eerst met eigen tent naar een kleinschalige camping in de Franse Drôme. Alles was zoals het volgens mijn herinnering moest zijn. Een simpel maar schoon toiletgebouw, mensen die een praatje met je maakten bij de afwas, buren die gedag zeiden, mijn kinderen die zelf naar het zwembad of de rivier gingen en met anderen speelden. Ik die uren lang op een luchtbedje op de rivier dobberde of me al gillend mee liet voeren door de stroomversnelling van diezelfde rivier. En ja, soms ook in de rij bij de douche. En tijdens een heftige onweersbui je tent vasthouden en een buurman die vraagt of je oké bent en hulp nodig hebt. Dat is voor mij het echte campinggevoel. Het is altijd een beetje afzien. En misschien is dat wel wat het zo betekenisvol maakt.
Niet dat ik wars ben van comfort, in tegendeel. Ik liet me dit jaar verleiden om de eigen tent thuis te laten. Want het was wel erg vol in de auto vorig jaar. Twee weken voor de geplande vakantieperiode boekte ik een vakantie. De paniek sloeg een beetje toe, de tijd begon te dringen, er waren allerlei eisen en de keuze was niet meer reuze. Ik was blij dat ik eindelijk wat gevonden had dat in een dag te berijden was en op de foto’s prima leek. Het werd een gehuurde tent op een camping die van alle gemakken voorzien was. Zwembad met glijbanen, meer bij de camping, animatie en sportactiviteiten van vroeg tot laat, een campingwinkel, een bar, een restaurant. Comfort en gemak dat had ik geboekt. Zo leek het ook toen we kwamen aanrijden en de vlaggen wapperden in de wind boven de vier gouden sterren die op de muur bij de campingingang prijkten.
Eenmaal daar aangekomen waren er vooral heel veel stacaravans en tenten, zo dicht mogelijk op elkaar. De speeltuin was groot maar ook vol mensen. Vier pingpongtafels die vrijwel continue bezet waren. Het zwembad was groot met echt veel ligbedden waarvan er nooit een beschikbaar was omdat ze bezet werden gehouden door Nederlandse strandlakens. Onze gehuurde tent was prima. De koelkast stond aan, er was een parasol en een ligbed. De matrassen waren te zacht en het bed was klein, maar dat is een luchtbed ook waar we een jaar eerder op sliepen. De auto kon naast de tent. Wat wil een mens nog meer? Dat werd al snel duidelijk. Er waren luxere accommodaties met vaatwasser, airco, uitzicht op het meer en op ruimere plekken op een vip-gedeelte van de camping. Hoewel wij er in comfort op vooruit waren gegaan ten opzichte van een jaar eerder, kon het altijd beter. Toch voelde het op geen enkel ogenblik beter als op de eenvoudige camping waar we vorig jaar waren.
Het klinkt ondankbaar. In de tijd dat wij daar in comfort genieten van onze vakantie en de enige problemen die we ervaren een vies toilet is, herrie bij de buren en een overvolle speeltuin, zijn er mensen die in een bootje de Middellandse zee oversteken en mensen die de prullenbakken afstruinen op zoek naar eten. Wat is nu precies het (luxe) probleem waar wij mee kampen?
Toen ik me daar in het ogenschijnlijke vakantieparadijs waande, vond ik de camping verdacht veel lijken op onze maatschappij.
Toen ik me daar in het ogenschijnlijke vakantieparadijs waande, vond ik de camping verdacht veel lijken op onze maatschappij. Op het eerste gezicht is het een fantastische plek, voorzien van alle gemakken en comfort. Alles is binnen handbereik. Verveling ligt nooit op de loer. Alles is er in overvloed. Aan alles is gedacht. Het hoeft ons aan niets te ontbreken. En toch voelen velen die maar… Een gevoel van alles hebben en toch leegte ervaren. Dus gaan we op zoek naar iets om die leegte op te vullen.
Daar wisten Pine & Gilmore, die het boek de beleveniseconomie schreven, wel raad mee. Zij introduceerde een concept dat stelt dat economische waarde wordt gecreëerd door het bieden van memorabele en betekenisvolle ervaring: de beleveniseconomie. We leven in een tijd waarin consumenten steeds meer keuzemogelijkheden hebben en gemakkelijk toegang hebben tot producten en diensten. Als bedrijven zich willen onderscheiden kunnen ze dat doen door het creëren van unieke en gedenkwaardige ervaringen.
Bedrijven beloven met hun product of dienst een bepaalde waarde toe te voegen aan het leven van de consument. Een waardepropositie heet dat. De beleveniseconomie is zo’n waardepropositie. In de loop der tijd is de inhoud van zo’n waardepropositie geevolueerd. Als we het voorbeeld van de camping hanteren, zien we welke plek de beleveniseconomie inneemt.
Commodificatie – hierbij gaat het om goederen.
Een camping richt zich op basisfaciliteiten en voorzieningen, zoals kampeerplaatsen, sanitaire voorzieningen en misschien een eenvoudig speelterrein. De nadruk ligt op het aanbieden van een betaalbare plek om te kamperen zonder veel extra’s.
Diensteneconomie – hierbij gaat het om diensten.
Om te onderscheiden kan de camping verschillende diensten toevoegen, zoals het verhuren van kampeermaterialen (gasflessen, koelkasten bijvoorbeeld). Of het aanbieden van kampeeraccommodaties (tenten, stacaravans). Ook het geven van informatie over de omgeving en een klantgerichte receptie passen hierbij.
Beleveniseconomie – hierbij gaat het om de beleving.
De camping plaats nu de beleving naar de voorgrond. Dat kan door het organiseren van thema-avonden, activiteiten voor kinderen en tieners. Een waterpark met glijbanen en een wildwaterbaan om avontuur te creëren.
Transformatie-economie – hierbij gaat het om transformatie.
De camping als plek om je levensstijl aan te passen. Denk hierbij aan retraites gericht op persoonlijke groei door bijvoorbeeld het aanbieden van yoga en mindfulness. In combinatie met workshops en meditatie in de natuur.
Het klinkt toch geweldig, op de camping je leven transformeren. Beter terugkomen dan je heen ging.
Het klinkt toch geweldig, op de camping je leven transformeren. Beter terugkomen dan je heen ging. Wat er gebeurt is dat we langzaam uit het oog verliezen waar het écht omgaat. Als iedereen de was doet met de hand en de wasmachine komt op de markt, dan verkoopt dat product zichzelf. De was is sneller gedaan met de machines dan met de hand, dus er is tijd over. Een welkome oplossing als je een gezin hebt met tien kinderen en de was met de hand moet doen. We leven nu in een andere tijd, de meeste producten en diensten zijn volop beschikbaar en dus verkopen ze zichzelf niet alleen door het feit dat ze er zijn. Er moet waarde aan worden toegevoegd om ze interessant te maken voor de consument. Zo volgen diensten, belevenis en transformatie elkaar op. Het doel is nog steeds het product verkopen en daar zijn consumenten zich niet altijd bewust van. Zo gaat het bij de beleveniseconomie over het koppelen van de belevenis aan een product of dienst. Het product of dienst an sich is de belevenis niet. Je kan een unieke ervaring hebben op een surfplank, maar zwemmen in een rivier kan net zo goed een unieke belevenis zijn. De herinnering en de betekenis die je eraan geeft creëer je zelf, maar de marketing manager wil jou graag doen geloven dat de belevenis onlosmakelijk verbonden is met het product of dienst.
We leven dus in een tijd waarin we alles lijken te hebben wat we nodig hebben en toch ervaren we een leeg gevoel, terwijl we voldoening verwachten.
We leven dus in een tijd waarin we alles lijken te hebben wat we nodig hebben en toch ervaren we een leeg gevoel, terwijl we voldoening verwachten. Hoe kan het dat je met een overvloed aan comfort, gemak en ervaringen uiteindelijk toch een gevoel van leegte kan ervaren? Volgens mij is er sprake van een comfortparadox.
Wij denken dat een hoge mate van comfort en gemak ons vreugde brengt. In een bepaalde mate klopt het dat comfort ons levensgeluk brengt. Ik moet er niet aan denken om te leven zonder schoon drink water, zonder een toilet in mijn huis of te moeten jagen voor mijn eten. Het verband tussen materiële welvaart en geluk is complex. Hoewel materiële rijkdom enigszins bijdraagt aan geluk, is het verband niet lineair. Dus als je basisbehoeften vervuld zijn, draagt extra materiele bezittingen niet per se bij aan het vergroten van je geluksgevoel.
Volgens mij is er sprake van een comfortparadox.
Bovendien is het zo dat mensen de neiging hebben om snel te wennen aan nieuwe materiële bezittingen en omstandigheden. Dit fenomeen heet hedonistische aanpassing en kan leiden tot een tijdelijke toename van geluk na het verwerven van iets nieuws. Echter vervaagt dit geluksgevoel na verloop van tijd. Kortom, we wennen aan nieuwe ervaringen en bezittingen. Aan nieuwe vormen van comfort en gemak.
Zodra we eraan gewend zijn, gaan we weer op zoek naar die nieuwe bijzondere ervaring. Als blijkt dat de ervaring niet aan je verwachtingen voldoet of het geluksgevoel houdt maar even aan, gaat de zoektocht weer verder. Met geen of slechts kortstondige voldoening als gevolg. De teleurstelling van jouw ervaring kan ook worden veroorzaakt doordat je jouw ervaring vergelijkt met die van anderen, bijvoorbeeld op social media. Bovendien ervaar je een druk om zelf ook te laten zien hoe leuk je het hebt. Social media is niet de echte wereld. Het leven wat mensen daar laten zien, is niet het echte leven. Uiteraard weten we dit, maar onszelf daar zo nu en dan weer aan herinneren kan geen kwaad.
Als het gaat om de comfortparadox, weten we inmiddels dat meer comfort niet leidt tot een groter geluksgevoel en zelfs kan zorgen voor een gevoel van leegte, een gemis aan betekenis. Dus uitsluitend gemak dient de mens niet. Er is een balans nodig tussen uitdaging en gemak.
Afgelopen vakantie besloten we de comfortabele camping vooral te verlaten en een wandeling te maken langs negen watervallen. We begonnen onderaan de heuvel en liepen omhoog over wandelpaden en trappen, vervolgens ging de rit weer naar beneden. Eenmaal weer beneden, ploften we neer op het simpele terras. Plastic stoelen in de schaduw van het bladerendek van de grote bomen. We dronken een groot glas Schweppes Agrum met ijsblokjes. Het was het lekkerste glas frisdrank dat ik die vakantie gedronken had. Als er te gemakkelijk in je behoeften wordt voorzien, wordt je daar niet per se blijer van. Een beetje afzien geeft voldoening.
De vraag is hoeveel comfort en gemak heb je echt nodig? Vervult het de leegte in jezelf? Hoe kun je wat uitdaging tegenover al dat gemak zetten?
Tot slot nog even terug naar de zomers aan de Zeeuwse kust. Een aantal jaren geleden ging ik met mijn gezin naar Zeeland. We huurden een strandhuisje, net zoals vroeger. De hele inventaris van het strandhuisje was nog precies hetzelfde gebleven, evenals de sleutel en de kleuren aan de buitenkant. Het ontroerde mij tot tranen. Hier was geen extra comfort nodig, omdat de ervaring van voor het strandhuisje in de strandstoel zitten met mijn voeten in het zand meer dan genoeg betekenis heeft voor mij. Het doet me herinneren aan mijn kinderjaren en het doet me denken aan hoe ik mijn leven hoop doorbrengen als oude vrouw. Als kind zag ik in de rij bij ons strandhuisje twee oude mensen zitten. Wit haar, bruine huid getekend door zon en zee. Toen wist ik het al, als ik later oud ben dan zit ik hier. Met mijn voeten in het zand, turend naar de zon die zijn licht laat schijnen op de zee. Dat is voor mij belevenis en daar hoeft het woord economie niet achteraan geplakt te worden.
Het helen van de moederwond met journaling
#80 Als sales niet je hobby is…
Het gaat vanzelf over
Tijd: een kostbaar bezit
Ik zit op een designstoel achter mijn witte bureau met daarop de grootste Mac die er is. Mijn vingers gaan razendsnel over de toetsen op het bord. Ik hoef ze maar even aan te raken en de woorden vliegen over mijn scherm. Een heel ander gevoel dan bij de computer die ik thuis heb, waarop het indrukken van elke toets voelt alsof je typt op een typemachine. De telefoon gaat. Aan het interne nummer zie ik dat het de productiemanager is. Samen nemen we de aanstaande productlancering van de nieuwe tapasschotel nog even door. Tevreden leg ik de hoorn op de haak. Alles loopt op rolletjes.
Ik ga verder met het maken van de klantpresentatie en voel een lichte kriebel in mijn buik. Geconcentreerd richt ik mijn aandacht op het computerscherm. Als de zon er even op schijnt, vang ik een glimp op van mijn gezicht. De lichte kriebel in mijn buik schiet pijlsnel omhoog en het voelt alsof een onzichtbare hand mijn keel dichtknijpt. De lachrimpels bij mijn ogen zijn verdiept. Mijn oogleden hangen. De lijntjes rondom mijn mond zijn zichtbaar. Ik ben al 50 jaar oud. Ik schrik. Hoe kan dit? Hoe kan ik ineens 50 jaar zijn? En ik besef dat ik iets vergeten ben. Niet een afspraak met een collega, geen belafspraak met een klant en ook geen nieuwsbrief die gisteren de deur uit moest. Ik ben vergeten om kinderen te krijgen.
Ondertussen verstrijkt de tijd. Geruisloos. Onopvallend. Onophoudelijk. In een gestaag tempo.
Het is ruim tien jaar geleden dat ik deze droom met regelmaat had. Badend in het zweet werd ik er wakker van. Inmiddels ben ik moeder van twee kinderen, maar het zegt mij alles over mijn beleving van tijd. En ik zie het ook om mij heen gebeuren. We zijn zo ontzettend hard ons best aan het doen. Werk neemt een groot deel van ons leven in beslag en het lijkt erop dat langs de carrièreladder omhoogklimmen ons belangrijkste doel is. Daarom moeten we de tijd die we hebben zo efficiënt en effectief mogelijk indelen. We schakelen hulp in voor de kinderen, voor ons huishouden, voor het thuisbrengen van de boodschappen. We vinden dat allemaal ontzettend handig en normaal. Want zo hebben we immers nog meer tijd om te werken en deel te nemen aan een maatschappij die draait om prestatie en succes. Ondertussen verstrijkt de tijd. Geruisloos. Onopvallend. Onophoudelijk. In een gestaag tempo.
Historicus Rutger Bregman sprak er jaren geleden over in Tegenlicht1. Aan de hand van het schilderij ‘Luilekkerland’ van Pieter Bruegel de Oude, vertelt hij wat in de middeleeuwen als utopie werd gezien: een overvloed aan eten, vrije seks en arbeidsloos inkomen. Allemaal dingen die de mens in de middeleeuwen niet had. Dat was vooral een tijd van hongerlijden en oorlog voeren. Vervolgens stelt hij voor om iemand uit de middeleeuwen naar onze tijd te halen. De middeleeuwer zou zeggen dat wij in luilekkerland leven. Een land waarin meer mensen overgewicht hebben dan honger, waarin je een arbeidsloos inkomen kunt hebben in de vorm van een uitkering, waarin iedereen voor de wet gelijk is en porno vrij beschikbaar. Alles waar ze in de middeleeuwen van droomden, hebben wij nu. En zoals Rutger Bregman zegt: ‘We hebben het niet eens door. We zijn rijk, veilig en gezond.’
Toch streven we nog steeds naar iets wat beter of groter is. Het jaagt ons op als wilde dieren in het nauw
En toch streven we nog steeds naar iets wat beter of groter is. Het jaagt ons op als wilde dieren in het nauw. Natuurlijk is er ook een tegenbeweging. Mensen die uit de ratrace stappen. Die een eenvoudiger leven ambiëren. Die met hun kinderen een wereldreis maken van een jaar. Die hun huis verkopen, bijna al hun spullen wegdoen en in een tiny house gaan wonen. Of die in een zelfvoorzienende commune gaan leven. Er zijn alternatieven voor de carrièrejacht. Maar is het ook een alternatief van ons tijdsbesef?
De Griekse mythologie kent voor de tijd twee goden: Chronos en Kairos. Chronos staat voor de kloktijd, de lineaire tijd en meetbare tijd. De tijd waarin we doel- en resultaatgericht te werk gaan. En altijd tijd tekortkomen. Deze tijd is volop aanwezig in ons leven. Momenten van even niets doen kennen we haast niet meer. Wanneer heb jij je voor het laatst verveeld? Ruimte tussen onze activiteiten wordt ingevuld door te scrollen op Facebook of Instagram. Nog even snel e-mails lezen voordat je aan tafel gaat. ’s Avonds op de bank netflixen en ondertussen het laatste nieuws doornemen op je telefoon. We verliezen de tijd nauwelijks uit het oog. Dat is met de tijdsbeleving van Kairos wel anders. Bij Kairos gaat het om de innerlijke tijdsbeleving. Over de tijd nemen voor iets, een activiteit met aandacht en concentratie uitvoeren. Er zo in opgaan dat je de tijd vergeet. Als er meer ruimte komt voor deze tijdsbeleving ontstaan briljante ideeën en verhelderende inzichten.
Het gaat om de balans. Beide tijdsbelevingen zijn nodig. Zonder Chronos zou je nooit meer op tijd voor een afspraak zijn of ben je niet in staat een project tot een einde te brengen. Maar er mag meer ruimte komen voor de tijdsbeleving die past bij Kairos. Deze ruimte maakt je creatiever. Het maakt je intuïtiever. En stelt je beter in staat om te reflecteren en betekenis te ervaren. Het stelt je in staat om echt te genieten.
De tijd die je doorbrengt met een geliefde krijg je nooit meer terug.
De tijd die je doorbrengt met een geliefde krijg je nooit meer terug. Ook jouw kinderjaren haal je niet terug. Het is niet meer dan een herinnering. Ik las daar laatst een mooie term voor: sacred regret. Als je zelf kinderen hebt, herken je het wellicht. Want natuurlijk wil je dat je kinderen zich ontwikkelen, groeien en groter worden. Je wilt dat ze hun vleugels uitslaan en de wijde wereld intrekken. Je wilt ze loslaten. En tegelijkertijd wil je dat ze voor altijd acht jaar blijven. Zodat ze nog tegen je aan komen zitten op de bank. En jij ze nog naar school mag brengen. En ze hun verdriet als eerste met jou delen. Sacred regret is zoet en bitter tegelijkertijd. Het is de pijn van vergankelijkheid. De tijd die nooit meer terugkomt en evengoed is doordrongen van liefde. Natuurlijk is er ook een ander soort spijt. Spijt van de dingen die je niet hebt gedaan. Spijt van de dingen die je wel hebt gedaan. Spijt van dingen die je hebt gezegd. En spijt van de dingen die je niet hebt gezegd. Spijt omdat zaken anders lopen dan je had gehoopt of verwacht. Bij dit soort spijt kun je wrok ervaren of je verbitterd voelen.
Sacred regret is anders. Er ligt geen wrok of bitterheid in besloten. Het is spijt over een waardevol moment in ons leven dat niet meer terugkomt. Denk maar eens aan je kindertijd. Toen je op het strand de golven uitdaagde en thuiskwam met natte schoenen. Toen je nog in bomen klom en niet bang was om eruit te vallen. Toen je nog de hand van je moeder vastpakte wanneer je angst voelde.
Zo herinner ik me dat ik als meisje van een jaar of tien achterin de auto zat. Mijn vader zat aan het stuur en altijd draaide hetzelfde cassettebandje in de radio. Uit de luidsprekers klonk:
‘when I was young, it seemed that life was so wonderful
a miracle, oh it was beautiful, magical
and all the birds in the trees,
well they’d be singing so happily
oh joyfully, playfully watching me’
Dit lied, The logical song van Supertramp, belichaamt voor mij het gevoel van sacred regret. Ik weet zeker dat mijn vader het toen ook voelde. Net als ik dat deed. En nu ik zelf kinderen heb, begrijp ik zijn gevoel ook. Er zit iets heiligs in die tijd. Het is een kostbaar moment van verbinding. Misschien wel een moment waarop de tijd lijkt stil te staan en we met hart en ziel voelen wie we zijn. Voordat je het weet is het moment weer vervlogen en is er alleen nog de herinnering die overblijft.
Is het een idee om de tijd wat vaker bewust stil te zetten? Zodat we beseffen dat we in het luilekkerland van de middeleeuwen zijn aangekomen. Dat we leven in materiële overvloed. Stilzetten om bewust te zijn van wat we doen in onze tijd en met wie we de tijd door willen brengen. Aandacht en respect voor de tijd die wij hebben in dit leven. Dat we aan de tijdsbeleving van Kairos denken en echt de tijd nemen voor iets. Zodat we bewust alle kostbare momenten die voorbijstromen opmerken en ervaren. Is dat niet het echte luilekkerland?
Zichtbaar zijn en perfectionisme
Dit vergat ik als startend ondernemer
Wat ontneem ik mijn kinderen?
Werkverslaving: hoe werk onze identiteit kon kapen
Lekker, dan. Heb je eindelijk vakantie, geniet je van je net vers gehaalde croissantje voor de stacaravan (ik bedoel chalet of is het tegenwoordig cottage) in Zuid-Frankrijk open je toch automatisch je mail tijdens het ontbijt, krijg je mijn bericht over werk nota bene. Daar wilde je juist even niet aan denken.
Toch wel, leek me dit een goed moment om daar over na te denken. Juist nu. Nu je ontspannen bent, op afstand van je vertrouwde omgeving. Niet omringd door je vrienden en kennissen die allemaal hetzelfde leven leiden. Hoewel de mensen op de camping waar je zit hoogstwaarschijnlijk ook hetzelfde leven leiden, is het toch anders. Deze mensen ken jij niet. Bij deze mensen hoef je (nog) niks hoog te houden. Je bent vooralsnog anoniem. En kun je dus nadenken over het feit dat je deze mail hebt geopend terwijl je op vakantie bent. Wat maakte dat je vinger naar dat envelopje op je scherm ging?
Herkenbaar overigens. Ik check ook meerdere keren per dag mijn mail. Het is een automatisme, net zoals ik dat ook doe met social media. Niet eens dat ik denk dat ik iets mis of dat het niet kan wachten tot na mijn vakantie. Ik doe het gewoon automatisch. Een paar jaar geleden heb ik tijdens mijn vakantie de social media icoontjes verwijderd van mijn scherm. Toen zag ik mezelf meerdere keren per dag het weer checken en Funda. Niet dat ik op zoek was naar een huis, maar het idee dat er steeds iets nieuws te vinden is werkt blijkbaar verslavend. Net zoals werk verslavend was voor mij.
Ik was mijn werk. Ik ontleende een groot deel van mijn identiteit aan mijn werk. Daar kom je gauw achter als je ooit ontslag hebt gehad. Voor mij is het inmiddels al weer ruim 10 jaar geleden. Het was zomer, dus ik vermaakte me de eerste twee weken prima. Het voelde als een soort extra vakantiedagen. Bovendien had ik net een baby gekregen (wat de reden voor mijn ontslag was, uiteraard niet de officiële), ik vermaakte me wel. Toen werd het herfst en het vermaak werd al wat minder. Iedereen was weer aan het werk, behalve ik. Bovendien was het verkiezingstijd en ik zag overal boodschappen die betrekking hadden op hardwerkende mensen. Het was mij duidelijk: ik hoorde er niet meer bij.
Het idee dat er steeds iets nieuws te vinden is werkt blijkbaar verslavend
Bij werkverslaving ontleen je voor een groot deel je identiteit en eigenwaarde aan je werk
Bij werkverslaving ontleen je voor een groot deel je identiteit en eigenwaarde aan je werk. Je besteedt een groot deel van je tijd aan werk, ten koste van andere aspecten in je leven zoals vrije tijd, gezondheid, vriendschappen en andere relaties. Je hecht overmatig veel waarde aan succes op je werk. Dat doe jij niet alleen, dat doet onze hele maatschappij.
Vanaf de 20e eeuw wordt werk steeds meer gezien als manier voor zelfverwezenlijking. Bovendien is werk een maatstaf voor succes. Werk is een manier geworden om status te krijgen, en om jezelf te onderscheiden. Vroeger was de uitspraak een dubbeltje kan nooit een kwartje worden. Je werd in een bepaald sociaal milieu geboren en daar bleef je. Dus jouw beroep werd bepaald door de familie waarin je geboren werd. Gemeenschappen waren klein en lokaal. Nu is het zo dat je alles kan worden wat je wilt. Je hoeft geen dubbeltje te blijven. Er zijn mogelijkheden voor iedereen, welkom in de maakbare samenleving. Zo wordt het ons verkocht. Terwijl het nog steeds zo is dat de plek waar je geboren bent sterk van invloed is op jouw werksucces. De samenleving is individualistischer geworden en de nadruk is meer komen te liggen op competitie, prestatie en jezelf ontwikkelen.
In de jaren ’80 voelde ik me als meisje aangesproken door de boodschap ‘een slimme meid is op de toekomst voorbereid.’
Dat is de perfecte voedingsbodem voor mensen die perfectionistisch zijn aangelegd en een sterke behoefte hebt aan waardering en erkenning. Mensen zoals ik. In de jaren ’80 voelde ik me als meisje aangesproken door de boodschap ‘een slimme meid is op de toekomst voorbereid.’ Toen ik met ontslag thuis was, zag ik constant ‘handen uit de mouwen in plaats van hand ophouden.’ Telkens als ik supermarkt ging doen zag ik deze tekst. En daar ging ik dagelijks heen, om maar bezig te blijven. Daar zat ik dan met mijn WW-uitkering, thuis mijn hand op te houden. Dat paste niet bij het beeld dat ik van mezelf had. En ook nu is de overheid een campagne gestart om meer vrouwen aan het werk te krijgen.
Allemaal aan het werk, daar gaat het om. We hebben meer vrije tijd dan ooit, gaan vaker op vakantie dan ooit en toch zijn er veel werkgerelateerde mentale problemen. Zou dat hele werkgedoe dan wel zo’n goed idee zijn?
Meteen als ik dit opschrijf, gaat er een heel blik geïnternaliseerde kritische stemmen open. Pff, minder werken, dat is een luxeprobleem. Niet voor iedereen weggelegd.
Weer zo’n luxe huisvrouw die een beetje typt terwijl haar man het zware werk op het land doet. Hoeveel doe je nu eigenlijk echt op een dag?
Als ik niet werk, voel ik me nutteloos.
In de basis is er niets verkeerd aan werken. Hoe wij met werk omgaan, dat is verkeerd. Hoe ik met werk omga. Blijkbaar zie ik werk als iets waardoor ik mezelf waardering kan geven. Als ik niet werk, voel ik me nutteloos. Dan bedoel ik betaald werk. Want ik werk eigenlijk de hele dag, de vaatwasser in en uit ruimen, onkruid wieden, gras maaien, koken, boodschappen doen, kinderen naar schoolreisjes brengen, hond uit laten, rekeningen betalen. Maar voor dat werk krijg ik geen waardering en geen geld, misschien van mijn partner maar niet van de overheid of ‘de samenleving’. Dat werk wordt in onze cultuur niet gewaardeerd. Sterker nog, het wordt ondergewaardeerd. En dus vind ik het prettiger om me te identificeren met betaald werk, want dan doe je er toe. Dan ben je iemand, dan ben je van belang. En dat is ziek.
Ooit droomde ik ervan om in het buitengebied te wonen, de zon zien opkomen en ondergaan. Op het land werken, buiten zijn, werken in het tempo van de natuur. Meebewegen. Niet meer strijden, niet meer vechten. Ik woon er nu. Maar de identificatie met werk houdt me nog in haar greep. Terwijl ik weet dat het een deel van me is en niet wie ik helemaal ben. Ergens voelt het nog alsof ik niets heb gepresteerd en dat is onzin. Zelfs een roman schrijven, kon dat gevoel niet wegvagen. Dat gevoel zit in mij. Net zoals in andere werkverslaafden. Wij hebben geleerd dat we iets moeten doen om waardering te krijgen. Dat we moeten presteren om gezien te worden. En we leven in een maatschappij die ons constant die boodschap verkondigt. Dat we nu misschien wel even mogen genieten op vakantie, maar alleen om je weer op te laden zodat je er weer volop tegen aan kan.
Het wordt tijd dat druk, druk, druk niet meer wordt gezien als benijdenswaardig.
Het wordt tijd dat druk, druk, druk niet meer wordt gezien als benijdenswaardig. Dat werk niet meer wordt gezien als de heilige graal. En dat we mensen die zich over de kop werken daarvoor niet meer gaan belonen. Dat we juist mensen gaan belonen die gas terug nemen. Die laten zien dat ze meer zijn dan hun werk. Dat we de lat naar beneden halen, voor iedereen. Dat we elkaar ruimte gunnen en ontspanning. Dat we eindelijk eens toegeven dat niemand 8 uur per dag productief kan zijn. Dat is overigens wetenschappelijk aangetoond.
Het begint bij jezelf. Ik denk niet dat iedereen dit op dezelfde manier ervaart dan ik. Ik weet dat het in mij zit. Dat ik mezelf veroordeel omdat ik het niet volhoud om de hele dag elke dag te werken. Dat ik het moeilijk vind om mijn identiteit los te zien van mijn werk. Dat ik bang ben dat ik er niet toe doe, als ik niet werk. Dat ik het moeilijk vind om te ontspannen, om echt even helemaal niets te doen. Dat het dan fijner is om te lezen, onderzoek te doen voor een nieuw boek, met de kwekerij bezig te zijn (ook als het helemaal niet nodig is), alleen maar om mezelf de illusie te blijven voorhouden dat ik pas belangrijk ben als ik werk.
Werk heeft mijn identiteit gekaapt. Het is er met mij vandoor gegaan.
Werk heeft mijn identiteit gekaapt. Het is er met mij vandoor gegaan, ergens in de jaren ’80 toen de televisie schreeuwde: een slimme meid is op de toekomst voorbereid. En mijn ouders hoge verwachtingen van mij hadden. Die ik had waargemaakt, maar het was nooit genoeg. Een verslaafde heeft nooit genoeg, die wil altijd meer en raakt nooit voldaan. Je blijft lopen in een rad, tot je uitgeput raakt maar zodra je weer energie hebt loop je weer verder. De enige manier is om uit het rad te stappen. Dat wil niet zeggen dat je na deze vakantie niet meer terug naar je werk hoeft te gaan. Dat je het roer volledig moet omgooien.
Dat heb ik gedaan, en ook dat helpt niet. Dat rad zit je in jezelf. Daar moet je uit het rad stappen. Je moet werken aan je eigenwaarde, aan je identiteit zonder je werk. Voor mij is dat het beeld van de blue zones. Een aantal plekken op de wereld waar mensen vitaal oud worden. Significant ouder dan op andere plekken. Een daarvan is Sardinië, ik ben er geweest en als ik naar die manier van leven kijk is dat alles wat mijn hart vervult. Een simpel leven, veel buiten zijn, veel bewegen maar niet te intensief, lokaal eten veel groenten en fruit, tijd voor sociale contacten, een doel hebben in het leven.
Met mijn hoofd begrijp ik dat ik zo’n leven wil en het zelfs al heb. Maar dan voel ik het nog niet omdat hardnekkige gedachten van presteren om waardering te krijgen mij overnemen. Dan word ik onrustig en wil ik weer wat gaan doen om mezelf te bewijzen. Maar als ik op vakantie ben, dan voel ik het. Dan geniet ik van de kleine dingen, zoals verse croissantjes halen en samen opeten met mijn kinderen. Dan geniet ik van de schaduw die het bladerendek van de boom bied. Dan speel pingpong op de camping en schater het uit als een klein kind. Daarom houd ik van vakantie. Dan voel ik weer even wie ik ben zonder het werk.
Niet work hard, play hard. Er is niks ‘hard’ aan speelsheid, aan plezier. Je hoeft niet hard te werken om plezier te verdienen. Plezier is de motor voor geluk (lees daar meer over in dit artikel). Een leven dat meer omvat dan jouw werk. Wie ben jij zonder je werk? Vakantie is een mooi moment om dat te ervaren.
#65 Weer een boek lezen of een training volgen
Druk zijn als statussymbool
#1 Welkom bij de Storytelling 4.0. podcast
De helende kracht van verhalen delen
‘We gaan voor het leven van de moeder,’ zei de gynaecoloog tegen mijn man. Het was gisteren precies 12 jaar geleden dat ik tijdens mijn eerste zwangerschap plotseling werd opgenomen in het ziekenhuis. Drie dagen later werd mijn zoon geboren. We maakten het allebei goed naar omstandigheden. Mijn leven werd niet meer zoals voorheen. Lang dacht ik dat het moederschap de enige reden daarvoor was. Het feit dat ik ernstig ziek was geweest, wuifde ik weg. Ik was in de gelukkige omstandigheid dat mijn kind en ik het hadden overleefd. Dat geluk had niet iedereen die HELLP – een zeldzame zwangerschapscomplicatie die levensbedreigend is voor moeder en ongeboren kind – kreeg. Bovendien zei de gynaecoloog bij de nacontrole dat ik helemaal hersteld was. De hoofdpijn en intense vermoeidheid die ik ervaarde, zouden wel gewoon bij het moederschap horen nam ik aan.
Het felle kantoorlicht deed letterlijk pijn in mijn hoofd.
Zo liep ik 12 weken na de geboorte van mijn kind het kantoor waar ik werkte weer in en wilde liefste een zonnebril opzetten. Het felle kantoorlicht deed letterlijk pijn in mijn hoofd. Het was overweldigend en ondraaglijk. Op dat moment dacht ik dat ik gewoon even moest wennen, pas veel later leerde ik dat mijn lichaam in een soort stresstand stond waardoor prikkels extra hard binnen kwamen en dat het gerelateerd was aan de problemen die ik had ervaren tijdens de zwangerschap. Mijn lichaam was nog niet hersteld.
De terugkeer naar mijn werk, liet nog even op zich wachten wat ik als zeer frustrerend ervaarde. Ik zat duidelijk niet op een roze wolk. Sterker nog, ik durfde de deur niet meer uit. Ik stond in mijn roze wollen winterjas die ik ooit met trots droeg voor de voordeur met mijn kind goed aangekleed in de kinderwagen en toen mijn hand naar de klink ging, verstijfde ik. Ik keek door het raam naar buiten en wist dat ik daar niet heen wilde. Ik deed mijn roze jas weer uit, bestelde die dag nog een donkergrijze jas die beter bij mijn gemoedstoestand paste en legde mijn kind in zijn bedje om te slapen.
Als vanzelf dacht ik dat het aan mij lag.
Ik had geen idee van de mentale gevolgen, daar zijn geen bloedwaarden van dus er werd ook niet overgesproken in het ziekenhuis. Als vanzelf dacht ik dat het aan mij lag. Ik werd wel gewezen op Stichting HELLP waar ik veel informatie vond alsook lotgenotencontact. Ik las de verhalen op het forum en vond eindelijk een plek waar ik het gevoel had niet de enige te zijn. Na een tijdje verhalen lezen van anderen, besloot ik mijn eigen verhaal te delen op het forum.
Ik moest opschrijven wat er met mij was gebeurd. Hoe ik van het een op het andere moment doodziek in het ziekenhuis lag met gevaar voor eigen leven en dat van mijn kind. Het opschrijven zorgde ervoor dat ik kon zien wat het met mij had gedaan. Het duurde even voordat ik het kon delen in de groep. Alsof ik eerst aan mezelf moest toegeven dat mijn zwangerschap niet was gelopen zoals ik had gewild. Dat de bevalling niet was gegaan zoals ik me had voorgesteld. Dat ik een schim was van de oude Gwyneth. Dat ik mezelf niet meer herkende als ik in de spiegel keek, zelfs niet toen eindelijk na 9 maanden mijn oude spijkerbroek weer paste. Dat de aanwezigheid van een ander persoon me helemaal van slag kon brengen, zo erg dat ik de hele dag in bed door moest brengen om weer bij te komen.
Toen deelde ik het verhaal en kreeg ik fijne reactie van lotgenoten. Alleen het idee dat ik niet de enige was die me zo voelde, deed me veel goed. Een bevestiging dat ik niet gek geworden was. Ik had het naar buiten gebracht, het was er echt. Ik kon dat niet meer ontkennen.
Schrijven heeft een helend effect en het naar buiten brengen van je verhaal helpt daar zeker bij.
Schrijven heeft een helend effect en het naar buiten brengen van je verhaal helpt daar zeker bij. Belangrijk is om dat niet te vroeg te doen. Ik vergelijk het altijd graag met de opbouw van een verhaal, dat heeft een begin, midden en eind. Als je nog midden in je eigen verhaal zit, dan kun je het verhaal nog niet delen. Het middenstuk is chaos. Het is emotioneel, het is donker. Je bent nog niet in staat het hele verhaal te zien. Dat gebeurt pas als je in het eindstuk zit. Als de chaos weer orde geworden is. Als de lading van de emoties is. Als je terug kan kijken op de situatie en deze in het perspectief van verleden, heden en toekomst kan plaatsen. Dan ben je in staat het verhaal naar buiten te brengen.
Het verhaal is ook dynamisch. Dit verhaal wat ik nu vertel, had ik 12 jaar geleden niet kunnen vertellen. Het verhaal beweegt met je mee. Het heeft mij toen geholpen om spanning los te laten. Het delen van mijn verhaal in die specifieke groep van lotgenoten zorgde ervoor dat ik me verbonden voelden en dat ik begrip en steun kreeg. Het droeg er aan bij dat ik mezelf kon accepteren. Het hielp ook tegen onzekerheid. Niemand in mijn omgeving wist wat HELLP was, niemand had er ervaring mee. En ik was mezelf niet, ik ging twijfelen aan mezelf. Was ik gek geworden? Pas toen ik in contact kwam met mensen die soortgelijke ervaringen hadden, wist ik dat mijn problemen bij het herstelproces hoorde. Dat kon ik ook vertellen aan mijn omgeving, zo kreeg ik meer begrip voor mezelf maar ook mijn omgeving kreeg meer begrip voor mij wat weer ondersteunend werkte.
Mijn gevoelens en gedachten serieus nemen, het toevertrouwen aan het papier.
Mijn herstelproces begon met het schrijven over wat me was overkomen. Mijn gevoelens en gedachten serieus nemen, het toevertrouwen aan het papier. Vervolgens om het naar buiten te brengen, om het anderen toe te vertrouwen.
Openheid over mentale problemen helpt. Het idee dat jij de enige bent die zulke ervaringen heeft, is eenzaam. Weten dat ondanks je afwijkende gedrag het toch normaal is wat je ervaart, kan alleen maar als wij praten over dit afwijkende gedrag. Dat hoeft helemaal niet groots, dat kan ook in het klein wat het zeker niet minder waardevol maakt.
Zo was ik jaren geleden op een etentje. Toevallig kwam mijn zwangerschap ter sprake en vertelde ik over HELLP. Er was een vrouw die ook HELLP had gehad. Het was de eerste keer in 10 jaar dat ze er met iemand over sprak. Ze was nog nooit iemand tegengekomen die het ook heeft gehad. Het delen van mijn verhaal, zorgde voor een opening zodat zij haar verhaal kon delen. En zo had zij na al die tijd de bevestiging dat ze niet de enige was die deze ervaringen had.
Jouw verhaal maakt een verschil. Het is helend voor jou en de ander.
#7 Achter de schermen
Hoe meer. Hoe beter.
#34 Volg de weg van plezier
Wat ik niet schrijf, wel voel en weet.
Als ik heel eerlijk ben. Dat is een vraag die ik vaak voorstel als schrijfoefening. Maak deze zin voor jezelf af en je komt er gauw achter waar het echt om gaat. Dat doe ik zelf ook regelmatig, maar minder vaak dan ik zou willen. Vaak voelt het comfortabeler om jezelf nog even voor de gek te houden, om niet eerlijk te zijn over wat je voelt en ervaart. Om het rusteloze gevoel dat van je onderbuik naar je maag kruipt nog even te negeren. Dat gaat lang goed. Je wordt heel actief om het rusteloze gevoel te negeren, dat is mijn manier. Of je wordt passief om de rusteloosheid de baas te blijven. Het gevolg is hetzelfde: het rusteloze gevoel wordt niet gezien. Dus wordt het groter zodat het je aandacht wel trekt. Dan mag je eerlijk zijn naar jezelf.
Als ik heel eerlijk ben, voel ik al een tijdje dat ik een deel van mezelf verstop.
Er is een kant van mij die ik graag naar voren breng, waar ik me comfortabel bij voel en waar ik in het verleden succes mee heb geboekt. Dat is de kant die gestudeerd heeft, die carrière heeft gemaakt, die trainingen heeft gegeven, die kennis deelt uit boeken. Dit is de kant van mezelf die ik in het licht zet, waar ik vertrouwd mee ben in de buitenwereld en in mezelf.
De binnenkant matchte niet met de buitenkant.
Toen ik – inmiddels bijna 10 jaar geleden – als marketingadviseur begon wilde ik bedrijven helpen met authentiek communiceren. Ik zag vaak dat de identiteit van een bedrijf niet overeenkwam met het beeld dat ze naar buiten uitdroegen. De binnenkant matchte niet met de buitenkant. Daar wilde ik een rol inspelen. Al gauw merkte ik dat bedrijven daar helemaal niet in geïnteresseerd waren. Tenminste, de meesten niet. Mijn werk bestond al snel weer uit het schrijven van teksten voor social media en de website. Bij een bedrijf beschreef ik op eigen initiatief de incongruenties tussen wie ze zijn en wie ze wilden zijn. De opdrachtgever vond dat rapport het meest waardevol. Ik bedankte en deed er niets meer mee.
Tijdens het schrijven van mijn eerste boek, ging ik me meer verdiepen in intuïtieve ontwikkeling. Het had altijd al mijn aandacht, vanaf mijn puberteit las ik van alles over (para)psychologie en schreef ik erover in mijn dagboeken. Nu ging ik over tot actie en deed verschillende workshops en haalde reiki 1 en 2. Dat ik de pijn in het lichaam van iemand anders kon voelen, verwonderde me nauwelijks. Ergens wist ik dit al, maar ik deed liever alsof het er niet was. Ik wilde zo niet zijn.
Weten deed ik het al mijn hele leven. Maar dat hield ik het liefste in het donker.
Toen ik ging schrijven, lukte het me wel om de intuïtieve kant van mezelf meer toe laten. Sterker nog, zonder die kant had ik het boek niet kunnen schrijven. Ik moest me afstemmen op mijn voorouders om hun leven te kunnen beschrijven. Het verdriet dat ik jarenlang met me meedroeg, was niet van mij maar van mijn moeder. Ik kon het nu eindelijk onder ogen zien. Ik vertelde mezelf dat ik dit gezien had door het schrijven van het boek, maar de waarheid was dat ik het alleen zichtbaar had gemaakt. Weten deed ik het al mijn hele leven. Maar dat hield ik het liefste in het donker.
Daarna experimenteerde ik in mijn werk met deze kant van mezelf. Zo deed ik een aantal afstemsessies met zzp-ers waarbij ik aan de hand van hun website beschreef waar ik incongruentie opmerkte. Ook hier kreeg ik terug dat het klopte. Ik kon niet begrijpen hoe het nu precies werkte. Het enige wat ik deed was me afstemmen op de betreffende persoon en delen wat ik opmerkte. Ik vond het zweverig en zag mezelf al in zo’n paars gewaad staan. Nee, zo wilde ik absoluut niet zijn. Dus ik deed deze afstemsessies niet meer.
Daarna richtte ik me op het geven van schrijfworkshops, van creatief tot expressief schrijven. Als mensen teksten voorlazen, proefde ik tussen de regels door waar het echt om ging. Soms stelde ik een vraag in die richting, soms liet ik het gaan omdat ik wist dat ze er zelf ook achter zouden komen. Ik wist dat ik dit kon en tegelijkertijd ontkende ik dit voor mezelf.
Weer zo iemand die het licht heeft gezien en de wereld komt helen zonder enige kennis
Telkens als ik iets las van anderen over soortgelijke ervaringen, had ik daar kritiek op. Ik voelde dan een enorme weerstand. Weer zo iemand die het licht heeft gezien en de wereld komt helen zonder enige kennis, dacht ik dan. Vaak ook ervaarde ik daar een verhevenheid in. Net alsof ze bij een ‘superieure’ menssoort hoorden en de laagbewusten, ‘de arme zielen,’ moeten helpen. Allergischer kun je mij niet krijgen. Zo wilde ik absoluut niet zijn.
Ik heb een enorme leerhonger, vaak om mijn eigen ervaringen te duiden. Ik heb vaak boeken nodig om te bevestigen wat ik intuïtief al weet maar waar ik geen woorden aan kan geven. De boeken geven mij de woorden, structuur en kader. Zo las ik in een boek over een verruimd perspectief, het doorzien van patronen en de symbolische aard van dingen zien. Dat klopte voor mij. Ik weet vaak waar de angel zit, alsof ik door de lagen heen kijk. Iemand zei ooit tegen me: jij ziet iemand in een stoer motorpak op een motor zitten en terwijl je kijkt merk je meteen de gevoeligheid op van degene. Dat ervaar je als twee tegenstrijdige beelden.
Langzaam begon deze kant van mij uit de schaduw te komen. Al eerder schreef ik over hooggevoeligheid. Omdat daar ook vanuit wetenschappelijke hoek steeds meer aandacht voor is, voelde dat comfortabel voor mij. Er zijn verschillende namen, empathisch vermogen, hoogsensitiviteit, heldervoelend, emotionele intelligentie, intuïtief. De woorden hebben een lading en verschillende betekenissen voor mensen. Ik zie het als een eigenschap waarbij je met meerdere zintuigen informatie oppikt en daar verbanden en patronen in ziet en legt.
Ik wil dit talent niet, mag ik het terug geven?
Ik wil dit talent niet, mag ik het terug geven? Dat zou ik het liefste doen, tot ik aan mijn dochter dacht. Ze stond voor de eerste keer op de ijsbaan en wilde er niet meer van af. Het kon niet anders dan dat ze zou gaan schaatsen. Het gaat haar makkelijk af, toch kwam er een moment dat ze wilde stoppen. Ik zei tegen haar dat ze er talent voor had en dat talent je gegeven is en je er gebruik van moet maken. Soms heb je wat langer nodig om te ervaren of het iets voor je is. We spraken af dat ze het seizoen zou afmaken en daarna op zoek konden gaan naar een andere sport. Niet veel later schaatste ze haar eerste wedstrijd, ze won. Daarna ging ze met plezier naar elke training.
Je mag talent niet onbenut laten. Net zoals ik tegen mijn dochter zei, bedacht ik me dat ook ik verplicht ben mijn talent in te zetten of ik dat nu wil of niet. Ik wilde zo niet zijn, omdat ik het niet ‘normaal’ vond. Maar misschien moeten we ons begrip van wat normaal is oprekken of misschien moet alleen ik dat. Het zijn mijn overtuigingen over wat ik normaal vind en wat niet. Het is een talent van me, maar het bepaalt niet mijn hele wezen. Ik ben meer dan dat.
Het idee dat we allemaal uniek moeten zijn en onszelf moeten profileren, is zo drukkend. In plaats van hoe kan ik mij profileren, stel ik mezelf liever de vraag: hoe kan ik van dienst zijn? Het gevoel verschuift. Bij profileren, gaat mijn ademhaling hoog zitten, het voelt als druk op mijn borst. Mijn schouders gaat omhoog, kaken gaan op elkaar. Ik zet mezelf op scherp. Bij hoe kan ik van dienst zijn, zakt mijn ademhaling naar mijn buik. De kaken worden zachter en de schouders zakken. Het antwoord is ook anders.
De kant die ik in het licht zet mag samenwerken met de kant die in de schaduw staat. Ik mag mijn intuïtieve kennis laten samenwerken met mijn rationele kennis. Ik hoef hierin geen keuze te maken. Het bestaat allebei in mij, alleen dan is het compleet. Het licht en de schaduw verenigt.
Want ik weet, wat in mij leeft, ook leeft in anderen. Het is gezien.
Geen inspiratie
Mijn eerste verhaal
Wat ontneem ik mijn kinderen?
Schrijven als spirituele beoefening
Stel je voor dat je schrijft om dieper in jezelf te duiken, je gedachten en emoties te verkennen en contact te maken met je hogere zelf. Schrijven als spirituele beoefening biedt een combinatie van stilte, zelfreflectie en zelfexpressie. Het helpt om jezelf beter te begrijpen, oude wonden te helen en een diepere verbinding met het grotere geheel, het universum, te ervaren
Deze tips helpen je aan de slag met schrijven als spirituele beoefening.
Tip 1: Creëer een heilige schrijfruimte
Maak een speciale ruimte in je huis waar je je kunt terugtrekken om te schrijven. Richt het in met dingen die jou inspireren, bijvoorbeeld kaarsen, kristallen of spirituele symbolen die een gevoel van rust en sereniteit bij je oproepen. Zorg ervoor dat het een rustige en comfortabele omgeving is waar je je kunt concentreren zonder afleiding. Nu heeft niet iedereen zomaar een kamer over, dus het kan ook een hoekje in je slaapkamer zijn. Zorg er wel voor dat je niet wordt gestoord tijdens het schrijfproces.
Tip 2: Begin met een meditatieve oefening
Voordat je begint met schrijven, neem de tijd om te mediteren of volg met aandacht je natuurlijke ademhaling om je geest te kalmeren en in het moment te komen. Dit helpt je om je te verbinden met je innerlijke zelf.
Tip 3: Schrijf vrijuit en zonder oordeel
Schrijf vrijuit zonder je zorgen te maken over grammatica of structuur. Laat je pen over het papier vloeien. Schrijf zonder oordeel en sta toe dat je gedachten en gevoelens zich op natuurlijke wijze ontvouwen. Dit proces van ongeremd schrijven helpt je om verborgen inzichten en emoties naar boven te brengen.
Tip 4: Verken levensvragen
Gebruik schrijven als een hulpmiddel om levensvragen te onderzoeken. Stel jezelf open voor het universum en schrijf over vragen als: wie ben ik? Wat zijn mijn diepste verlangens? Hoe geef ik betekenis aan mijn leven? Hoe kan ik me laten leiden naar de volgende stap? Wat is mijn pad? Schrijf intuïtief de antwoorden op die in je opkomen, censureer jezelf niet. Dit proces kan leiden tot nieuwe inzichten en helderheid.
Tip 5: Reflecteer op je schrijven
Neem regelmatig de tijd om terug te kijken op wat je hebt geschreven. Lees je stukken met aandacht en observeer welke patronen, thema’s of lessen er naar voren komen. Jouw schrijven is een bron van zelfontdekking en persoonlijke groei. Het kan je helpen om jezelf beter te begrijpen, emotionele blokkades los te laten en positieve veranderingen in je leven door te voeren.
Schrijven als spirituele beoefening is een prachtige manier om innerlijke groei, inspiratie en verbinding te ervaren. Door een heilige schrijfruimte te creëren, meditatie toe te passen, vrijuit te schrijven, levensvragen te onderzoeken en te reflecteren, kun je de transformerende kracht van schrijven ervaren. Begin vandaag nog met deze vorm van spirituele beoefening.
3 december – Terugkijken op het jaar
Ontzwangeren is je eigen ik terugvinden
Geld: waar gaat het nu echt om?
Van ontkiemen naar floreren
‘Volgens mij ben jij ook een multipotentialite.’ Ze zat tegenover me aan het tafeltje waaraan we de lunch nuttigde. Ze was me al eerder opgevallen tijdens het evenement waar ik was. Tijdens de energizer; dan gaat het publiek ‘verplicht’ een dansje doen om de aandacht erbij te houden, was ze de zaal uitgelopen. Ik stond een beetje beschaamd mee te hupsen en vroeg me af waarom ik ook niet die deur uit liep. Zo raakten wij in gesprek tijdens de lunch. Nadat ik vol enthousiasme had zitten ratelen, adviseerde ze mij het boek van Emilie Wapnick, Daar zou ik veel in herkennen.
Multipotentialisme: krachtig veelzijdig
In oktober 2015 gaf Emilie Wapnick een inspirerende TED talk die inmiddels 1,5 miljoen keer op YouTube is bekeken. Ze introduceerde de term “multipotentialisme” om een specifieke groep mensen te beschrijven die worden gekenmerkt door een veelheid aan passies, vaardigheden en talenten. Deze mensen weten niet al op jonge leeftijd dat ze dokter, leraar of timmervrouw willen worden. Zelfs op latere leeftijd hebben ze geen eenduidig antwoord op de vraag: “Wat wil je later worden?”. Ze kunnen simpelweg niet kiezen uit slechts één ding. Zodra ze wel iets kiezen, begint de verveling toe te slaan en verlangen ze naar iets anders. Je vastleggen op slechts een pad weerhoudt multipotentialisten ervan om te doen wat ze werkelijk willen: alles ervaren. Emilie Wapnick laat zien dat mensen juist meerdere paden kunnen bewandelen.
Zelfs op latere leeftijd hebben ze geen eenduidig antwoord op de vraag: “Wat wil je later worden?”. Ze kunnen simpelweg niet kiezen uit slechts één ding.
Na het lezen van het boek dacht ik: dit ben ik. Het boek verdween in de kast en ik fladderde weer lekker rond. Ik begon als ZZP’er in marketing, deed een coachopleiding, schreef een roman, leerde schaatsen en gaf schrijfworkshops. Het volhouden van dingen was lastig en kritiek daarop maakte me boos. Ik was tenslotte een multipotentialist. Het boek werd er weer bij gepakt en ik had het boek een vriend aanbevolen die volgens mij ook niet echt één carrièrepad kon kiezen. Hij vertelde dat het hem had geholpen om zichzelf te accepteren, dat hij nu eenmaal steeds behoefte had aan nieuwe dingen. Ik dacht: ik ben net zo als hij en daarmee ging het boek weer dicht.
Het idee van multipotentialisme betekent dat je meer kan zijn dan je hele leven hetzelfde beroep uitoefenen. Het pleit voor generalisten. Mensen die een beetje weten van alles zijn beter in staat verbindingen te maken tussen totaal verschillende gebieden. Dat kan innovatie opleveren, maar ook problemen bloot leggen die experts niet zien omdat ze gericht zijn op een klein deel van het probleem. Het een is niet beter dan het andere. Beide perspectieven zijn waardevol: het helikopterperspectief voor overzicht en visie, en het gedetailleerde niveau voor goed functioneren.
Steeds op zoek naar nieuwe uitdagingen
Als je voortdurend op zoek bent naar nieuwe uitdagingen, is het de moeite waard om te onderzoeken of multipotentialisme in je aard zit. Als dat zo is, kan het je voldoening opleveren om bijvoorbeeld twee banen te nemen. Of een parttime baan naast meerdere hobby’s. Je hoeft niet van elke passie je werk te maken. Als je van fotografie houdt, maak foto’s en heb er plezier in. Je hoeft geen professionele fotograaf te worden. Dit geldt ook voor andere gebieden. Als je geniet van het beoefenen van verschillende sporten, doe dat dan. Dat is waar je plezier uit haalt.
Er zit een hele wereld tussen uitmuntend zijn en niets doen.
Van jong af aan wordt je gestimuleerd om een pad te kiezen en daarop te blijven. Dan kun je uitblinken in wat je doet, een expert worden. Het gaat voorbij aan het feit dat een generalist ook kan excelleren en aan het feit dat we niet altijd hoeven uit te blinken in wat we doen. Mogen we niet dansen omdat we nooit zo goed zullen zijn als Beyoncé? Mogen we niet schrijven omdat we Shakespeare niet kunnen evenaren?
Er zit een hele wereld tussen uitmuntend zijn en niets doen. Dat kun je middelmatigheid noemen, maar ook tevredenheid.
Ontkiemen als comfortzone
Het multipotentialisme hoeft niet de oorzaak van verveling te zijn, ontdekte ik. Ondanks het doen van verschillende soorten werk, zoals het verkopen van kerstbomen die mijn man kweekt, schrijven en trainingen geven, bleef de verveling toeslaan.
Je herkent dit patroon zo: je begint vol enthousiasme aan iets, je gaat er helemaal in op, het enthousiasme vervaagt, je raakt verveelt, je gaat op zoek naar iets nieuws. De uitdaging ligt in het steeds weer starten van iets nieuws. Je voelt je comfortabel bij het ontkiemen.
Dit geldt zeker voor mij. Ontkiemen ligt volledig binnen mijn comfortzone. Ik ben er vertrouwd mee. Ik houd ervan en het geeft me energie. Toch ervaarde ik geen voldoening. Het gevoel dat ik niet kon floreren in wat ik deed bleef. Was ik eigenlijk wel een multipotentialist?
De uitdaging van verdieping
Het snel verveeld zijn kan ook een andere oorzaak hebben. Je saboteert jezelf door steeds nieuwe dingen te beginnen. Door steeds een beginner te zijn kan je niet falen. Maar ook geen succes behalen. Je blijft hangen en gaat niet next level.
Voor mij is dat een jeukwoord, niet zonder reden. Daar zit de weerstand. Als je steeds iets nieuws begint, hoef je niet de diepte in te gaan. Die diepte opzoeken betekent buiten je comfortzone treden, onbekende paden bewandelen. Nieuwe problemen en uitdagingen tegenkomen. Dan leer je en groei je. Uiteindelijk leidt dat tot voldoening. Het betekent niet dat je nu opeens van generalist naar expert moet gaan. Het betekent dat je de verdieping mag opzoeken in plaats van snel oppervlakkig iets nieuws leren en weer door naar het volgende nieuwe ding gaan.
Vergelijk het met een vriendschap. Je kunt oppervlakkige vrienden hebben, eigenlijk weet je maar weinig over deze mensen. Of je kan relaties verdiepen, wat meestal gebeurt als je elkaar langer kent. Dat is ook spannend want om een relatie te verdiepen moet je meer van je jezelf laten zien. Het masker van oppervlakkigheid laat je vallen. Je toont je kwetsbaarheid en de ander doet hetzelfde, wat de band versterkt.
Als je moeite hebt met de verdieping, houd je jezelf weg van zowel falen als succes.
Als je moeite hebt met de verdieping, houd je jezelf weg van zowel falen als succes. Wat drijft je om dat te doen? Is je uitgangspunt: “Als ik geen Roger Federer kan zijn, dan tennis ik niet”? Word je gekweld door perfectionisme? Of ben je stiekem bang voor je eigen talent? Is het mogelijk dat als je naar een hoger niveau gaat, je eigenlijk heel goed bent en dat dit angst bij je oproept?
Van ontkiemen naar floreren
Ben je snel verveeld, komt jouw constante behoefte naar iets nieuws voort uit de vermijding van de verdieping?
Ik zie het als een veld vol bloemen. Sommige mensen ontkiemen en worden een zonnebloem. Anderen laten meerdere zaadjes ontkiemen en worden een klaproos, margriet en meer. Of misschien weet je niet welke bloem je bent omdat je nooit verder bent gekomen dan het ontkiemen. Als je jezelf toestaat om na het ontkiemen te groeien, zul je floreren.
Voor mij was het multipotentialisme een vlucht. Door steeds opnieuw te ontkiemen, kon ik blijven varen op het kinderlijke enthousiasme dat ik daarbij voelde. Op die manier kon ik kind blijven en hoefde ik niet volwassen te worden. Maar net zoals na lente zomer komt, komt ook na de kindertijd de volwassenheid. Een zekere mate van groei hoort bij mens zijn, bij het leven. En als je jezelf die groei ontzegt, doe je zowel jezelf als je omgeving tekort. Want waar vind je meer betekenis: in een veld vol pas ontkiemde groene stengeltjes of in een zee van bloeiende bloemen?
Het verwezenlijken van een droom (4)
Ouderschap
Het verwezenlijken van een droom (5)
Het helen van de moederwond met journaling
De moederwond verwijst naar emotionele pijn, trauma of onverwerkte ervaringen die voortkomen uit de relatie met je moeder tijdens jouw kindertijd. De moederwond kan diepgaande effecten hebben op jou en jouw vermogen om gezonde relaties aan te gaan, eigenwaarde te ontwikkelen, grenzen te stellen en emotioneel welzijn te ervaren. Het kan leiden tot gevoelens van onzekerheid, angst, schuld, schaamte, verlatingsangst, zelfkritiek en problemen met intimiteit.
Journaling is een tool die kan helpen bij het helen van de moederwond. In dit artikel deel ik tips om met journaling en de moederwond aan de slag te gaan.
Verkenning
Journaling biedt een veilige ruimte om de moederwond te verkennen. Schrijf over je gevoelens, gedachten en ervaringen met betrekking tot je relatie met je moeder. Verken de pijn, het verdriet en de onvervulde behoeften die kunnen voortkomen uit deze relatie. Door eerlijk te schrijven, kun je inzicht krijgen in de impact van de moederwond op je leven.
Begrip
Journaling helpt je om de moederwond beter te begrijpen. Schrijf vanuit het perspectief van jouw moeder over haar ervaringen, uitdagingen en beperkingen. Schrijf vervolgens over jouw eigen perspectief. Door begrip te krijgen voor het perspectief van je moeder en voor je eigen perspectief, kun je stappen zetten naar heling.
Emotionele verwerking
Journaling fungeert als een therapeutisch middel om emoties te uiten en te verwerken. Schrijf over je pijn, woede, verdriet of frustratie met betrekking tot de moederwond. Houd je niet in, laat je emoties vrij stromen op het papier en geef jezelf toestemming om te voelen en te uiten wat er in je leeft. Dit kan helend zijn en ruimte maken voor emotioneel herstel.
Nieuw verhaal
Gebruik journaling om je eigen identiteit en zelfbeeld los te koppelen van de moederwond. Schrijf over je eigen kwaliteiten, krachten en dromen los van de invloed van de moederwond. Visualiseer de persoon die je wilt zijn en schrijf een nieuw verhaal voor jezelf om een liefdevolle relatie met jezelf op te bouwen.
Zelfzorg
Journaling is een vorm van zelfzorg. Maak er een dagelijkse of wekelijkse gewoonte van om tijd vrij te maken om te schrijven. Gebruik journaling als een middel om jezelf te voeden, te troosten en te ondersteunen.
Journaling kan een waardevolle tool zijn bij het helen van de moederwond. Het biedt een veilige ruimte om te verkennen, begrijpen, verwerken en een nieuw verhaal te definiëren. Door regelmatig te schrijven, kun je jezelf bevrijden van de pijn en beperkingen die de moederwond met zich meebrengt en je authentieke pad volgen.
Begin nu met door pen op papier te zetten en ervaar de helende kracht van journaling zelf.
#7 Achter de schermen
Begrijpen wie je bent? Ga dagboek schrijven.
Een instagramleven of het echte leven
Een krachtig hulpmiddel: schrijven voor inzicht in je familiesysteem
Ons familiesysteem, bestaande uit onze voorouders, ouders, broers en zussen, kinderen, heeft een diepgaande invloed op wie we zijn en hoe we ons gedragen. Het is een complex geheel van relaties, patronen en overtuigingen die van generatie op generatie worden doorgegeven. Hoe kun je een beter begrip krijgen van jouw familiesysteem en de impact ervan op je leven? Een krachtig hulpmiddel hierbij is schrijven. Door middel van journaling kunnen je dieper graven in jouw familiesysteem, familiepatronen herkennen en jezelf beter begrijpen. In dit artikel ontdek je hoe schrijven helpt bij het verkrijgen van inzicht in je familiesysteem en hoe je ermee kunt beginnen.
Verkenning van familiepatronen
Door regelmatig te schrijven over je familiegeschiedenis en je relaties met familieleden, kun je patronen en dynamieken herkennen die van invloed zijn op je leven. Schrijf over specifieke gebeurtenissen, herinneringen en emoties die verband houden met je familiesysteem. Op deze manier ga je familiepatronen herkennen.
Reflectie op overtuigingen en waarden
Schrijven stelt je in staat om diepere lagen van jezelf te onderzoeken en te ontdekken welke overtuigingen en waarden je hebt overgenomen vanuit je familiesysteem. Schrijf over wat belangrijk was tijdens jouw jeugd, welke gewoontes en gedragen je hebt overgenomen van je ouders. Schrijf hierover en stel jezelf daarbij de vraag of dit ook jouw eigen waarden zijn.
Loslaten van oude ballast
Door te schrijven kun je emotionele ballast loslaten die is ontstaan door onverwerkte emoties of onopgeloste conflicten binnen je familiesysteem. Schrijf over je gevoelens, frustraties en geef woorden aan onuitgesproken zaken die je met je meedraagt. Dit helpt je om jezelf emotioneel vrij te maken van het verleden.
Creëer een nieuw verhaal
Schrijven stelt je in staat om bewust nieuwe verhalen en zelfnarratieven te creëren rondom je familiesysteem. Schrijf over de familiewaarden die je wilt behouden en de patronen die je wilt doorbreken. Door bewust te schrijven, kun je jezelf herprogrammeren en nieuwe manieren van denken en gedrag eigen maken.
Hoe begin je met schrijven over je familiesysteem?
Hier zijn een paar tips:
- Reserveer regelmatig tijd voor journaling, bijvoorbeeld elke dag of elke week op een vast moment.
- Kies een rustige en comfortabele omgeving waarin je je op je gemak voelt en niet wordt gestoord of afgeleid.
- Begin met een open blik en laat je gedachten vrij stromen. Censureer jezelf niet en wees eerlijk tegen jezelf.
- Schrijf over specifieke ervaringen, herinneringen of vragen die je hebt over je familie.
- Gebruik journal prompts om je te helpen dieper te graven en gerichte vragen te beantwoorden, zoals “Welke patronen zie ik bij mezelf die ik ook bij mijn ouders zie?” of “Wat wil ik anders doen dan mijn ouders?”
Door het schrijven kun je een dieper begrip krijgen van je familiesysteem en de invloed ervan op je leven. Het stelt je in staat patronen te doorzien, oude emotionele bagage los te laten en leven naar je eigen waarden.
Winterverhalen
Dit is mijn weggever
4 december – Winter in de natuur
Nieuwsbrief Labyrint
Benieuwd hoe mijn nieuwsbrief Labyrint eruitziet? Lees de laatste hier.










