Wat ik niet schrijf, wel voel en weet.

Als ik heel eerlijk ben. Dat is een vraag die ik vaak voorstel als schrijfoefening. Maak deze zin voor jezelf af en je komt er gauw achter waar het echt om gaat. Dat doe ik zelf ook regelmatig, maar minder vaak dan ik zou willen. Vaak voelt het comfortabeler om jezelf nog even voor de gek te houden, om niet eerlijk te zijn over wat je voelt en ervaart. Om het rusteloze gevoel dat van je onderbuik naar je maag kruipt nog even te negeren. Dat gaat lang goed. Je wordt heel actief om het rusteloze gevoel te negeren, dat is mijn manier. Of je wordt passief om de rusteloosheid de baas te blijven. Het gevolg is hetzelfde: het rusteloze gevoel wordt niet gezien. Dus wordt het groter zodat het je aandacht wel trekt. Dan mag je eerlijk zijn naar jezelf.

Als ik heel eerlijk ben, voel ik al een tijdje dat ik een deel van mezelf verstop.

Er is een kant van mij die ik graag naar voren breng, waar ik me comfortabel bij voel en waar ik in het verleden succes mee heb geboekt. Dat is de kant die gestudeerd heeft, die carrière heeft gemaakt, die trainingen heeft gegeven, die kennis deelt uit boeken. Dit is de kant van mezelf die ik in het licht zet, waar ik vertrouwd mee ben in de buitenwereld en in mezelf.

De binnenkant matchte niet met de buitenkant.

Toen ik – inmiddels bijna 10 jaar geleden – als marketingadviseur begon wilde ik bedrijven helpen met authentiek communiceren. Ik zag vaak dat de identiteit van een bedrijf niet overeenkwam met het beeld dat ze naar buiten uitdroegen. De binnenkant matchte niet met de buitenkant. Daar wilde ik een rol inspelen. Al gauw merkte ik dat bedrijven daar helemaal niet in geïnteresseerd waren. Tenminste, de meesten niet. Mijn werk bestond al snel weer uit het schrijven van teksten voor social media en de website. Bij een bedrijf beschreef ik op eigen initiatief de incongruenties tussen wie ze zijn en wie ze wilden zijn. De opdrachtgever vond dat rapport het meest waardevol. Ik bedankte en deed er niets meer mee.

Tijdens het schrijven van mijn eerste boek, ging ik me meer verdiepen in intuïtieve ontwikkeling. Het had altijd al mijn aandacht, vanaf mijn puberteit las ik van alles over (para)psychologie en schreef ik erover in mijn dagboeken. Nu ging ik over tot actie en deed verschillende workshops en haalde reiki 1 en 2. Dat ik de pijn in het lichaam van iemand anders kon voelen, verwonderde me nauwelijks. Ergens wist ik dit al, maar ik deed liever alsof het er niet was. Ik wilde zo niet zijn.

Weten deed ik het al mijn hele leven. Maar dat hield ik het liefste in het donker.

Toen ik ging schrijven, lukte het me wel om de intuïtieve kant van mezelf meer toe laten. Sterker nog, zonder die kant had ik het boek niet kunnen schrijven. Ik moest me afstemmen op mijn voorouders om hun leven te kunnen beschrijven. Het verdriet dat ik jarenlang met me meedroeg, was niet van mij maar van mijn moeder. Ik kon het nu eindelijk onder ogen zien. Ik vertelde mezelf dat ik dit gezien had door het schrijven van het boek, maar de waarheid was dat ik het alleen zichtbaar had gemaakt. Weten deed ik het al mijn hele leven. Maar dat hield ik het liefste in het donker.

Daarna experimenteerde ik in mijn werk met deze kant van mezelf. Zo deed ik een aantal afstemsessies met zzp-ers waarbij ik aan de hand van hun website beschreef waar ik incongruentie opmerkte. Ook hier kreeg ik terug dat het klopte. Ik kon niet begrijpen hoe het nu precies werkte. Het enige wat ik deed was me afstemmen op de betreffende persoon en delen wat ik opmerkte. Ik vond het zweverig en zag mezelf al in zo’n paars gewaad staan. Nee, zo wilde ik absoluut niet zijn. Dus ik deed deze afstemsessies niet meer.

Daarna richtte ik me op het geven van schrijfworkshops, van creatief tot expressief schrijven. Als mensen teksten voorlazen, proefde ik tussen de regels door waar het echt om ging. Soms stelde ik een vraag in die richting, soms liet ik het gaan omdat ik wist dat ze er zelf ook achter zouden komen. Ik wist dat ik dit kon en tegelijkertijd ontkende ik dit voor mezelf.

Weer zo iemand die het licht heeft gezien en de wereld komt helen zonder enige kennis

Telkens als ik iets las van anderen over soortgelijke ervaringen, had ik daar kritiek op. Ik voelde dan een enorme weerstand. Weer zo iemand die het licht heeft gezien en de wereld komt helen zonder enige kennis, dacht ik dan. Vaak ook ervaarde ik daar een verhevenheid in. Net alsof ze bij een ‘superieure’ menssoort hoorden en de laagbewusten, ‘de arme zielen,’ moeten helpen. Allergischer kun je mij niet krijgen. Zo wilde ik absoluut niet zijn.

Ik heb een enorme leerhonger, vaak om mijn eigen ervaringen te duiden. Ik heb vaak boeken nodig om te bevestigen wat ik intuïtief al weet maar waar ik geen woorden aan kan geven. De boeken geven mij de woorden, structuur en kader. Zo las ik in een boek over een verruimd perspectief, het doorzien van patronen en de symbolische aard van dingen zien. Dat klopte voor mij. Ik weet vaak waar de angel zit, alsof ik door de lagen heen kijk. Iemand zei ooit tegen me: jij ziet iemand in een stoer motorpak op een motor zitten en terwijl je kijkt merk je meteen de gevoeligheid op van degene. Dat ervaar je als twee tegenstrijdige beelden.

Langzaam begon deze kant van mij uit de schaduw te komen. Al eerder schreef ik over hooggevoeligheid. Omdat daar ook vanuit wetenschappelijke hoek steeds meer aandacht voor is, voelde dat comfortabel voor mij. Er zijn verschillende namen, empathisch vermogen, hoogsensitiviteit, heldervoelend, emotionele intelligentie, intuïtief. De woorden hebben een lading en verschillende betekenissen voor mensen. Ik zie het als een eigenschap waarbij je met meerdere zintuigen informatie oppikt en daar verbanden en patronen in ziet en legt.

Ik wil dit talent niet, mag ik het terug geven?

Ik wil dit talent niet, mag ik het terug geven? Dat zou ik het liefste doen, tot ik aan mijn dochter dacht. Ze stond voor de eerste keer op de ijsbaan en wilde er niet meer van af. Het kon niet anders dan dat ze zou gaan schaatsen. Het gaat haar makkelijk af, toch kwam er een moment dat ze wilde stoppen. Ik zei tegen haar dat ze er talent voor had en dat talent je gegeven is en je er gebruik van moet maken. Soms heb je wat langer nodig om te ervaren of het iets voor je is. We spraken af dat ze het seizoen zou afmaken en daarna op zoek konden gaan naar een andere sport. Niet veel later schaatste ze haar eerste wedstrijd, ze won. Daarna ging ze met plezier naar elke training.

Je mag talent niet onbenut laten. Net zoals ik tegen mijn dochter zei, bedacht ik me dat ook ik verplicht ben mijn talent in te zetten of ik dat nu wil of niet. Ik wilde zo niet zijn, omdat ik het niet ‘normaal’ vond. Maar misschien moeten we ons begrip van wat normaal is oprekken of misschien moet alleen ik dat. Het zijn mijn overtuigingen over wat ik normaal vind en wat niet. Het is een talent van me, maar het bepaalt niet mijn hele wezen. Ik ben meer dan dat.

Het idee dat we allemaal uniek moeten zijn en onszelf moeten profileren, is zo drukkend. In plaats van hoe kan ik mij profileren, stel ik mezelf liever de vraag: hoe kan ik van dienst zijn? Het gevoel verschuift. Bij profileren, gaat mijn ademhaling hoog zitten, het voelt als druk op mijn borst. Mijn schouders gaat omhoog, kaken gaan op elkaar. Ik zet mezelf op scherp. Bij hoe kan ik van dienst zijn, zakt mijn ademhaling naar mijn buik. De kaken worden zachter en de schouders zakken. Het antwoord is ook anders.

De kant die ik in het licht zet mag samenwerken met de kant die in de schaduw staat. Ik mag mijn intuïtieve kennis laten samenwerken met mijn rationele kennis. Ik hoef hierin geen keuze te maken. Het bestaat allebei in mij, alleen dan is het compleet. Het licht en de schaduw verenigt.

Want ik weet, wat in mij leeft, ook leeft in anderen. Het is gezien.

Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
0
Ik ben benieuwd wat jij vindt, laat een reactie achter.x