Labyrint
Voor wie wil floreren – maar niet ten koste van wat er écht toe doet. Over mentaal welzijn, keuzes die kloppen en de kracht van betekenisvol leven en werken.
De tol van aanpassen

Zeven uur. De wekker gaat. Ik tik hem af. Ik besef welke dag het is. Ik voel mijn hart een versnelling maken. In mijn buik razen de zenuwen. Ik gooi de dekens opzij en stap uit bed.
Jarenlang werd ik zo wakker en nog steeds weleens. Ik ben vaak en snel zenuwachtig. Mijn lijf in de hoogste staat van paraatheid. Wat ga ik doen: vechten, vluchten of bevriezen? Mijn verdedigingsmechanisme was het minder bekende fawn-respons. Ofwel: aanpassen om je veilig te voelen.
Voor mij waren die zenuwen normaal. Dus denk je dat iedereen dat heeft en leerde ik omgaan met de zenuwen. Dat resulteerde in een alles-of-niets-aanpak. Mezelf pushen tot het uiterste met als gevolg uitputting en ruzies met anderen door mijn heftige emotionele reacties. Of voortijdig weggaan. Zo had ik ooit een evenement in het Kurhaus in Scheveningen waar alle CEO’s van de Nederlandse supermarkten aanwezig waren. Ik zat daar als twintiger in mijn zomerjurkje tussen de grijze pakken. Toen het plenaire gedeelte was afgelopen, ben ik de wc ingevlucht. Het koude water over mijn polsen zorgde voor rust en ik besloot te vertrekken. Opgelucht kocht ik in Scheveningen een nieuwe bikini.
Waar komen deze zenuwen vandaan? Mijn behoeften werden snel overschaduwd door de behoeften van anderen of door wat ik dacht dat er van mij werd verwacht. Daar ging ik me naar gedragen, want dat voelde veilig. Zo beperkte ik de kans op afwijzing.
Ik houd van het beste uit mezelf halen, het motiveert me en geeft me energie. Maar alleen als het intrinsiek gedreven is. Vaak voel ik de druk om te presteren om afwijzing van anderen te voorkomen. Het gevoel van vroeger thuis komen met een onvoldoende en daar boosheid voor terug te krijgen. Dat wil ik te allen tijde voorkomen dus trek ik op mijn werk vaak veel verantwoordelijkheid naar me toe en wil ik alles goed laten lopen. Ik hoor een telefoongesprek van een collega en zeg daarna hoe ik dit zou oplossen. Met als gevolg vaak een taak erbij: ‘Goed idee, als jij dit nu eens wilt uitwerken.’ Dat betekent dat ik de hele dag alert ben op mogelijke dingen die mis kunnen gaan. Altijd alert is altijd moe.
Ik was een kameleon. Ik voel de situatie aan en kleur ernaar. Voelen waar ik zelf behoefte aan had vond ik moeilijk. Op de vraag wat ík nu echt wil, had ik geen antwoord.
Dan ben je ineens op de helft van je leven. Zie je mensen om je heen ziek worden of overlijden. Ik denk aan de quote van Mary Oliver: Tell me, what is it you plan to do with your one wild and precious life? Alles gaat voorbij, ik kan er maar beter van genieten. Ik zie dat mijn dochter geen schattig klein meisje maar een tienermeisje is. Ik zie dat mijn zoon mij binnenkort voorbij groeit. Tijd is kostbaar.
Als je verantwoordelijkheid van een ander overneemt, ben je buiten je cirkel van invloed aan het werk. Je kunt dan niet de volledige verantwoordelijkheid nemen en dat zorgt bij mij voor stress. Als ik verantwoordelijkheid terugplaats waar die hoort, dan kan ik me concentreren op mijn eigen werk. Dat zorgt er ook voor dat ik weer bij mezelf terugkeer en mijn werk goed kan doen. Stress is de tol die je betaalt voor het overnemen van verantwoordelijkheden.
Ik functioneer het beste in omgevingen waarin ik vrijheid en autonomie heb. Ik moet verantwoordelijkheid kunnen nemen voor mijn taak. Als ik een kleine schakel ben waarin er te veel afhankelijkheden van anderen ingebakken zitten, dan vind ik dat niet fijn. Acht uur lang achter een laptop zitten breekt me op. Ik heb baat bij afwisseling en beweging.
Ik oefen nu. Als ik merk dat ik iets wil gaan oplossen voor een ander, doe ik het volgende:
- Vertragen: diep in en uitademen.
- Check: is dit van mij? Ja/nee.
- Besluit: dit hoort bij mij, ik pak het op / dit hoort bij de ander, ik laat het gaan.
Hierna voel ik hoe mijn ademhaling zakt en het bonken van mijn hart langzamer wordt.
Welke verantwoordelijkheid leg jij deze week terug waar die hoort?
Jaaroverzicht 2016 – deel 1
September was te druk
Jouw missie bepalen
Verboden boeken krijgen een stem

Er is iets dat me tegenhoudt. Mijn tweede boek is bijna klaar. Ik moet het nog redigeren. Toch schuif ik het steeds voor me uit.
Het publiceren van mijn eerste boek Moederwond was een meisjesdroom die uitkwam. En tegelijk ook kwetsbaar. Ik legde een familiegeschiedenis bloot die ook verborgen had kunnen blijven.
Ik was degene die besloot dat het naar buiten moest. Daar sta ik nog steeds achter. Maar ik weet ook dat het mensen pijn heeft gedaan. Sommige dingen wil je liever verborgen houden.
Afgelopen week kreeg ik een app van een goede vriendin. Moederwond lag op tafel in de bibliotheek in Goirle bij het thema ‘verboden boeken krijgen een stem’. Zo voelde het: ik had iets gedaan wat niet mag, wat je niet doet.
Deze verhalen werden altijd binnenskamers gehouden. Juist deze verhalen zijn nodig om taboes te doorbreken. Of zoals ik op de eerste pagina schreef: om wonden het licht te laten zien. Want licht heelt, pleisters niet. Pleisters dekken af voor meer schade. Alleen als de pleister eraf gaat, kan het licht zijn werk doen.
Het raakte me. Niet als schouderklopje of compliment, maar een dieper gevoel van betekenis. Onderdeel zijn van een beweging. Stem mogen geven aan wat niet gezegd mocht worden. Samen met velen die hetzelfde hebben gedaan.
Als ik dit gevoel vasthoud, wordt het tweede boek vanzelf prioriteit. Maar eerst nog wat kerstbomen verkopen.

September was te druk
De agenda was vol. Sociale activiteiten die ik allemaal leuk vond. Daarbovenop kwamen werkprojecten. En ook school en sport stonden weer op de planning na de vakantie.
Toen ik mijn agenda bekeek, wist ik het al: te veel. Afzeggen kan altijd. Maar de bruiloft van je zus niet. Het evenement waar je een halfjaar naartoe hebt gewerkt ook niet. Een beginnende keelpijn onderdrukte ik met paracetamol. Toen het allemaal achter de rug was, stond mijn lichaam op de rem.
En voor de verandering luisterde ik daarna. Ik nam een dag vrij. Deed alleen het hoognodige en verder niets. In de ochtend voelde ik me nog belabberd, maar in de middag knapte ik wat op.
Ik weet dat sociale activiteiten me veel energie kosten. Meestal houd ik er rekening mee en probeer wat rustige dagen voor mezelf in te plannen. Zoals nu. Dat schrijf ik makkelijk op, maar het is moeilijk om het ook daadwerkelijk te doen.
Als ik de hele dag thuis ben geweest, voelt het alsof ik iets had moeten doen. Sporten. Schoonmaken. Administratie. Altijd nuttig moeten zijn. Maar soms heeft je lichaam gewoon een hersteldag nodig. Mijn Garmin-horloge zegt: volledig hersteld, hoge training readiness. Ik weet wel beter.
Wat ook lang meespeelde was dat ik het toch ergens zwak vond van mezelf. Ik zie mensen om me heen die het allemaal wel volhouden en nog leuk vinden ook. Wat is er mis met mij?
Inmiddels weet ik dat er niets mis is met mij. Sociale activiteiten kosten mij meestal energie, zelfs als ik ze heel leuk vind en met leuke mensen ben. Zelfs dan loopt mijn batterij leeg. En moet weer opladen.
Gelukkig staan er de komende maanden nog steeds leuke dingen op de planning, maar wat meer gespreid. Dat houd ik zo.
Hoe weet je wat je passie is?
3 Tips voor moeders met een eigen bedrijf
Wat als je geen passie hebt?
Als ik heel eerlijk ben
De laatste tijd schreef ik niet met pen en papier in een notitieboek. Ik schreef met ChatGPT. Zo werd mijn tekst meteen geanalyseerd en daar houd ik van.
Maar wat heb ik daar nu echt aan?
Soms is ChatGPT een verrassende spiegel. Vaker wekt het irritatie. Bovenal verliest het journalen zijn functie.
Afgelopen week pakte ik mijn notitieboek weer. Ik schreef gedachten, gevoelens, ervaringen. Nu kreeg ik niet direct binnen 30 seconden een analyse, maar kon ik zelf nadenken over wat ik had opgeschreven. Kon ik voelen wat er in mijn lijf gebeurde, zonder direct verlichting te ervaren van een antwoord.
Als ik in ChatGPT schrijf, voel ik adrenaline. De opwinding van het krijgen van nieuwe inzichten. Als ik schrijf met pen en papier, kom ik tot rust. In staat om gedachten toe te vertrouwen aan het papier en ze echt los te laten.
Een paar dagen later schreef iemand me via Instagram dat de prompt die ik ooit had gedeeld haar geholpen had. Ik glimlachte. Die zin had mij ook geholpen. En daar kan ChatGPT niets mee. Probeer het zelf eens.
Als ik heel eerlijk ben…
Deze zin gebruik ik nog steeds vaak. Bij een onrustig gevoel in mijn buik. Of bij chaos in mijn hoofd.

Hoe krijg je je workshop vol?
Weer aan het werk na zwangerschapsverlof
Moeder zijn en al je ambities waarmaken?
Dit vind ik heel eng: schrijven over mijn eigen leven
‘Je leven schrijven,’ het boek van Julia Cameron dat precies beschreef wat voor mij het leven als schrijver inhield. Schrijvend aan haar bureau keek ze uit over de landerijen. Aan haar keukentafel gaf ze schrijversworkshop met zelfgebakken bosbessentaart. Mijn hart verwarmde: dit was het leven waar ik van droomde.
Nu zit ik in mijn schrijverskamer aan mijn oude meisjesbureau waaraan ik als kind in mijn dagboek schreef. Er staan twee fauteuils in de kamer met uitzicht over de landerijen. In deze kamer krijg ik hetzelfde warme gevoel als bij het lezen van het boek van Julia Cameron.
Dit zou thuis moeten zijn. Maar telkens als ik aanschoof aan mijn toch iets te kleine bureautje, zei een stem: wie zit er nu op jouw verhalen te wachten?
Het liefst schrijf ik alsof je meeleest in mijn dagboek. Maar zodra ik dat doe, voelt het alsof ik een drempel over moet. Soms zelfs een berg. Dat stemmetje zegt: dit is niet genoeg. Er moet een tip in, een les, een stappenplan.
Terwijl mijn verlangen is om te schrijven wat mij bezighoudt. Dat je herkenning vindt in mijn verhaal, zonder dat ik je de les lees of een stappenplan aanreik dat je morgen weer vergeten bent.
Ik denk aan de bestseller van Julia Cameron: ‘The artist way’. Een boek met een stappenplan, niet mijn favoriet. Ik houd van een verhaal lezen en daar herkenning in vinden.
Ik schuif mijn stoel aan en schrijf wat me bezighoud. Ik volg het warme gevoel van thuiskomen.

Multipotentialite, of heb ik het gewoon nog niet gevonden?
Ik druk op ‘Save’. Het bestand is af. Mijn leidinggevende opent, klikt, zwijgt. Wenkbrauw omhoog. Natuurlijk: een fout.
Op de data-afdeling van het marktonderzoeksbureau werd ik niet bepaald aangesproken op mijn talent. Uren tuurde ik naar Excel, hopend dat formules bleven staan, terwijl in mijn buik een onrustig gevoel woedde. Snel verveeld, honger naar uitdaging, een hekel aan routine. Nu kan ik het zo benoemen. Toen nog niet.
Ik schoof richting marketing. Presentaties maken, nieuwe producten bedenken, een merkidentiteit lanceren en bovenal: schrijven. Veel meer passend bij mij. Toch bleef dat onrustige gevoel. Als ik het kunstje doorhad, zocht ik weer iets nieuws. Typisch multipotentialite, zei ik dan. Het label gaf even rust.
Maar te veel afwisseling maakt me ook onrustig. Blijkbaar is er een plafond aan hoeveel prikkels ik prettig vind.
De rode draad? Verhalen. Mijn eigen verhalen. Verhalen in bedrijven. Waarom doen mensen wat ze doen? Wat heeft ze gevormd? Welke talenten kunnen tot bloei komen? De antwoorden hoor je als je echt luistert.
Misschien heb ik het al gevonden. Niet een baan die alles is, maar een bron die overal onder ligt: verhalen verzamelen en schrijven. Dat is de rode draad.

Adventkalender 2025 – Verwondering in december
3 december – Terugkijken op het jaar
Girlboss
Jezelf uitspreken: wanneer wel en wanneer niet (twee simpele vragen)
Ik zit op de bank met mijn telefoon. Mail open. Het bloed schiet naar mijn hoofd. Hart bonkt. ‘Dat meen je niet,’ zeg ik tegen mijn man. Mijn vingers branden om meteen te typen. Hij zegt: ‘Wacht even’. Voor de verandering doe ik dat.
Ik loop naar de keuken, zet water op. Als mijn wangen weer hun gewone kleur hebben, adem ik een paar keer diep. Dan pas zie ik wat er gebeurt: mijn eerste impuls is redden. Het voor iemand opnemen, luid en publiek. Als de hitte zakt, snap ik meestal ook de ander weer een beetje.
De vraag blijft: spreek ik me uit of niet?
Twee vragen helpen me.
1. Raakt dit mij of mijn kinderen direct?
Als iemand mijn werk bekritiseert, mag ik daar iets van vinden. Gaat het om mijn kinderen, dan mag ik het met ze bespreken (het zijn tieners) en samen bepalen of er wordt gereageerd en door wie.
2. Wordt hier een grens overschreden (geweld, intimidatie, fraude)?
Als wet of huisregels worden gebroken, dan spreek ik me uit. Punt.
En al het andere? Laten gaan.
Ik stuur die mail niet. Ik zet thee, ga weer op de bank zitten en scroll door de nieuwe herfstcollectie van Zara.
#2 Het antwoord op deze vraag is vaak een leugen.
#31 Angst voor zichtbaarheid
Een nieuw begin
Herwonnen vrijheid
Terwijl ik deze blog typ, schijnt de zon door het raam na een regenachtige ochtend. Ik adem opgelucht. Al maanden worstelde ik met Substack. Hoewel het een handige gratis nieuwsbrieffunctionaliteit biedt, is het ook een platform met veel ruis en afleiding. En eerlijk: ik lees er zelf nooit iets op.
Nu mijn blog niet langer een marketingtool voor mijn bedrijf hoeft te zijn, voelt dat bevrijdend. Alleen bleef de vraag: hoe betaal ik dan een nieuwsbriefsysteem?
Waar ik echt naar verlang is een blog die leest als een boek, waar je niet wordt afgeleid door reclame of verhalen van anderen. Gewoon naar mijn site omdat je mijn verhalen wilt lezen. Simpelweg omdat je daar blij van wordt, er herkenning in vindt en het je rust brengt.
Dat geeft mij een warm gevoel. Dan krijg ik nog meer zin om te schrijven. Dus vanaf nu is mijn blog weer thuis op mijn eigen site. Wie mijn nieuwe verhalen niet wil missen, kan op Substack een zijn e-mailadres achterlaten. Je ontvangt dan een keer per maand een nieuwsbrief met alle nieuwe blogs

Als alles te veel wordt
Ik draai nog een keer om. Door de spleet naast het vouwgordijn zie ik dat het nog donker is. Ik reik naar mijn telefoon op het nachtkastje: 4.30 uur. Mijn hoofd voelt zwaar en alles wat ik nog moet en wil doen passeert mijn gedachten. Slapen lukt niet meer.
Na de zomervakantie is mijn agenda snel volgelopen. Het is niet een ding dat daarvoor verantwoordelijk is. Ik heb een keurige weekplanning gemaakt, maar toch voelt het als te veel. Ik weet dat ik moet kiezen om de rust terug te brengen. Maar waar begin ik?
De bruiloft van mijn zus, een werkproject dat aandacht vraagt, het kerstbomenseizoen waarvan de orders in september moeten worden verwerkt, het schaatsseizoen dat begint, het verlangen om meer te schrijven, een studie psychologie die ik weer wil oppakken, zonnige dagen waarop ik wil fietsen en een wasmand die elke dag tot de nok vol is
Kortom: versnippering. Mijn eerste reactie: nog strakker plannen met als gevolg nog meer versnippering en nog meer stress.
Dan begrijp ik dat dit niet helpt en ga ik over op het volgende noodplan: zoveel mogelijk sociale en sportieve activiteiten schrappen. Tijdelijk geeft dat ruimte. Maar er zijn dan geen momenten om op te laden en loopt mijn batterij alsnog langzaam leeg.
Zo houd ik mezelf gaande.
Tijd om het anders te doen. De belangrijke zaken met een harde deadline hebben prioriteit: de bruiloft van mijn zus en het werk op de kerstbomenkwekerij. Evenals de zaken die ik graag doe en mij energie geven: naar de trainingen van mijn kinderen en sporten met vriendinnen. De rest wacht.
Nu ik dit zo opschrijf, geeft het meteen ruimte (deze hele blog is therapie voor mij).
Komende nacht slaap ik door tot het zonlicht langs het vouwgordijn schijnt.

Schrijfvraag: wat gebeurt er als je fouten mag maken?
Ontspullen met kinderen
Weg van plezier
Liever moe dan lui
Vandaag heb ik overdag een dutje gedaan, een half uur geslapen. Het voelt bijna beschamend om op te schrijven. Want overdag slapen was echt taboe voor mij. Toch gedaan, daarna opgeknapt en in de avond energie om deze blog te schrijven.
Altijd maar doorgaan zonder rustmomenten, dat was normaal van mij. Rust was iets dat je moest verdienen na hard werken.
Wat ik nu zie is dat het tegenovergestelde gebeurt. Rust is de norm. Vooral niet te hard of te veel werken. Als ik op een zomerse dag langs de terrassen fiets, zitten ze vol. Eerste reactie: werkt er dan niemand meer? Blijkbaar heeft niemand meer zin in een werkweek van 40 uur. Er moet ruimte zijn voor ontspanning, zelfs op dinsdagmiddag.
Zo dacht ik ook. Dus probeerde te mediteren. Ik werd er mogelijk nog stressvoller van dan ik al was. En ik geloof meteen dat het werkt om te ontspannen, dat je er rustig van wordt en je stress verlaagt. Zelfs wetenschappelijk bewezen. Voor mij werkt het niet.
Bovendien zat ik hele dagen op de bank tot rust te komen, wat betekende dat ik me stierlijk verveelde. Geen zin had in het werk dat ik wel moest doen. Te veel rust zorgde voor onderprikkeling.
Toen ik het mediteren voor het wielrennen verruilde, ging het beter. In mijn eentje een rondje wielrennen, dat voelt als mediteren voor mij. En ik weet dat het niet hetzelfde is. Maar het effect ervan is voor mij wel hetzelfde: rust in mijn hoofd, een moment om alleen te zijn en piekergedachten los te laten.
Wat ook hielp was om toe te geven aan mijn behoefte aan afwisseling in mijn werk. Hoe leuk ik iets in het begin ook vind, uiteindelijk wordt het saai. Ik houd van meerdere dingen en van doen en van denken. Daarna voelde ik me energieker, weer geprikkeld en uitgedaagd.
Wat ook helpt voor mij is meerdere rustmomenten plannen op een dag. Even achter de laptop uit en een rondje lopen met de hond of op de fiets een boodschap halen. Ik was gewend om ‘s ochtends meteen aan te gaan en dat vol te houden tot ongeveer 20.00 uur. Daarna kon ik niet veel meer dan op de bank zitten. Dat was dan ook echt nodig. Nu geef ik toe aan moeheid overdag.
Uiteindelijk liever moe van wat er voor mij toe doet.
Vijf leuke dingen om buiten te doen
Over leven en schrijven – Stephen King
Stil – Susan Cain
Nieuwsbrief Labyrint
Benieuwd hoe mijn nieuwsbrief Labyrint eruitziet? Lees de laatste hier.









