Als ik aan de herfst denk, denk ik aan de prachtige tinten rood, geel en bruin die worden opgelicht door een herfstzonnetje. Aan de frisse wind die ervoor zorgt dat mijn wangen van binnen gaan gloeien. Op de bank onder een deken met een goed boek lezend in stilte.
Dat is het ideaal.
In werkelijkheid is het ook wel eens dit. Herfstinten die flets worden in een laag mist. Kinderen die ruzie maken om het laatste restje Nutella in de pot. Zittend op de bank met een boek. Niet kunnen concentreren. Hoofd onrustig. En als het eindelijk stil is, de omgeving niet. Een vrije dag gepland. Niet weten wat te doen. Nergens zin in. Aan het einde geen voldoening. Een somber gevoel dat als een sluier over alles heen hangt.
Mindere, sombere dagen horen ook bij de herfst. De pijn van dingen die voorbijgaan. Het loslaten ervan. En nog niet weten wat er straks weer tot bloei mag komen. Wetend dat eerst nog de winter komt, als ook de troost van de herfstkleuren verdwijnt. Somberheid is vaak iets wat we willen fixen.
Maar somberheid hoort ook bij het leven. Dagen waarop niets lijkt te lukken. Waarop de mist in je hoofd niet optrekt. Ze verdwijnen niet met een kop thee en een goed boek, hoe graag we dat ook willen. Die worden misschien ook niet eens opgelost met acceptatie, tenminste niet meteen.
Acceptatie is wel de weg: ook deze dagen horen erbij, ook al vind ik ze niet leuk en wil ik er zo snel mogelijk vanaf.
