
Ik zit in de auto. De zon schijnt en er zijn geen files op de weg. Ik voel de steen in mijn buik die er vanochtend bij het ontwaken al in lag. Ik zucht diep. Voor je het weet is het voorbij.
Ik ben op weg naar een vrijgezellenfeest. Een groep vrouwen waarvan ik er slechts een paar oppervlakkig ken. Een programma dat een volledige werkdag beslaat. Ik zie daartegenop. Al weken voordat de dag plaatsvindt. Ik probeerde eronderuit te komen. Maar soms moet je iets doen voor de relatie met iemand. Dit was zo’n geval.
Ik praat vrij makkelijk met mensen die ik ken. Wat minder makkelijk met mensen die ik nog niet goed ken. Maar ik sta vrijwel nooit met m’n mond vol tanden. Ik ben oprecht geïnteresseerd in mensen en heb vaak een fijn gevoel na sociaal contact. Ik heb ook sociaal contact nodig om me goed te voelen. Maar energie geeft het me zelden.
Je raadt het al: ik ben introvert, maar kom over als een extravert.
Dat ik introvert ben, realiseerde ik me pas toen ik de veertig aantikte. Daarvoor heette het te gevoelig, sociale angst of, als kind, gewoon verlegen. Maar ik ben niet bang voor andere mensen. Ik ben ook niet verlegen. En ja, ik ben gevoelig, maar dat helpt juist in sociaal contact merk ik.
Introvert zijn is ook afhankelijk van de omgeving. Op een vrijgezellenfeestje ben ik wat rustiger en zoek ik meer het een-op-een contact op. In een vergadering over een onderwerp wat mij inhoudelijk raakt, durf ik gerust het hoogste woord te voeren, soms met wat teveel temperament.
Als ik thuis kom na een dag werken buitenshuis of van een vrijgezellenfeest, voelt mijn hoofd vol watten. Een teken van overprikkeling, weet ik inmiddels. De ene dag is het erger dan de andere dag, afhankelijk van hoe stressvol voor mij de dag is verlopen. Overprikkeling zorgt vaak voor kribbige reacties, weet ik inmiddels. Dus het enige wat nog helpt is afschakelen. Even een stukje met de hond buiten wandelen. Even terugtrekken op mijn eigen kantoor in huis. Of een douche nemen en andere kleding aantrekken. Sporten helpt het beste voor mij. Terwijl ik daar meestal dan geen zin in heb, maar het sporten zorgt ervoor dat de aandacht van hoofd naar lijf gaat. Het lichaam moe maken, zorgt ervoor dat de geest tot rust komt. Dan verdwijnen de gedachten aan de dag uit mijn systeem. Alsof er een reset plaatsvindt. Daarna kom ik tot rust.
Ik leer omgaan met mijn introversie. Zeker als je het niet gewend bent, zoals ik. Ik plan bewust een sociale activiteit per weekend. Zodat de andere dagen leeg blijven: tijd om op te laden of spontaan iets te doen als daar ruimte voor is. Het klinkt misschien wat sneu, maar voor mij is het fijn. Ergens zit er nog wel dat stemmetje, doe niet zo flauw, stel je niet zo aan. Het is toch leuk, zo erg kan het toch niet zijn?
Wat voor de een leuk is, hoeft voor de ander niet leuk te zijn. Niet iedereen vindt het leuk om op zondagochtend te gaan hardlopen. Ik houd daar juist van. En dat is prima.
Dus ja, introvert zijn en extravert lijken zorgt er ook voor dat mensen je behandelen als een extravert. Dat ze ervan uitgaan dat je drukte leuk vindt en je anders al snel het label ‘saai’ krijgt.
Dan maar saai.