Aan het einde van de zomervakantie bekruipt me altijd een melancholisch gevoel. Als ik ’s ochtends naar buiten stap, plakt er nat gras onder mijn slipper. Een kleine steek in mijn buik. Ik weet het: de laatste zomerdagen zijn aangebroken. De slippers gaan in de kast. De zomer loopt op z’n eind.
Niet veel later volgt de stortvloed aan mails. School met introductiedagen en ouderavonden. De schaatsclub met aanmeldingen voor het nieuwe seizoen. En dan heb ik ook mijn werkmail al gecheckt aan de ontbijttafel. En zoals elk jaar, komt ook het rooiseizoen van de kerstbomen snel dichterbij. Geen twijfel: de vakantie is voorbij.
In gedachten ga ik terug naar de eerste dagen, toen alles nog voor me lag. De verfrissende duik in het Italiaanse meer na een broeierig hardlooprondje. Spontane borrels met vrienden op warme zomeravonden. Met mijn zus bodyboarden in hoge golven, lachend alsof we weer kinderen waren. Dat zijn de momenten die ik het liefste vasthoud.
En nu… zijn ze voorbij.
Ik betrap mezelf erop dat ik artikelen aanklik met titels als ‘hoe houd je het vakantiegevoel vast?’ Maar diep vanbinnen weet ik dat het onzin is. Het gevoel van vóór de vakantie komt nooit meer terug erna. Je kunt het niet vangen, niet bewaren. Het glipt je handen uit.
De eerste dagen na de zomervakantie probeer ik nog te genieten van de zomer. Nog één keer zwemmen in het buitenbad voor het sluit. Nog een koffie in de ochtendzon. En dan langzaam wennen aan het ritme van school, sport en werk.
Daarin probeer ik nu ruimte te maken voor wat mij energie geeft. Schrijven, bijvoorbeeld. Vroeger schoof ik dat steeds weg. Werk eerst, sport misschien nog, en schrijven—als er tijd overbleef. Dat betekende in de praktijk: nooit. En toch voelt een uurtje schrijven midden op een werkdag niet langer als spijbelen, maar als een moment om naar uit te kijken.
Ik merk dat het niet de grote voornemens zijn die verschil maken, maar juist de kleine, dagelijkse keuzes. Een half uur voor mezelf reserveren. Een training niet overslaan. Een zin op papier zetten, hoe klein ook. En voor ik het weet, verandert mijn week. En met mijn week, mijn leven.
Misschien is dat wel de kunst: de zomer niet vasthouden, maar hem loslaten, zodat er ruimte ontstaat voor iets nieuws.