Twijfel

Het zal je ongetwijfeld opgevallen zijn dat ik nogal eens twijfel. En meestal is dat aan mezelf. Zal ik dit wel of niet doen? Welke kant ga ik op? Doe ik het wel goed?

Ik twijfel niet de hele dag door. Zo ben ik prima in staat om te bepalen wat het avondeten wordt of wat ik ’s ochtends aantrek. Dagelijkse keuzemomenten gaan mij in het algemeen goed af.

Het zijn meer de momenten waarop ik met mezelf wordt geconfronteerd. Als ik iets van mezelf laat zien. Tijdens een project voor een opdrachtgever, in een gesprek op school of als er plotseling om mijn mening wordt gevraagd. Dan lijkt het net of ik weer op het startblok sta en een wedstrijd ga zwemmen. Dan kom ik in de presteermodus. Alsof alle ogen op mij gericht zijn. En het een nu-moet-het-gebeuren-moment is. Dan voel ik prestatiedruk. De druk van het graag goed willen doen. De druk om mezelf te moeten bewijzen.

Als de situatie harmonieus verloopt, is er niets aan de hand. Ik heb mijn prestatiemomentje gehad. Ik heb de wedstrijd gewonnen of een persoonlijk record gezwommen. Ik heb het goed gedaan. Daar is geen twijfel over mogelijk. Maar ik win niet elke wedstrijd. En ik zwem ook niet altijd een persoonlijk record. En dan gebeurt het. Een project verloopt niet gestroomlijnd en harmonieus. Het gaat traag. Ik heb het gevoel dat ik door dikke stroop moet. Ik ga harder mijn best doen, want ik wil zo graag vooruit. Hoe harder ik mijn best doe, hoe meer tegenwerking van de stroop ik ervaar.
Dan ga ik twijfelen. Doe ik het wel goed? Had ik het niet anders moeten aanpakken? Waarom lukt het niet? Mijn gedachten vormen scenario’s en houden me constant bezig. Meestal is mijn conclusie dat ik het niet goed heb gedaan en dat ik harder moet trainen. Beter mijn best doen.

Als iets tegenzit, zoek ik het altijd bij mezelf. Ik ga aan mijn eigen kunnen twijfelen. Het is een automatisme geworden. Ik denk dat het goed is dat je verantwoordelijkheid neemt. En reflecteert op je eigen gedrag en aandeel in een bepaalde zaak. Maar je kan het ook overdrijven. Het helpt mij niet om steeds aan mezelf te twijfelen als iets niet helemaal gesmeerd loopt. Er is altijd een context en elementen waar ik geen invloed op heb.

Mijn twijfel beperkt me enorm. Ik houd me dan in. Ik ga meebewegen in plaats van te vertrouwen op mijn eigen kennis en kunde. Ik ga mensen naar de mond praten. Want ik heb hun bevestiging nodig. Als ik bevestiging krijg, neemt dat mijn twijfel weg. Ik heb de bevestiging van binnen nodig. Van mezelf. Ik mag op mezelf vertrouwen. Juist als het tegenzit.

0 0 stemmen
Artikelbeoordeling
Abonneer
Laat het weten als er
guest
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
0
Zou graag je gedachten willen weten, s.v.p. laat een reactie achter.x