De reis als bestemming

In de meivakantie hadden wij een camper gehuurd. Thuis bedachten we dat we door Duitsland, Oostenrijk en Italië zouden rijden. Misschien konden we zelfs een stukje Slovenië doen. Na de weerberichten gelezen te hebben, leek een koud en regenachtig Oostenrijk niet zo’n goed idee. Dat hadden we vorig jaar zomer al wel gezien. De koers werd gewijzigd en we vertrokken via Luxemburg naar Frankrijk.

De eerste camping had ik van te voren uitgezocht. We reden er keurig met de tomtom heen. Alles verliep volgens plan. De zon begon zelfs te schijnen bij aankomst. Die eerste avond stortte ik me op het zoeken naar een nieuwe camping voor de dag erna. Terwijl ik riep dat ik niet de hele tijd met het zoeken naar campings bezig wilde zijn.

Ik vond het moeilijk om niet te weten waar ik naar toe ging. Ik wilde graag dat het er leuk was. Dat het er mooi was. En door zoveel mogelijk informatie te verzamelen dacht ik daar controle op te hebben. Maar het idee dat we per se naar een bepaalde camping moesten, stond me ook tegen. Dat was niet het gevoel van vrijheid waar ik naar verlangde.

Ik was degene die mijn eigen vrijheid inperkte. Ik was diegene die bedacht hoe de reis zou  moeten verlopen en het stramien voor mezelf opstelde. En dat was iets wat ik wel vaker deed, daar hoefde het geen vakantie voor te zijn. Want het leek alsof het stramien vrijheid zou brengen. Als ik precies zou weten waar we heen gingen, kon ik achterover leunen en wachten tot we er waren. En als we er waren zou de vakantie beginnen.

Na drie campings liet ik het los. Ik wilde ’s avonds niet meer zoeken in de campinggids. Ik wilde een boek lezen. We keken naar het weerbericht en reden naar de zon. En bij de zon aangekomen, zochten we een plek. En we kwamen op plekken die we van tevoren niet bedacht hadden. De ene plek was mooier dan de andere, maar ze hadden allemaal hun eigen karakter. Overal was er iets leuks te vinden en ook overal was er iets te vinden wat niet leuk was. En we hadden de vrijheid om te vertrekken wanneer we wilden.

Je leeft niet voor de pot met goud aan het einde van de regenboog.

We waren niet op weg naar een bestemming. De reis was de bestemming. En zo was het met deze vakantie, maar zo is het ook in het dagelijks leven. Je leeft niet voor de pot met goud aan het einde van de regenboog. Je leven is de reis. En de reis is de bestemming. Je bepaalt zelf waar je heen gaat, wat je onderweg doet en wat je wil zien. Je kunt de zon achterna gaan of in de regen blijven zitten. Het is aan jou.

In de rode draad daag ik mezelf uit om bewust te reizen. Dus te doorzien wanneer ik mezelf beperkingen op leg en door elke dag opnieuw te kiezen voor verbinding met mijn intuïtie.

0 0 stemmen
Artikelbeoordeling
Abonneer
Laat het weten als er
guest
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
0
Zou graag je gedachten willen weten, s.v.p. laat een reactie achter.x